Vechten in de hoop op voorspoed en geluk ‘Rust is voorlopig het belangrijkst’

De 1.400 Nederlandse militairen in Uruzgan gaan vechten, zoveel staat vast. Dat heeft het kabinet ook nooit verzwegen. Als het uit de hand loopt, vertrouwt Nederland op de NAVO.

„Reële militaire risico’s” zou de vandaag officieel begonnen militaire missie in de Afghaanse provincie Uruzgan met zich meebrengen. Gesneuvelde Nederlandse militairen werden „niet uitgesloten”. En de wederopbouw van de provincie door de Nederlanders zou hoogstens een eerste „impuls” krijgen. In die termen presenteerde de Nederlandse regering, kort voor Kerstmis, de missie in de zogenoemde ‘artikel-100-brief’ aan de Tweede Kamer.

Dus wie nu zegt dat de regering ‘Uruzgan’ aanvankelijk presenteerde als een ‘opbouwmissie’ die ook kon vechten, maar die volgorde stiekem heeft veranderd in eerst vechten en dan opbouwen, heeft geen poot om op te staan.

Wat wél veranderd is: toen de regering het project-Uruzgan in december voorlegde aan de Tweede Kamer, leken offensieve acties nog een worst case scenario.

Een half jaar later zijn die dagelijkse praktijk. De veiligheidssituatie is ernstig verslechterd in het afgelopen halfjaar, heet het officieel, ernstiger dan zowel de minister van Defensie Henk Kamp (VVD) als de hoogste Nederlandse militair, generaal Dick Berlijn, een half jaar geleden voor mogelijk hadden gehouden. Dat hebben beiden ook toegegeven.

‘Veiligheidssituatie’ is in dit verband een eufemisme voor een onverwachte terugkeer van de Talibaan. Deze op militaire leest geschoeide, islamitisch-fundamentalistische beweging werd door de Amerikanen in 2001 in Kabul uit de centrale macht verdreven, maar heeft inmiddels in heel Zuid-Afghanistan legers van honderden getrainde en georganiseerde mannen op de been gebracht. Geen rudimentaire groepjes van 20 à 30 man dus, zoals de Nederlandse regering in december nog dacht. De Canadezen in ‘hun’ provincie Kandahar, en de Britten in ‘hun’ provincie Helmand hebben er al lange veldslagen mee geleverd.

En ook de Nederlanders, vorige maand. Het offensief tegen honderden Talibaan, die in en rond de Baluchi-vallei het werk van de Nederlandse basis in Tarin Kowt dreigden lam te leggen omdat zij die met hun raketten hadden kunnen vernietigen, kon nog worden overgelaten aan de Operation Enduring Freedom. Daarin treden onder anderen Amerikanen en het Afghaanse Nationale Leger hard op. De Nederlanders speelden een bijrol, in de vorm van het uitkammen van bergruggen – wat evengoed nog achttien dode Afghanen opleverde.

Maar hoe wordt dat bij de volgende bedreiging? Zullen de Nederlandse troepen bereid zijn zich op offensieve wijze in te spannen om in provincieplaatsen als Choraz of Khas Uruzgan een schijn van aanwezigheid te vestigen – in de wetenschap dat de Talibaan hier de dienst uitmaken? De Britten in Helmand zien zich gedwongen om soms dagenlang slag te leveren voor soortgelijke missies.

Vervolg URUZGAN: Pagina 3

URUZGAN

'Rust is voorlopig het belangrijkst

De Nederlandse troepen lijken zich er in eerste instantie toe te beperken de basis in provinciehoofdstad Tarin Kowt op te bouwen, en een buitenpost in Dah Rawod.

Dat blijkt gecompliceerd genoeg. De basis in Tarin Kowt is al verscheidene malen beschoten. De gevreesde IED’s (Improvised Explosive Devices, bermbommen) en zelfmoordaanslagen hebben tot nu toe geen probleem opgeleverd. Wel is ook al ten minste één konvooi van Kandahar (waar het hoofdkwartier van de ISAF-operatie van de NAVO is gevestigd) naar Tarin Kowt beschoten. De bevreesdheid voor die IED’s – huisgemaakte wapens die steeds beter worden en thans vaak in staat zijn om pantsers te doorboren – heeft het Defensie-apparaat al bewogen tot de aanschaf van nieuwe pantservoertuigen.

Wie dacht dat Nederland naar Uruzgan gaat om er zwaar beveiligd schooltjes te gaan bouwen en andere opbouwwerkzaamheden te verrichten, heeft in december niet opgelet, meent Tweede-Kamerlid Hans van Baalen (VVD). „Het gaat ons in de eerste plaats om de pacificatie van het gebied”, zegt hij. „Wederopbouw is nu niet het belangrijkste, maar rust in het gebied”, meent hij.

Ook andere partijen gaan niet zó ver dat ze de regering, zoals oud-minister Jan Pronk (PvdA) in de Volkskrant heeft gesuggeerd, misleiding van het parlement voor de voeten werpen.

„Het probleem zit hem meer in de informele presentatie van de plannen, niet zozeer in wat Kamp of zijn collega Bot van Buitenlandse zaken nu precies gezegd hebben”, denkt Tweede-Kamerlid Bert Bakker (D66), zelf begin dit jaar tegenstander van de missie. „Ik herinner me een besloten briefing van Defensie, die begon met een dia van een Afghaans kind met een schoolschriftje – in de trant van ‘wij gaan de kindertjes van Uruzgan weer naar school helpen’. Ik herinner me dat premier Balkenende op een CDA-bijeenkomst ook die benadering koos. Zo kwam de nadruk veel meer op wederopbouw te liggen dan nu kan worden waargemaakt. In december leek het alsof wij de stabiliteit gingen handhaven – nu is het meer dat we die gaan brengen.”

Dat de dreiging van de Talibaan eind vorig jaar werd onderschat, blijkt volgens Bakker ook uit de twee rapporten van de MIVD van oktober en november vorig jaar, die de Kamer na veel touwtrekken met minister Kamp in februari mocht inzien. Daarin was sprake van 300 à 350 Talibaan-strijders in Uruzgan, met misschien nog een schil van in totaal tienduizend inwoners van de provincie die de Talibaan passief aanhingen of een beetje assisteerden. „De gedachte was dat je er met de uitschakeling van die 350 wel zo’n beetje was. Nou, die tegenstand blijkt toch veel hardnekkiger en omvangrijker, onder andere door de aanvoer van strijders uit Pakistan”, aldus Bakker.

En als het in Uruzgan helemaal uit de hand loopt, de Nederlanders onder de voet worden gelopen en het aantal doden de spuigaten uitloopt? Op die vraag biedt de informatie die de regering de Kamer in december verstrekte wél weer een duidelijk antwoord: „Als na het begin van de operatie duidelijk wordt vastgesteld dat meer troepen benodigd zijn, zal het aantal worden vergroot”, heet het in de artikel-100-brief. Maar niet door Nederland: „De regering heeft de garantie gekregen dat de NAVO in dat geval daarvoor zorg zal dragen.”