‘Testosteron Landis deels toegediend’

De te hoge testosteronwaarde die is aangetroffen bij de Amerikaanse Tourwinnaar Floyd Landis is deels afkomstig van een „externe bron” en „synthetisch” van aard, zo bericht The New York Times vandaag.

De Amerikaanse krant baseert zich op een anonieme bron bij de internationale wielrenunie UCI die inzage had in de resultaten van de eerste urinetest van de wielrenner. Volgens The New York Times weerspreekt deze anonieme bron de bewering van Landis dat hij geen verboden middelen gebruikte tijdens de Tour de France, maar van nature een hoge testosteronspiegel heeft. Dat zou betekenen dat testosteron is toegediend.

De UCI heeft inmiddels een contra-expertise aangevraagd bij het Franse laboratorium in Châtenay-Malabry, bij Parijs, waar de urinemonsters uit de Tour worden bewaard en getest. Als de test van de B-staal ook positief is, is Landis officieel schuldig aan doping en raakt hij zijn gele trui kwijt. Hij zal dan waarschijnlijk voor twee jaar worden geschorst.

Volgens de UCI kan de uitslag van een contra-expertise binnen tweeënhalve dag bekend zijn. Het testresultaat van de B-staal wordt eind deze week verwacht.

De winnaar van de gele trui testte positief na de door hem gewonnen zeventiende etappe, waarin hij bijna zes minuten inliep op de concurrentie. Zijn imponerende solo door de Alpen volgde op een bergetappe waarin hij door een inzinking minuten verspeelde.

Landis stelt dat zijn testosteron „op natuurlijke wijze en door het eigen lichaam aangemaakt” is.

„In het belang van de wielersport” laat de UCI, zonder overleg met Landis en diens ploeg Phonak, de contra-expertise uitvoeren. De UCI wil vooral haast maken, omdat het laboratorium eind deze week voor twee weken sluit.

Op de eerste van twee urinemonsters is een test uitgevoerd die aantoont of sprake is van niet-lichaamseigen testosteron, zo zei de bron van The New York Times, een lid van de antidopingcommissie van de UCI.

Brent Kay, de arts van Landis, gaf toe dat de verhouding testosteron/épitestosteron 11:1 was in het urinemonster dat na de zeventiende etappe getest was, waar 1:1 of 2:1 normaal is. Kay zei bij bodybuilders een verhouding van 100:1 te hebben gezien.