Lengte keer breedte en dan nog een balkonnetje erbij

Volgens de Vereniging Eigen Huis worden identieke huizen aangeboden met verschillende oppervlaktes.

Reken je een balkon nu wel of niet mee?

„Een royale woonkamer, originele details, enig onderhoud vereist, gelegen in een populaire buurt.” De meeste makelaars maken volop gebruik van dit soort bloemrijk taalgebruik om de interesse van potentiële kopers te wekken.

Maar het blijkt dat ze ook de feitelijke informatie over woningen verkeerd weergeven. Volgens de Vereniging Eigen Huis (VEH) geven veel makelaars een te groot oppervlak op van de woningen die ze verkopen.

„Soms zitten ze de ogen uit hun kop te liegen”, zegt Albert Lauer van het Leidense kantoor Z&R Makelaardij. „Ik heb laatst een huis verkocht van 75 vierkante meter. De eigenaar dacht dat het 100 vierkante meter was. Zo had hij het gekocht en dat oppervlak was ook in het taxatierapport terechtgekomen. Toen ik het had opgemeten en bleek dat de woning 25 vierkante meter kleiner was, schrok hij zich kapot.”

Volgens VEH, de vereniging van huizenbezitters, komt het vaak voor dat huizenkopers worden misleid over het woonoppervlak van het huis dat ze kopen. Naar aanleiding van klachten heeft de vereniging onderzoek gedaan naar de oppervlakte van honderden woningen. Daaruit blijkt dat identieke woningen op de huizensite Funda worden aangeboden met sterk uiteenlopende oppervlaktes. Een studio in Leiden ‘groeide’ de afgelopen drie jaar van 41 naar 54 vierkante meter. Een appartement in Amersfoort ‘kromp’ in een jaar van 95 naar 60 vierkante meter.

Het verkeerd weergeven van oppervlaktes leidt er volgens makelaar Lauer toe dat woningzoekers voor niets een woning bezoeken. „Het levert een hoop extra werk op. Je gaat met een koper ergens kijken en dan blijkt de woning veel kleiner dan gedacht. Dan ben je voor niets geweest.”

De VEH wil dat de landelijke makelaarsorganisaties, NVM, VBO en LMV, bindende afspraken gaan maken over de methode voor vaststelling van het oppervlak van een woning. Op dit moment hanteren de meeste makelaars een methode van het Nederlands Normalisatie Instituut. Deze methode beschrijft precies wat wel en niet mag worden meegenomen bij het oppervlak. Zo mag een balkon aan de buitenkant van een huis niet worden meegenomen, maar als het balkon is afgesloten, mag het wel.

Volgens makelaar Lauer is de methode van het Nederlands Normalisatie Instituut geen goede manier om kopers een idee te geven wat ze met de ruimte in een huis kunnen. „Dat gedoe is alleen bedoeld voor taxaties, niet voor woningkopers.” Daarom pleit hij, net als de VEH, voor een simpeler methode: „Het zou beter zijn om, in plaats van ingewikkelde berekeningen te maken, alleen de binnenmaat te geven, het totale vloeroppervlak berekend aan de hand van de lengte en de breedte van een huis.”

Volgens André Drok, secretaris van de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM), de grootste makelaarsorganisatie van Nederland, is de oppervlakte niet het belangrijkste criterium voor woningkopers. „Bij woonhuizen zie je nooit dat de prijs per vierkante meter genoemd wordt. Een woning is anders dan een bedrijfsloods, waar de oppervlakte en de inhoud bepalen hoeveel je kunt opslaan. Daar geef je wel een prijs per vierkante meter weer. Dat is logisch.”

In de makelaarsopleidingen wordt uitgebreid aandacht besteed aan het bepalen van oppervlakte en inhoud. Johan Ros is betrokken bij de Beroepsopleiding Makelaars verbonden aan makelaarsvereniging VBO. Volgens hem is voor elke makelaar duidelijk hoe een oppervlakte moet worden bepaald. „Het is gewoon de lengte keer de breedte. En dan zijn er een paar uitzonderingen. Iedereen die daar een ingewikkeld verhaal van maakt, doet moeilijk.”

Na hun opleiding worden makelaars bovendien doorlopend bijgeschoold. „Taxatiemethodes en het belang van het goed weergeven van oppervlaktes maken onderdeel uit van de permanente educatie. In 2003 en 2004 hebben we er uitgebreid aandacht aan besteed”, zegt Ros.