Bellen via internet zet telecombedrijf op zijn kop

Bellen via internet beleeft dit jaar zijn doorbraak. Nieuwe spelers als Skype en Google zijn opgestaan en een gevestigde speler als telecombedrijf KPN probeert aan te haken.

Eerst was het iets voor nerds. Toen werd het ontdekt door vooral jonge mensen met een internationale vriendenkring. En nu doet iedereen het.

Voor wie het nog niet wist: bellen via internet breekt door. Niet alleen ontdekken steeds meer consumenten dat ze met een koptelefoon via hun computer gratis kunnen bellen via Skype of Google Talk. De echte doorbraak komt door bedrijven die we al jaren kennen. Kabelaars, KPN en andere internetaanbieders zoals Tele2 hebben internettelefonie gedemocratiseerd door vaste telefonie aan te bieden zoals we die al jaren kennen, maar dan via internet. Gewoon, met een vaste telefoon op de bank of in de slaapkamer. Maar dan een beetje goedkoper.

Van alle huishoudens die een breedbandaansluiting hebben – zo’n 4,5 miljoen – belt volgens cijfers van KPN één op de zes via internet. Een jaar geleden was dat nog 1 op de 25. Dat is nog zonder de mensen mee te tellen die bellen via Skype of andere software voor internettelefonie. Onderzoeksbureau Heliview schat dat in een kwart van de huishoudens met internet af en toe via dit soort computerprogramma’s wordt gebeld.

Bellen via internet is voor de consument niet echt verschillend van traditioneel bellen en dat helpt de snelle penetratie. Wat beleggingsanalist Wing-Yen Choi van Theodoor Gilissen Bankiers wel ziet, is dat klanten minder vaak abonnementsgeld betalen en afrekenen per minuut. Met internetbellen betalen ze vaak een vast bedrag voor onbeperkt bellen. Is het ook goedkoper? Dat lijkt wel zo, hoewel het – afhankelijk van het belgedrag – voor de meeste mensen waarschijnlijk niet veel scheelt.

Voor telecombedrijven is de invloed van internetbellen enorm. Kabelaars en alternatieve internetaanbieders hebben er een nieuwe inkomstenbron bij. En KPN raakt door de opkomst van internettelefonie steeds meer traditionele telefoonabonnees kwijt.

In de afgelopen drie maanden verloor het bedrijf er een kwart miljoen, maakte KPN gisteren bekend. Mede doordat steeds meer consumenten genoeg hebben aan een mobieltje, is die afname al een tijd aan de gang. Maar door internettelefonie gaat het sneller. Er waren al sinds eind jaren negentig kabelbedrijven die telefonie aanboden, maar die bleven volgens onderzoeksbureau Telecompaper steken rond de 200.000 abonnees.

Pas nu ze via internet tegen relatief lage kosten telefonie kunnen aanbieden, zetten de kabelbedrijven er voluit op in. Net als de alternatieve internetaanbieders. Onderzoeker Maarten Langeveld van Telecompaper: „Nu begint KPN het te voelen.” Eind maart schatte het bureau het aantal vaste telefonieabonnees dat niet bij KPN zat op 781.000. Dat zullen er inmiddels meer zijn.

Maar KPN is ook met internettelefonie begonnen. Sinds eind vorig jaar heeft het bedrijf 156.000 klanten voor internettelefonie aangesloten. Ongeveer 35 procent van de klanten die overstappen naar internetbellen, blijft bij KPN. Zo weet het bedrijf de leegloop van het vaste net deels op te vangen door nieuwe internettelefonieabonnees binnen te halen.

Wel zullen die abonnees vermoedelijk minder opleveren, zegt analist Jaap Barendregt van FBS Bankiers. Was een paar jaar geleden iedereen die vast wilde bellen – op een enkele kabelbeller na – verplicht om zo’n 18 euro per maand aan KPN te betalen, nu komt het bedrijf in een prijzenslag terecht. De winst op vaste diensten voor consumenten is al dalende.

Maar KPN telt zijn zegeningen. Van de toezichthouders mág het bedrijf met internettelefonie concurreren. En zo kan KPN in elk geval voorkomen dat de 46 procent van de consumenten die het komend jaar denken over te stappen naar internettelefonie, allemaal naar de concurrentie verdwijnen.