Bot: realo’s winnen pleit in Europa

De EU riep gisteren niet op tot een onmiddellijk staakt-het-vuren in Libanon.

Daarmee nam de Unie geen afstand van de VS.

BRUSSEL. - Nederland heeft gisteren, samen met Groot-Brittannië en Duitsland, verhinderd dat de Europese Unie op zou roepen tot een ‘onmiddellijk staakt het vuren’ in het Midden-Oosten. In plaats van de tekst van het Finse voorzitterschap, waarin van zo’n ‘onmiddellijk staakt-het-vuren’ sprake was, namen de ministers van Buitenlandse Zaken van de EU op hun vergadering in Brussel een hybride verklaring aan, waarin wordt aangedrongen op „een onmiddellijke beëindiging van de vijandelijkheden die uitloopt op een duurzaam staakt-het-vuren”.

De ‘realo’s’ hebben daarmee in Europa het pleit gewonnen, meende de Nederlandse minister van Buitenlandse zaken, Bernard Bot, na afloop. Landen als Zweden, Frankrijk, Spanje en Griekenland hadden graag gezien dat de EU, in navolging van de secretaris-generaal van de Navo, Kofi Annan, tot een onmiddellijk staakt-het-vuren had opgeroepen. Het heeft er nog om gespannen: aanvankelijk stonden Groot-Brittannië en Nederland betrekkelijk alleen in hun verzet tegen de Finse ontwerptekst, maar dat veranderde toen de Duitsers zich ermee gingen bemoeien.

Ten slotte heeft Frankrijk zich niet verzet tegen de door Luxemburg bedachte compromis-formulering, al was het maar omdat, aldus Bot, deze inhoudelijk niet strijdig is met de Franse ontwerpresolutie in de Veiligheidsraad over de oorlog aan de Libanese grens. Bot zei overigens te hopen dat deze verklaring van de EU, én de voor het einde van deze week verwachte VN-resolutie, Israel ertoe kunnen bewegen om na de huidige tijdelijke wapenstilstand de vijandelijkheden niet volledig te hervatten.

Hoewel in het normale spraakgebruik het verschil tussen ‘onmiddellijk staakt-het-vuren’ en ‘onmiddellijke beëindiging van vijandelijkheden’ misschien niet het oog springt, spreekt de formulering vanuit diplomatiek gezichtspunt duidelijke taal: de EU heeft er van af gezien zich in haar standpunt te distantiëren van de Verenigde Staten, hoewel veel EU-landen daarvoor wel gevoeld hadden.

Bot, die er prat op gaat dat Nederland als een van de weinige landen van de EU een gespreksbasis met Israël heeft, heeft gisteren bij het voorkomen van een Europese ‘Alleingang’ een vooraanstaande rol gespeeld. Zijn bezwaren tegen een onvoorwaardelijk staakt-het-vuren lijken als twee druppels op de Amerikaanse bezwaren: oproepen tot een wapenstilstand zou nu niets uithalen.

Daarom zet Bot in op wat hij de ‘drietrapsraket’ noemt: eerst een VN-resolutie aannemen in de Veiligheidsraad (hopelijk eind deze week), dan de instelling van een geloofwaardige troepenmacht met stevig mandaat in Zuid-Libanon, en daarna pas een staakt-het-vuren, waarmee Nederland zou kunnen instemmen.

Nederland is overigens niet van plan aan die troepenmacht te gaan bijdragen, behalve misschien door het bieden van opleidingsfaciliteiten, zei de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken. Nederland heeft geen troepen daarvoor beschikbaar, onder andere door de inzet in Uruzgan, Bosnië, Afrika en Irak.

Andere Europese landen zijn wel van plan deel te nemen aan de ‘coalition of the willing’, die nu voor Zuid-Libanon in de maak is: Frankrijk, Italië, Ierland. Van deelname van de snelle reactiemacht NRF van de NAVO, of de ‘EU battle groups’ van de Unie zelf is geen sprake. Dat zou trouwens een slecht idee zijn, meent Bot: dan gaat zo’n macht te Westers ogen.

Blijft het feit dat politiek noch militair de Europese Unie een significante rol speelt, nu er in het Midden-Oosten een echte crisis is. Misschien was het wel daarom dat de buitenlandcoördinator van de EU, Javier Solana, en de Finse minister van Buitenlandse Zaken, Erkki Tuomiopa, die de bijeenkomst voorzat, gisteren toch wat sip keken op hun persconferentie. Versterking van de buitenlands-politieke rol van de EU – het streven ontbreekt in geen enkel beleidsstuk en ook de Nederlandse regering bewijst er regelmatig lippendienst aan. Maar als het er op aankomt, beter even niet.