Havana nerveus over ziekte Castro

Fidel Castro is zo ziek dat hij tijdelijk niet meer kan regeren. Dansend in Miami en nerveus in Havana volgen de Cubanen het nieuws over de pater familias van het tropische communisme.

Al bijna een halve eeuw is hij het almachtige hoofd van de nogal geïsoleerd levende Cubaanse communistische familie. Verreweg de meeste inwoners van de 47 jaar oude socialistische republiek Cuba hebben nooit een andere leider gekend dan Fidel Alejandro Castro Ruz. Op 13 augustus aanstaande hoopt hij – al dan niet in zijn ziekbed – zijn tachtigste verjaardag te vieren.

De bebaarde revolutionair Castro bepaalt zonder noemenswaardige inspraak tot in detail wat het beste is voor zijn elf miljoen onderdanen: in welk maatschappelijk bestel ze leven, wat de inwoners op televisie mogen zien en in de kranten kunnen lezen en waar ze naar toe mogen reizen (in principe nergens).

Ter illustratie van zijn alziend en controlerend oog is zijn beeltenis overal in het straatbeeld op het eiland aanwezig. Op posters of houten borden langs de weg belooft hij zijn landgenoten in allerlei strijdlustige variaties dat de glorieuze revolutie nooit zal zwichten voor het decadente imperialisme. En als dan op een late warme zomermaandagavond opeens op de televisie een treurige woordvoerder een plechtige verklaring voorleest waaruit blijkt dat de pater familias van het Cubaanse communisme door extreme stress langdurig geveld is en wordt vervangen door zijn 75-jarige broer Raúl, dan is dat wel even wennen.

In Miami, thuisbasis van honderdduizenden Cubanen die de benen namen uit de heilstaat – soms drijvend op autobanden naar Florida – werd het nieuws vooral dansend en feestend verteerd. De door deze Cubanen verfoeide dictator is nu zo goed als dood, was hun conclusie.

Maar in Havana wordt vooral ingetogen en nerveus gereageerd. Castro wordt ook door veel tegenstanders van zijn bewind gerespecteerd. De zaken die mis zijn op het eiland, zoals de corruptie, zijn de schuld van anderen, maar niet van de Comandante en Jefe. „Je weet wat je hebt en je moet maar afwachten wat er na zijn verscheiden gebeurt”, laat studente Inés per e-mail vanuit Cuba weten. „Iedereen is zeer bezorgd.”

Op het eiland bespreken de bewoners scenario’s die zich zouden kunnen gaan afspelen, mocht Castro niet meer herstellen. Vallen de kapitaalkrachtige Miami-Cubanen straks het land binnen en kopen die links en rechts de pittoreske bouwval om er in de naam van de neoliberale vooruitgang eindelijk McDonald’s filialen te kunnen openen? Komt er een bloedige burgeroorlog tussen de voor- en tegenstanders van het communistische bewind? Of klettert de oude machtsstructuur vanzelf ineen en gaan Amerikaanse soldaten straks op Cuba op de vuist met de net nieuw uitgeruste Venezolaanse troepen van Castro’s rijke socialistische steunpilaar Hugo Chávez, in een poging de politieke toekomst van het eiland en de regio te bepalen? Alles is mogelijk, maar zeker is dat niets blijft zoals het was.

Voor Castro leek een deel van de lol om koste wat het kost in het zadel te blijven om zo het beste de Amerikanen dwars te kunnen zitten. Castro wist immers toch maar mooi een ruim veertig jaar durend economisch embargo, negen Amerikaanse presidenten en naar eigen zeggen vele aanslagen en moordplannen (734 stuks) te overleven. Een speciale Amerikaanse regeringscommissie adviseerde vorige maand 80 miljoen dollar extra uit te trekken voor steun aan organisaties die de ontmanteling van het communisme voorstaan.

De enorme hekel die Castro heeft aan Bush en de zijnen bleek vorige maand nog eens tijdens het bezoek van de Cubaanse leider aan Argentinië. Een Amerikaanse journalist van Cubaanse afkomst vroeg Castro waarom hij de bejaarde Cubaanse medicus Hilda Molina geen toestemming geeft haar kleinkinderen in Argentinië te bezoeken. Castro liep rood aan en vroeg de journalist wie hem betaalde voor het stellen van dit soort rotvragen. Hij moest wel „een huurling” van Bush zijn.

Als symbool van het verzet tegen de Amerikaanse regering geniet Castro grote populariteit onder de Latino’s. De Argentijnse oma’s stuurden hem gisteren een allerhartelijkste gelukwens. „De Moeders sturen U een krachtige knuffel vol energie uit ons hart”, schrijven de Dwaze Grootmoeders die in eigen land beroemd zijn door hun strijd tegen de dictatuur.

Volgens de Argentijnse journalist en columnist Andrés Oppenheimer van de Amerikaanse krant Miami Herald is er echter geen enkele reden om Castro te zien als rolmodel van manhaftigheid. De Cubaanse (ex-)leider is volgens hem de grootste schijtlijster van Latijns Amerika. Hij is namelijk de enige politieke leider in de regio die het in 47 jaar niet één keer heeft aangedurfd zijn eigen positie in vrije verkiezingen op het spel te zetten. Castro laat geen onafhankelijke media toe, accepteert geen andere politieke partijen dan zijn eigen communistische en geeft zijn bevolking nauwelijks toegang to het internet. Fidel is, volgens Oppenheimer, in alle opzichten een ordinaire lafbek.

Maar wel een ijzersterke, zo lijkt het. In het dagelijkse actualiteitenprogramma De Ronde Tafel werd gisteravond een nieuwe verklaring van Castro voorgelezen. Daarin staat dat de situatie van Fidel stabiel is en dat hij opgewekt is. Het wachten is nu op een levensteken van broertje Raúl die sinds maandagavond 18.22 uur de baas is van Cuba.