Gemeenten moeten geld teruggeven

Het ministerie van Sociale Zaken heeft vandaag twaalf bodemprocedures gewonnen over de terugvordering van in totaal 7 miljoen euro aan Europese subsidie van gemeenten, provincies en stichtingen.

De Raad van State verwierp vanochtend de bezwaren die de belanghebbenden hadden ingediend tegen het intrekken van de subsidie uit het Europees Sociaal Fonds (ESF). Voor de gemeente Amsterdam gaat het om 5 miljoen euro.

De Raad van State, de hoogste bestuursrechter, deed vanochtend uitspraak in zeventien bodemprocedures. Vier daarvan, ook door het ministerie aangespannen tegen onder meer de gemeente Rotterdam, zijn terugverwezen naar de rechtbank. In één zaak werd het departement deels in het gelijk gesteld. Bij de Raad van State liggen nog zeven soortgelijke zaken, bij de rechtbanken nog circa zestig.

De uitspraken vormen het slot van de zogenoemde ‘ESF-affaire’. De Europese Commissie eiste vijf jaar geleden subsidie terug die Nederlandse gemeenten, provincies en instellingen in de periode 1994-1999 hadden ontvangen uit het ESF. De subsidie was bestemd voor werkgelegenheidsprojecten, zoals cursussen om werklozen om te scholen tot computerdeskundigen.

Het geld moest volgens de Europese Commissie teruggevorderd worden, omdat de administratie van de projecten ondeugdelijk was. Nederland moest over de eerste helft van de jaren negentig 157 miljoen euro terugbetalen, en over latere jaren zo’n 80 miljoen euro.

Het ministerie van Sociale Zaken, verantwoordelijk voor de uitvoering van de ESF-regeling, eiste het geld vervolgens terug van de ontvangers. Die gingen in beroep, maar de Raad van State heeft de minister nu gelijk gegeven.

De instellingen die subsidie kregen, moesten een deelnemersadministratie bijhouden en een financiële administratie. Probleem was dat zij te weinig bewijsmateriaal naar Den Haag opstuurden. Sommige instellingen stelden maandelijks een urendeclaratie op, terwijl de ESF-regels voorschrijven dat de uren dagelijks worden bijgehouden. Die ‘urenstaat’ had met de declaratie naar Den Haag gemoeten, vindt de Raad.

De Raad van State heeft uitsluitend onderzocht of de administratie voldeed aan de criteria van het ESF, en niet of de werkgelegenheidsprojecten waarvoor het geld werd gebruikt, succesvol waren. De zogenoemde ‘ESF-affaire’ leidde ertoe dat overheidsinstellingen en bedrijven huiverig werden subsidie aan te vragen.

Het ministerie van Sociale Zaken heeft daarna veelvuldig oproepen gedaan om aanvragen te doen. Dit leverde zoveel belangstelling op, dat het geld voortijdig dreigde op te raken.