Chávez zoekt vrienden in strijd tegen de VS

De Venezolaanse president Chávez maakte een reeks stoutmoedige staatsbezoeken.

Zal zijn wereldtournee succesvol blijken?

Hugo Chávez was ook graag naar de Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang gegaan. Maar zelfs het Venezolaanse Congres vond een staatsbezoek van zijn president aan het stalinistische Noord-Korea té controversieel. Dus stopte Chávez de afgelopen weken alleen in Wit-Rusland, Rusland, Iran, Qatar, Vietnam en Mali. Vandaag komt hij thuis.

In Wit-Rusland prees hij Loekasjenko, de laatste dictator van Europa, voor het „neutraliseren van de kleurenrevolutie”. In Rusland kocht hij kalasjnikovs en straaljagers. In Iran, dat hij dit weekeinde voor de zesde keer bezocht, maakte hij afspraken met president Ahmadinejad over samenwerking in de olie-industrie en werd hij geprezen om zijn standpunt over Irans kernwapenprogramma. In Vietnam ging hij op bezoek bij een oude legerkolonel om te leren hoe je Amerikanen je land uit vecht.

Waarom maakt Chávez al deze stoutmoedige staatsbezoeken langs vaak controversiële landen?

Allereerst probeert hij wereldwijd anti-Amerikaanse rugdekking te vinden. Chávez denkt dat de VS achter een korte staatsgreep zaten, waarbij hij in 2002 48 uur werd afgezet. Sindsdien bereidt Chávez zijn land voor op een „aanstaande Amerikaanse invasie”. Reservisten worden opgeroepen, wapens ingeslagen.

En Chávez is (bijna) overal en altijd welkom, voornamelijk wegens de Venezolaanse oliereserves. Die worden geschat op maximaal 310 miljard vaten. Met zijn oliedollars zet hij in eigen land sociale projecten op en koopt hij over de grens sympathie.

Tegelijkertijd kan hij niet te ver gaan in zijn anti-Amerikaanse houding. Chávez’ politieke lot is sterk afhankelijk van olieleveranties aan diezelfde VS. Zo’n 80 procent van Venezuela’s totale olie-export gaat naar Amerika. Hoewel hij regelmatig zegt de olieleveranties aan de VS te staken, heeft hij heeft dat dreigement nog nooit waargemaakt.

Dat zou ook moeilijk voor hem worden, want Chávez kan zijn olie nauwelijks aan andere landen kwijt. De Venezolaanse olie is zo zwaar en zwavelrijk dat speciale raffinaderijen nodig zijn om haar te verwerken voor de petrochemische industrie. En die raffinaderijen staan nu juist in de VS. De olie verder weg vervoeren, naar bijvoorbeeld China, is veel duurder en de winsten zouden hierdoor fors lager uitvallen.

Zijn staatsbezoeken hebben sinds kort nog een ander doel. Chávez hoopt op een zetel voor Venezuela in de VN-Veiligheidsraad. Dat zou zijn land een mondiaal podium geven voor zijn socialistische opvattingen.

De tweejaarlijks roulerende regionale zetel waar Chávez op aast, wordt door de Latijns-Amerikaanse landen meestal onderling verdeeld. De Caricom, een unie van zestien Caraïbische staten, liet vorige maand doorschemeren Chávez te steunen. Ook Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay zinspelen op eenzelfde voorkeur. Venezuela levert aan allerlei landen olie tegen zeer gunstige voorwaarden.

Toch is er een kans dat de latino’s er niet samen uitkomen. Dan geeft een stemming in de Algemene Vergadering van de VN in oktober de doorslag. En de VS zitten niet te wachten op Chávez’ ongepolijste standpunten over internationale kwesties als Darfur, Irans nucleaire verrijkingsprogramma of Noord-Korea’s raketten. Over de huidige Midden-Oosten-crisis zei Chávez bijvoorbeeld dat Israël in Libanon een „holocaust” uitvoert. Met zijn wereldreis poogde Chávez alvast stemmen te winnen onder de 192 lidstaten.

De verdeeldheid van het Latijns-Amerikaanse continent lijkt opvallend. De regio schoof de laatste jaren juist Chávez’ kant op. Na de verkiezingszeges van oud-vakbondsman Lula (Brazilië), peronist Kirchner (Argentinië), socialist Vázquez (Uruguay), sociaal-democrate Bachelet (Chili) en coca-activist Morales (Bolivia) viel vaak de term ‘linkse golf’. Nu blijkt dat die leiders zich, eenmaal in ambt, toch van elkaar onderscheiden, spreekt men liever van ‘roze golfjes’.

Hoe dan ook, dat roze hoogtij is een tegenreactie op het neoliberale, door velen als Amerikaans ervaren, beleid van eind vorige eeuw. In veel landen werden de nationale munt en economie hierdoor stabieler, maar de keerzijde was dat de ongelijkheid tussen arm en rijk toenam. Het gaf vleugels aan anti-Amerikaanse politici die een sterkere staat en meer inkomensgelijkheid beloofden.

Dat de socialist Chávez desondanks niet verzekerd is van brede steun voor een zetel in de VN-Veiligheidsraad, toont aan dat de gematigd linkse leiders in Latijns-Amerika zich lang niet altijd bij hem thuis voelen. Niet alle Latino-leiders willen een even socialistisch model als Chávez. Ze pikken graag een graantje mee in de olierijkdom. En met een anti-Amerikaans electoraat loont het om bij tijd en wijle uit te varen tegen de VS, weten ze. Maar Chávez’ voortdurende geruzie met Washington en zijn vele bijnamen voor Bush (dronkelap, moordenaar, terrorist, Mr. Gevaar) gaan ook hun te ver. En grote landen als Mexico, Argentinië en vooral Brazilië zien zich niet graag overschreeuwd door Venezuela.

De steun van andere landen voor de zetel in de Veiligheidsraad kan dus nodig zijn. In ruil voor die loyaliteit heeft Chávez overigens wél wat te bieden, zowel financieel als politiek.

Voor een internationale paria als Loekasjenko is het gewoon prettig weer eens hoog bezoek te krijgen. Maar in Rusland ging Chávez niet alleen op visite. Hij kocht ook voor 790 miljoen euro aan wapentuig, ondanks een recent Amerikaanse wapenembargo tegen Venezuela.

De wapendeal was voor de Russische president Poetin behalve economisch, ook politiek interessant. Hij gaf zijn ambtgenoot Bush zo een koekje van eigen deeg: de VS verkochten in juni 48 F-16-straaljagers aan Polen. Direct na Chávez’ bezoek beloofde de Poetin hem zijn steun voor een zetel in de VN-Veiligheidsraad.

Bekijk een parodie op Chávez waarbij hij Bush uitscheldt op de melodie van Me gustas tú. Via: www.nrc.nl/wereld