De pijn is weg en de blik weer fris

Noodweer stuurde dag twee van de EK zwemmen in Boe-dapest volledig in de war.

De herintredende Pieter van den Hoogenband was een van de slachtoffers.

Noodweer dreef de Olympisch kampioen gisteravond naar een bootje op de Donau. In de hoop alsnog het zwemmershotel te bereiken, even verderop op het door wind, regen en onweer geteisterde Margit-eiland. Een omgewaaide boom had de toegangsweg versperd en dus zocht Pieter van den Hoogenband op last van de teammanager van de Nederlandse zwemploeg noodgedwongen zijn heil op een vaartuig, waar zich op dat moment ruim dertig doorweekte journalisten bevonden.

Na tien minuten vertrok Van den Hoogenband weer, toen alsnog het sein ‘kust veilig’ was gegeven. In de wetenschap dat zijn geplande optreden van gisteren verschoven is naar vandaag. Aan het einde van de ochtend pas mag de 28-jarige Brabander weer te water, voor zijn halve finale op de 200 meter vrije slag. „Het is me in Millau (Zuid-Frankrijk, red.) ook wel eens overkomen, zo’n enorme hoosbui, maar daar moesten we gewoon van dat startblok af.”

Maar Van den Hoogenband, een geboren optimist, liet zich niet van de wijs brengen door de wolkbreuk boven Boedapest, die de stad gisteren aan het einde van de middag letterlijk overspoelde. Op dat moment lag hij – droog en wel – op de massagetafel, in afwachting van zijn halve finale, met naast hem ploeggenoot Olaf Wildeboer. „Opeens kwamen die Italianen (zijn concurrenten Massimiliano Rosolino en Filippo Magnini, red.) voorbij, bibberend van de kou. Wat gaat er nou gebeuren, vroegen ze. Die gasten zagen het helemaal niet meer zitten, dus ik zeg tegen Olaf: die hebben we alvast in onze zak.”

Maar zover kwam het dus niet. Het noodweer, begeleid door lichtflitsen en donderslagen, dwong de organisatie om tien over half zes de rest van het programma te schrappen. Ook dat had zo zijn voordeel, sprak de titelverdediger op laconieke toon. „Ik ben nog van de oude stempel: ’s ochtends series, ’s avonds finale.”

Zijn coach Jacco Verhaeren wandelde dwars door de hoosbui heen naar het onderkomen van de Nederlandse zwemploeg. „Het is toch vervelend, al is Pieter door de wol geverfd”, zei hij na aankomst per telefoon. „Tegenslagen horen bij de topsport. Soms moet je de omstandigheden accepteren zoals ze zijn.”

Als iemand die kunst verstaat, dan is het Van den Hoogenband wel. Maar de vraag die deze week op ieders lippen ligt aan de oevers van de Donau is deze: hoe goed is de drievoudig Olympisch kampioen nog, na een zware hernia-operatie die hem bijna driekwart jaar uit de competitie heeft gehouden? Het herstel vergde lang. „Vergeet niet: Pieter is een topsporter, iemand die zijn spieren en gewrichten veel zwaarder belast dan jij en ik, en al voor [de Olympische Spelen in] ‘Athene’ met rugklachten worstelde’’, vertelde zijn vader, chirurg Cees-Rein van den Hoogenband, gisteren voorafgaand aan de geplande finales.

Het lichaam van een zwemmer, en zeker dat van een gekwetste zwemmer, laat zich vergelijken met de motor van een luxe sportauto. Heeft die om wat voor reden dan ook te lang in de schuur gestaan, dan duurt het even voordat de motor weer zodanig draait dat de exceptionele kwaliteiten aan het licht komen.

Zijn zoon lag „lelijk in de kreukels” en moest „van bijna niets weer helemaal opgebouwd worden”. Dat is gelukt, stelde Van den Hoogenband senior gisteren tevreden vast, mede op basis van de overtuigende race (snelste tijd in 1.47,63) de series van de 200 vrij. Bovendien: „Zijn kop staat weer goed, Piet kijkt weer fris en gretig uit zijn ogen. Het doet hem zichtbaar goed dat hij er weer is, twee jaar na zijn laatste grote toernooi (Zomerspelen in Athene, red.), dat hij weer mag racen. Dat beschouwt hij als een voorrecht. Eindelijk ook is hij weer pijnvrij. Hier heeft hij het allemaal voor gedaan. Dat besef leeft heel sterk.’’

Van den Hoogenband junior, bezig aan zijn zevende Europese titelstrijd op de langebaan (50 meter), hoopt vanavond – als de weergoden het toestaan – zijn tiende gouden medaille aan zijn toch al indrukwekkende EK-verzameling toe te voegen. Zijn vader liep gisteren alvast op de zaken vooruit. „Pin me d’r niet op vast, maar als ik ’m zo zie zwemmen als vanmorgen in de series, dan weet ik genoeg.”

Opgewekt is Van den Hoogenband toch al, weet zijn vader. Intern wierp de kopman van de Nederlandse zwemploeg zich in het verleden al meermalen op als mentor, maar voelde hij zich vaak niet begrepen door zijn jongere, minder ervaren collega’s. In Boedapest is, na de stille revolutie van eerder dit jaar waarbij zijn trainer Verhaeren promoveerde tot hoofdcoach, alles anders. „Ze luisteren naar hem en ze begrijpen hem steeds beter. Piet heeft niet meer het gevoel dat hij tegen een muur praat.”