Glansrijk Stones-concert zonder plichtmatigheid

Oorverdovend én oogverblindend. De Rolling Stones bewezen maandagavond in de Amsterdam Arena nog steeds in staat te zijn hels lawaai boeiend te combineren met aantrekkelijk schouwspel. De vonk sloeg niet meteen over. De – zacht gezegd – matige akoestiek van de Arena vormt een serieuze handicap. Bovendien hadden de halfbejaarde rockers even tijd nodig om op stoom te komen. En het lag waarschijnlijk ook aan de gevorderde leeftijd van de meeste bezoekers. Zij hadden het nagenoeg allemaal al eens eerder gehoord en gezien, op vorige tournees als Forty Licks (2003), Bridges to Babylon (1998), Voodoo Lounge (1994/95), Urban Jungle (1989/90) of nog eerder. Voor hen moesten de Stones eerst maar eens bewijzen dat zij een massaspektakel nog steeds knap weten te ensceneren.

Dat lukte opnieuw en wat deze prestatie extra glans gaf, was dat zij de voor routiniers gapende valkuil van plichtmatigheid op een paar kleine inzinkingen na wisten te mijden. Met dank aan het opjuttende slagwerk van Charlie Watts en vooral aan de aanstekelijke vitaliteit van Mick Jagger die alle uithoeken van het reusachtige podium ogenschijnlijk moeiteloos besprong en bedwong. „Geweldig om hier te zijn. Beter laat dan nooit”, zei hij in het Nederlands onder verwijzing naar de concerten die werden geannuleerd na de curieuze val van Keith Richards uit een palmboom op de Filippijnen.

Vergeleken met Mick Jagger viel de actieradius van Ron Wood en Keith Richards in het niet. Maar hun speelvreugde was er niet minder om, al liet Keith Richards weer horen dat hij het zingen voortaan beter kan laten.

Eenentwintig nummers speelden de vier Stones, in amper twee uur tijd, ondersteund door drie zangers en zeven muzikanten. Hun ijzeren repertoire voerde de boventoon, waaronder Jumping Jack Flash, It’s Only Rock ’n Roll en Get Out of My Cloud. Verder sprongen een hommage aan Ray Charles (One Night With You) en een ontroerend mooi As Tears Go By er uit.

Qua schouwspel werden de dartelende Mick Jagger en het daverende vuurwerk overtroffen door het uitstapje dat de kernleden van de band maakten op een soort presenteerblad dwars door het publiek op het middenterrein. Licht uit, spot aan. Het deed verlangen naar wat intiemere songs als Ruby Tuesday en Sweet Virginia, maar daar zagen de Stones dit keer helaas van af. Evenals van The Last Time. Zover is het kennelijk nog steeds niet. Ook hoop doet leven, zullen ze denken.