V-raad geeft Iran maand om verrijking uranium te staken

De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft Iran gisteren een maand de tijd gegeven om de verrijking van uranium op te schorten. Zo niet, dan „beoogt” de Veiligheidsraad „passende maatregelen” te nemen onder artikel 41 van Hoofdstuk VII van het VN-Handvest – dat wil zeggen sancties, niet militaire actie – om Iran te dwingen hiertoe over te gaan.

De Iraanse VN-ambassadeur, Javad Zarif, wees de resolutie meteen van de hand. Hij zei dat Irans „vreedzame kernprogramma geen bedreiging vormt voor de internationale vrede”.

Aan de aanvaarding van de resolutie, met 14 stemmen voor een één (Qatar) tegen, gingen maanden van onderhandelingen vooraf. Rusland en China, die beide vetorecht hebben, hebben grote moeite met sancties. Om die reden meldt de resolutie dat „verdere besluiten” vereist zijn mochten die ‘passende maatregelen’ nodig zijn – er komen dus niet automatisch sancties. De Russische VN-ambassadeur, Vitali Tsjoerkin, zei gisteren dat de passage over sancties niet meer betekent dan dat de Veiligheidsraad dan „een discussie” heeft over strafmaatregelen.

De Verenigde Staten en de Europese Unie verdenken Iran er van onder de dekmantel van een vreedzaam nucleair programma heimelijk kernwapens te ontwikkelen. Daarom eisen zij als vertrouwenwekkende maatregel de opschorting van alle Iraanse verrijkingsactiviteit. Om Iran aan te moedigen op hun eis in te gaan, hebben Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië eerder dit jaar met Amerikaanse steun een pakket economische concessies aangeboden. Als Iran de verrijking van uranium opschort, zijn sancties van de baan. Het is de bedoeling dat vervolgens onderhandelingen beginnen hoe het verder moet met het Iraanse nucleaire programma.

De Iraanse autoriteiten hebben het pakket als interessant maar op sommige punten dubbelzinnig begroet, en een officieel antwoord aangekondigd voor 22 augustus. Maar in de afgelopen dagen hebben Iraanse leiders gewaarschuwd dat het hele aanbod in de prullenbak zou gaan als de Veiligheidsraad de resolutie zou aannemen. President Mahmoud Ahmadinejad zei zondag bovendien dat „de gebeurtenissen in Libanon en Palestina” de Iraanse houding ten opzichte van het Europese aanbod „hebben beïnvloed”. (AP, Reuters, AFP)