Te snel oordeel werkgevers over ambtenaren

VNO-NCW-voorzitter Bernard Wientjes en MKB-voorzitter Loek Hermans hebben hun wensen voor de komende kabinetsformatie gepresenteerd onder de titel ‘Nederland kán winnen’ (NRC Handelsblad, 24 juli).

Belangrijk onderdeel daarbij is het schrappen van 40.000 banen van ambtenaren bij rijk, gemeenten en provincies. Vooral beleidsambtenaren moeten verdwijnen, want zij bedenken de regels waar ondernemers zoveel last van hebben. Dit moet gebeuren door het instellen van een vacaturestop die net zo lang van kracht blijft totdat de beoogde functies zijn geschrapt.

Deze vacaturestop ontneemt de overheid echter elke mogelijkheid van nieuw bloed en nieuwe ideeën. Daar heeft de overheid juist behoefte aan om de problemen in het functioneren op te lossen en te werken aan herstel van vertrouwen van de burger in de overheid.

Verder gaan Wientjes en Hermans eraan voorbij dat bij de kabinetsformatie geen afspraken worden gemaakt over de personeelsbegroting van gemeenten en provincies, omdat de onderhandelaars daar niets over te zeggen hebben.

Het grote manco van het voorstel is dat een analyse van het functioneren van de overheid ontbreekt. Een goede analyse van dat functioneren laat zien dat een belangrijke oorzaak is gelegen in onheldere en zwakke aansturing waarbij belangrijke keuzes uit de weg worden gegaan.

De onheldere en zwakke aansturing uit zich in drie problemen:

Veel overheidsorganisaties besteden onvoldoende aandacht aan de eigen zingeving, waardoor onduidelijk is waar de organisatie voor staat en wat men in de komende vijf tot tien jaar wil realiseren.

Er is onduidelijk leiderschap. Ministers zijn staatsrechtelijk verantwoordelijk, maar zij bemoeien zich vaak niet met richting en inrichting van hun organisaties. Die verantwoordelijkheid laten zij over aan de ambtelijke top, maar daar is de verdeling van de verantwoordelijkheid vaak evenmin duidelijk.

Er is sprake van dusdanig onderling wantrouwen in ambtelijke organisaties dat talloze controle- en verantwoordingsmechanismen worden ingebouwd. De eigen verantwoordelijkheid van de ambtenaar wordt formeel bewierookt maar in de praktijk steeds verder ingeperkt. Het wantrouwen uit zich ook jegens de professionals in het veld die met uitvoering zijn belast. De agent, dokter en onderwijzer worden aan steeds strakkere regels gebonden en moeten zich steeds meer en gedetailleerder verantwoorden. Daarnaast uit het wantrouwen zich in een sterke groei van de inspecties die zijn belast met het toezicht op uitvoering en maatschappelijke instellingen.

Het is mogelijk het aantal ambtenaren te verminderen, maar alleen als sluitstuk van een helder vernieuwingsproces en niet als een rituele dans zonder onderbouwing. En in dat vernieuwingsproces zal veel aandacht moeten worden geschonken aan de zingeving van beleidsorganisaties, aan een duidelijkere inrichting van het leiderschap en aan beëindiging van wantrouwen als basis voor de inrichting van ambtelijke organisaties. Die laatste moeten platter worden en de individuele ambtenaar moet meer verantwoordelijkheid krijgen.

Als dit proces goed verloopt, zal de overheid toe kunnen met minder ambtenaren. Het zal dan vooral gaan om functies in de sfeer van management, staf en toezicht. Er zal sprake zijn van een betere overheid, waar de burgers weer vertrouwen in kunnen hebben.

Drs. A.A.M. Horrevorts is directeur van HMSmanagement te Den Haag en geeft overheden advies op het gebied van good public governance.