China’s spotgoedkope nep ‘Zegt u maar welk label u erop wilt hebben’

Bescherming van intellectueel eigendom is in China een lachertje. Al winnen wereldmerken er wel al rechtszaken. Maar voorlopig heeft iedereen in China baat bij de massale diefstal en pikt men zijn graantje mee.

De jonge verkoopsters van Silk Market in Peking weten heel goed hoe ze de toeristen op hun gemak moeten stellen. ‘Het is mij een genoegen u te mogen helpen’, staat op een bord waarop het management de Engelse vertaling van een reeks standaardzinnen heeft opgeschreven.

Silk Market, een toeristische trekpleister naast de cultuurhistorische bezienswaardigheden in Peking, was vroeger een wirwar van nauwe steegjes met kraampjes en winkeltjes. Die zijn anderhalf jaar geleden met de grond gelijk gemaakt. Nu is Silk Market ondergebracht in een groot gebouw, en moeten de uitbaters van de ongeveer 1.600 stands huur betalen voor een plekje op een van de acht verdiepingen.

Silk Market heet zo omdat je er zijde stoffen kunt kopen, naast andere traditionele producten zoals thee. Maar de meeste toeristen komen (ook) op Silk Market af om de namaak. ‘U heeft een goede smaak, dat staat u goed’, is ook zo’n zin die de vasthoudende verkoopsters goed af gaat – en vrijwel altijd gaat het dan om goedkope nep.

Jeans van het merk Armani kosten in een luxueus winkelcentrum verderop zo’n 120 euro per stuk – daar kopen China’s nieuwe rijken, vooral jongeren tussen de 20 en 30 jaar, zegt een verkoopster. Hier in Silk Market kosten ze 20 euro. Dat is althans de vraagprijs. Met wat afdingen zakt de prijs al snel tot onder de 8 euro.

Het is maar een voorbeeld. Heel veel in Silk Market is niet echt en daarom spotgoedkoop. Juist daarom komen er drommen buitenlandse toeristen op af. Maar hoe lang nog? Ook de eigenaren van Silk Market en van enkele andere winkelcentra in Peking vinden dat het zo niet langer kan – misschien niet toevallig nadat gerenommeerde merken als Burberry, Chanel, Gucci, Louis Vuitton en eerder al Adidas rechtszaken in Peking hadden aangespannen en gewonnen.

Begin juni beloofden de winkelexploitanten plechtig om voortaan namaakartikelen van internationale topmerken te weren. Dat gebeurde in aanwezigheid van de Chinese onderminister van Handel, Ma Xiuhong, en van Europees handelscommissaris Peter Mandelson. Mandelson komt namens de EU op voor de bescherming van intellectueel eigendom. Hij toonde zich dan ook zeer ingenomen met de gemaakte afspraken. Wang Zili, algemeen manager van Silk Market, zei dat hij het voortouw zal nemen in de strijd tegen namaak door zijn onderhuurders te dwingen „hun zakelijke activiteiten aan te passen”.

Maar de nieuwe regels staan nog niet op het bord met de Engelse standaardzinnen. De verkoopster op de eerste verdieping van Silk Market kent het nieuwe protocol niet. „Daar schrik ik van”, reageert ze, als we zeggen dat ze het merkshirt dat ze voor 6 euro aanprijst, eigenlijk niet mag verkopen. Ze zwijgt even, en zegt dan: „Oké, voor 4 euro dan?’’

Vervolg DIEFSTAL: pagina 14

achtergrond: Hoe in China diefstal van intellectueel eigendom welig tiert

DIEFSTAL

‘Zegt u maar welk label u erop wilt hebben’

Vervolg van pagina 13

Haar twee collega’s bij een van de vele stalletjes met tassen weten wel degelijk wat officieel wel en niet mag. Het label van Louis Vuitton is niet te ontdekken tussen de tassen die in allerlei soorten en maten hoog liggen opgestapeld. Wel haalt een van hen een beduimelde catalogus van het Franse merk tevoorschijn. „Welke wilt u hebben?”, vraagt ze. Maar dat heeft geen zin, ze mag ze toch niet verkopen. Ze draait zich om, loopt naar achteren en zoekt even onder een stapeltje dozen. Triomfantelijk toont ze een tas van Louis Vuitton. „Ik heb ze wel”, zegt ze ten overvloede. „Maar we mogen ze van de politie niet openlijk laten zien.”

Verschillende verkoopsters vertellen hetzelfde verhaal. De politie controleert wel degelijk op de verkoop van namaak. Maar van te voren krijgen de uitbaters van het management te horen wanneer de controles gaan plaatshebben. „Zij vertellen ons welke merken we op een geven moment niet mogen uitstallen”.

De Brit Peter Humphrey, oprichter van het adviesbureau ChinaWhys, is niet bepaald verbaasd. „Het is gemakkelijk een politiek akkoord te sluiten over het bestrijden van namaak, maar het grote probleem in China is de uitvoering. Wat op politiek niveau wordt besloten, heeft in de praktijk vaak nauwelijks invloed”, zegt hij.

Humphrey was twintig jaar journalist in China. Sinds acht jaar verdient hij zijn brood met het adviseren van buitenlandse bedrijven hoe zich te wapenen tegen witteboordencriminaliteit en productpiraterij in China. En voorlopig kan hij daarmee nog wel vooruit.

Corruptie, diefstal van intellectueel eigendom en piraterij zijn zo diep geworteld in de Chinese samenleving, zegt hij, zoveel partijen profiteren ervan, dat fraudebestrijding bijna een kansloze onderneming is. Ook degenen die worden geacht corruptie te bestrijden, zijn gemakkelijk te corrumperen: stadsbesturen, ambtelijke apparaten die verantwoordelijk zijn de registratie van bedrijven, voor merkenregistratie en het afgeven van keurmerken, en politie, rechters, advocaten die bedrijven in de hand nemen, ingehuurde detectives. „Iedereen heeft baat bij het voortbestaan ervan en pikt een graantje mee”.

Dat geldt voor Silk Market, waar iedereen blij is met de aanhoudende toeristenstroom. Maar bijvoorbeeld ook voor de groothandelsmarkt Nansantiao in Shijiazhuang, de hoofdstad van de provincie Hebei. Op Nansantiao Market, ondergebracht in gebouwen met schreeuwerige reclame op de gevels, wordt jaarlijks voor ruim 2 miljard euro omgezet aan schoenen, speelgoed, tassen, huishoudartikelen en schrijfgerei.

Elders in de stad zijn door het stadsbestuur nieuwe gebouwen neergezet voor de handel in elektronica en kleding – met een omzet van nog eens 1,8 miljard euro. Via internet en in kleurrijke folders spreekt het stadsbestuur over de „briljante toekomst” van Nansantiao en prijst het de goede infrastructuur aan (banken om transacties te vergemakkelijken, telecommunicatie, transportverbindingen, goede maaltijden voor weinig geld, hotels, etc.). Trots wordt ook gewezen op de groeiende export naar landen als de Filippijnen, Zuid-Afrika, Rusland, Oekraïne en Kazachstan.

In de winkel van Kongjun kost een tas van Dupont 20 euro, groothandelsprijs. „Ze worden gemaakt in Guangzhou. Wij mogen ze hier verkopen”, zegt een verkoper. „Binnen vijftien dagen kunnen we ze binnen hebben”.

In de winkel ernaast kost een tas van Louis Vuitton slechts 10 euro, maar daarover valt nog te praten. De eigenaar krabbelt zijn emailadres op een visitekaartje. Het is geen enkel probleem om een partij naar Nederland te sturen. „Wij kennen de kanalen” , zegt hij.

De levertijd van zijn tassen bedraagt slechts vier dagen. Dat komt doordat ze in Shijiazhuang zelf worden gemaakt. „Nee, ik zeg niet waar”, zegt de verkoper. Maar het is wel een goed atelier, verzekert hij ons. „Desnoods stuurt u uw eigen design naar ons op, en wij maken het. Zegt u maar welk label u erop wilt hebben.”