Een kardinaal van de wereldkerk

Kardinaal Johannes Willebrands deed zijn taak als leider van de katholieke kerk in Nederland ‘erbij’. „Zijn hart lag bij de oecumene.”

Toen paus Paulus VI in 1975 Johannes Gerardus Maria Willebrands aanzocht om aartsbisschop van Utrecht te worden, reageerde de kardinaal aarzelend. Hij betreurde het, zo meldde hij de paus, dat hij door de benoeming zijn ambt moest opgeven als voorzitter van het Secretariaat voor de Eenheid van de Christenen, dat in het Vaticaan zetelt.

Paulus VI antwoordde dat Willebrands hem niet goed had begrepen: de paus wilde dat Willebrands zijn werk in het Vaticaan zou voortzetten, en daarnaast aartsbisschop in Utrecht zou worden. De dubbelfunctie had als consequentie dat Willebrands ging pendelen tussen Nederland, het Vaticaan en de rest van de wereld.

„Zijn hart lag bij de oecumene, door dat werk is hij van wereldhistorische betekenis geweest”, zegt P. Nissen, hoogleraar kerkgeschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen. „Door die veeleisende bezigheden kon Willebrands niet de volle aandacht geven aan de spanningen in Nederland. Zijn rol als aartsbisschop (1975-1983) was niet zijn meest geslaagde.”

Paus Paulus VI benoemde Willebrands, die gisteren op 96-jarige leeftijd in Denekamp overleed, om rust te brengen in de Nederlandse kerkprovincie, waar de bisschoppen in onderlinge problemen waren verwikkeld.

Hoewel de kardinaal internationale allure had, werd hij door de gelovigen met gemengde gevoelens ontvangen, schreef de theologe Maria ter Steeg-Van Wayenburg in 1983 in NRC Handelsblad. „Willebrands had nauwelijks ervaring in de parochie-zielzorg, en na de bisschopsbenoemingen van Simonis en Gijsen in respectievelijk 1970 en 1972 was er enige argwaan tegen een van hogerhand uit Rome gezonden bisschop.”

Willebrands overwon de argwaan in zijn bisdom vooral door zijn innemende en eenvoudige persoonlijkheid die geen onnodige afstand schiep, vervolgde Ter Steeg in haar verhaal. Ze meldde ook dat Willebrands, „die ooit, onder andere door de Franse theoloog Congaar als kandidaat voor het pausschap werd genoemd”, vanuit het Vaticaan nimmer voldoende vertrouwen heeft gekregen voor zijn beleid in Nederland. „De hulpbisschoppen op wie hij sinds september 1977 dringend wachtte om zijn zware dubbelfunctie te kunnen vervullen, werden door Rome pas in 1982 benoemd”, schreef ze.

Willebrands werd op 4 september 1909 in het Westfriese Bovenkarspel geboren. Negen kinderen telde het gezin, waarvan vader directeur was van de plaatselijke bloemenveiling. Beide ouders waren actief in het rooms-katholieke verenigingsleven. Weekblad De Tijd beschreef op 4 juni 1976 de levensloop van Willebrands, die op de lagere school als „uiterst begaafd” bekend stond.

Willebrands bezocht de kleinseminaries in Roermond en Vaals. Hij studeerde vervolgens aan het grootseminarie in Warmond, met filosofie als meest geliefde vak. In 1934 werd hij tot priester gewijd. Tussen 1934 en 1937 bezocht hij de Dominicaanse universiteit in Rome, waar hij cum laude promoveerde op een proefschrift over de leer van John Henry Newman, een kardinaal-theoloog uit de negentiende eeuw. Daarna was hij kapelaan in Amsterdam.

Van 1940 tot 1948 was Willebrands professor in de geschiedenis der wijsbegeerte aan het Filosoficum in Warmond. Sinds 1945 was hij daar directeur – „populair bij studenten”, aldus het weekblad De Tijd.

Tussen 1948 en 1960 was hij de eerste voorzitter van de Sint Willibrord Vereniging, hét adviesorgaan van het Nederlandse episcopaat op het gebied van oecumene, de toenadering tussen alle christenen. In die rol toonde hij zijn beste kwaliteiten: de kunst om te luisteren, en de nadruk leggen op dingen die binden in plaats van op de verschillen.

In 1960 werd Willebrands onder kardinaal Bea secretaris van het Secretariaat voor de Eenheid van de Christenen, na Bea’s dood (1969) werd hij voorzitter. Daarmee was Willebrands binnen de katholieke kerk na de paus jarenlang de hoogstverantwoordelijke voor het belangrijke gebied van de oecumene.

Willebrands was de architect van historische ontmoetingen tussen pausen en hoge vertegenwoordigers van de anglicaanse en de Oosters-orthodoxe kerken. Bovendien speelde hij een belangrijke rol in de toenadering tussen katholieken en joden. Hij bezocht, ten tijde van het Concilie (1962- 1965), de staat Israël; later bereidde hij het bijzondere bezoek van paus Paulus VI aan dat land voor.

In het Vaticaan bestond altijd algemene waardering voor het behoedzame optreden en het pragmatisme van Willebrands, de kosmopoliet die als een sterk diplomaat werd omschreven. En die uitblonk in talenkennis. Zijn carrière in dienst van de christelijke eenheid wordt door ingewijden „zeer opzienbarend” genoemd, Willebrands was „een kardinaal van de wereldkerk”.

Kerkhistoricus Nissen: „In het handboek Histoire du christianisme (2005) staan in de twintigste eeuw twee Nederlandse aartsbisschoppen vermeld: De Jong, wegens zijn functie in de Tweede-Wereldoorlog, en Alfrink, wegens zijn betekenis voor het Vaticaans Concilie. Willebrands komt in het handboek niet voor, althans niet als aartsbisschop. Maar wél als voorzitter van de oecumenische raad. Nogmaals, in die rol is hij van wereldhistorische betekenis geweest.”