Niet om het geld trouwen

Een nieuwe wet maakt het voor gehuwden belangrijk om vast te stellen wat behoort tot het privé-vermogen.

Maar dat leidt wel tot meer administratieve rompslomp.

Een op de drie huwelijken eindigt in een scheiding. En die mondt vaak uit in een langdurige juridische strijd tussen de partners om geld en spullen. Dat de wet die de gemeenschap van goederen bij het huwelijk en scheiding regelt uit 1838 stamt, helpt daar niet bij. „De huidige wet gaat uit van een situatie waarin er bij een huwelijk nauwelijks vermogen is, de man werkt en de vrouw niet en dat er bijna geen echtscheidingen zijn en nog minder tweede huwelijken”, zegt Florence Lohuis, advocaat en echtscheidingbemiddelaar van advocatenkantoor SmeetsGijbels uit Rotterdam.

De praktijk is nu anders. Er is een wet op komst die de vermogensverdeling binnen het huwelijk beter moet laten aansluiten bij de huidige situatie. Naar verwachting wordt deze wet, die het parlement nog moet goedkeuren, volgend jaar ingevoerd.

Belangrijkste kenmerk is dat het verschil tussen trouwen in gemeenschap van goederen en een huwelijk volgens de huwelijkse voorwaarden kleiner is geworden. Nu is het nog zo dat als twee mensen trouwen in gemeenschap van goederen, al het bezit binnen de gemeenschap valt. Straks geldt dat niet meer voor schenkingen en erfenissen. Deze horen dan voor en na het huwelijk tot het privé-vermogen van de ontvanger. Een verbetering ten opzichte van de huidige situatie, vindt Lohuis. „Het is emotioneel gezien niet meer acceptabel dat over een verkregen erfenis moet worden afgerekend met de ex-partner.”

Daarom kent de wet ook een nieuwe beleggingsvisie. Lohuis: „Deze volgt uit de gedachte dat het niet redelijk is dat de partner die privé-vermogen investeert in bezit van de echtgenoot of in gezamenlijk bezit, bij een scheiding alleen recht heeft op de oorspronkelijke inleg.”

Onder de huidige wet krijgt iemand die 20.000 euro uit privé-vermogen bijdraagt aan de verbouwing van het huis dat op naam van de echtgenoot staat, bij een scheiding alleen de 20.000 euro terug. Zelfs als het pand sterk in waarde is gestegen. In de nieuwe wet deelt de partner in zo’n situatie in principe mee in de waardestijging. „Bij een scheiding wordt de waarde van het pand volgens de oorspronkelijke investeringsverhouding verdeeld, waardoor beide partners profiteren van de waardestijging.”

Dit valt of staat bij een gedegen administratie van wat bij welke echtgenoot behoort. Geen sinecure, weet Lohuis: „Er is straks sprake van drie soorten vermogens, het gezamenlijke vermogen, het privé-vermogen van de ene echtgenoot en het privé-vermogen van de andere echtgenoot.” Uit de administratie van de echtelieden moet blijken hoe het geld is aangewend. Is er privé-vermogen? Is dat nog aanwezig? Is dat geconsumeerd of is het in waarde gedaald? Lastig wordt het als verschillende soorten vermogen worden vermengd. Wie beweert privé-vermogen te hebben ingezet, moet het kunnen bewijzen.

Vanaf het moment dat de wet ingaat, vallen alleen de huwelijken die vanaf die datum worden gesloten onder de nieuwe regels.

Rectificatie / Gerectificeerd

Bij het artikel Niet om het geld trouwen (1 augustus, pagina 12) ontbrak de auteursnaam. Het stuk was geschreven door Cleo Scheerboom.