Een zoen van de juf

Terwijl een groot deel van Nederland vakantie heeft, wordt in Den Haag druk gesleuteld aan de begroting voor 2007, die het rompkabinet-Balkenende in september zal presenteren. De miljoenennota had het pronkstuk moeten worden van het kabinet, dat na het zuur van de harde ingrepen in de begroting van de afgelopen jaren, de bevolking nu het zoet wilde laten proeven. Zulke Haagse zoetigheid is politiek van groot belang, maar de burger weet ook zelf zijn weg weer te vinden naar de suikerpot: de economie trekt fors aan, de werkloosheid daalt en de inflatie is goed onder controle. De consumptieve bestedingen komen, na jaren van achterdocht, eindelijk goed los. Volgende week zal dat moeten worden bevestigd door de eerste raming van de economische groei over het tweede kwartaal.

Het zal in de aanloop naar de komende verkiezingen een belangrijk punt van discussie worden in hoeverre het kabinet zichzelf dit succes mag toerekenen. Wat dat betreft is het jongste verslag van het Internationale Monetaire Fonds (IMF) over Nederland een steun in de rug. Volgens het IMF heeft het ‘sterke beleid’ bijgedragen aan het economisch herstel, en er is lof voor het snel en rigoureus terugdringen van het begrotingstekort, dat enkele jaren geleden nog langs de norm van ‘Maastricht’ (3 procent) scheerde.

Er zijn wel kanttekeningen te maken bij het succes. Allereerst is er de voorgeschiedenis aan het einde van de jaren negentig en het jaar 2000, toen de economie werd toegestaan over zijn toeren te draaien en werd afgezien van het laten oplopen van het toenmalige begrotingsoverschot. Verstandiger beleid had kunnen voorkomen dat het dal daarna zo diep moest zijn, hetgeen weer leidde tot de even heftige opleving die we vandaag beleven. Ten tweede zijn er de huizenprijzen, waarvan het verloop heeft bijgedragen tot de snelle economische groei in de jaren negentig, de pauze in de afgelopen jaren en, wie weet, het huidige forse herstel. Ten derde heeft beleid slechts ten dele invloed op de conjunctuur. Die leidt, zeker in een open economie als de Nederlandse, een eigen leven, dat gedomineerd wordt door wat er in het buitenland gebeurt. Zie bijvoorbeeld de aardgasbaten.

Het neemt niet weg dat het IMF het kabinet krediet geeft voor de ingrepen die tot nu toe zijn gepleegd: het begrotingsbeleid, de hervorming van de arbeidsongeschiktheid en zorg, en het toezicht op de financiële stabiliteit. Dergelijke hervormingen maken de economie sterker en vooral weerbaarder. Het IMF geeft exact aan waarover de toekomstige discussie in Nederland zal moeten gaan: het geleidelijk aan verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd, het streven naar een structureel begrotingsoverschot en een ingreep in de hypotheekrente-aftrek.

Dat zijn gevoelige onderwerpen. Het kabinet heeft de suggestie van de IMF-onderzoekers over het afbouwen van de hypotheekrente-aftrek uit de uiteindelijke aanbevelingen van het bestuur van het fonds weten te houden. Ook dat is weliswaar politiek relevant, maar het zal de discussie in de aanloop naar de verkiezingen waarschijnlijk niet doen verstommen. Terugkijken op gevoerd beleid is goed, maar vooruitkijken naar het beleid dat komen gaat, is onvermijdelijk. Nederland krijgt een zoen van de juf, maar het nieuwe schooljaar moet nog beginnen.