‘Niet elke band is een straatbende’

De Britse rockscene heeft zich teveel geïsoleerd, vindt zanger/gitarist Johnny Borrell van de hippe jonge band Razorlight. In zijn songteksten lonkt hij naar Amerika.

„Crack is de smerigste drug die er is’’, zegt Johnny Borrell met gloeiende ogen. „Je wordt er lamlendig van, het bepaalt je dagindeling en alle creativiteit vloeit uit je weg. Heb ik het geprobeerd? Ik heb alles geprobeerd wat me in mijn jonge leven voor de voeten kwam. Maar nu ben ik clean en draait het bij mij alleen nog om muziek.”

Het is niet verwonderlijk dat Johnny Borrell (26), zanger en gitarist van de aanstormende rockgroep Razorlight , zich zo fel uitlaat. Hij bracht zijn wilde jaren als voormalig public school boy door in de straten van de Londense wijk Whitechapel, samen met boefjes Pete Doherty en Carl Barât met wie hij een vroege versie van The Libertines oprichtte. Op zijn zestiende was hij een junkie, op het dievenpad en verslaafd aan heroïne en crack. Muziek haalde hem uit het slop.

Borrell begon zijn groep Razorlight met de van oorsprong Zweedse bassist Carl Dalemo, diens landgenoot Björn Ågren op gitaar en drummer Christian Smith-Pancorovo, inmiddels vervangen door Andy Burrows. Debuutalbum Up All Night (2003) met de hit Golden touch was een artistiek en commercieel succes.

Voor het nieuwe album Razorlight zijn de verwachtingen nog hoger gespannen, niet in het minst omdat Borrell het vuur van zijn Clash-invloeden en zijn Libertines-verleden heeft weten te combineren met een toegankelijk popgevoel dat Tom Petty en The Police in herinnering roept.

Razorlight zou daarom best eens kunnen bereiken wat Oasis, Libertines en Arctic Monkeys niet lukte: grootscheeps doorbreken in de Verenigde Staten.

Voor Johnny Borrell is het geen straf om voor langere tijd naar de andere kant van de oceaan te vertrekken, want Amerikaanse rootsmuziek is hem dierbaar. Hij koestert zijn herinnering aan het Glastonburyfestival van 2004, waar hij backstage optrad met leden van een gospelkoor, live in een BBC-televisieprogramma. „Gospel”, zegt hij bedachtzaam, „is de moeilijkste muzieksoort om geloofwaardig te brengen. Toen ik een jaar of negentien was en met een akoestische gitaar op straat en in de metro speelde, experimenteerde ik met blues- en gospelinvloeden. Tegelijkertijd speelde ik in een rudimentaire versie van The Libertines, toen nog een soort skiffleband met akoestische gitaren. Ik ontdekte de muziek van Woody Guthrie, Bob Dylan, Lightning Hopkins.”

Blues en gospel zijn de basis van alle rock & roll, daar kun je als songwriter niet omheen, vindt Borrell. „Het vreemde is dat de rockmuziek van nu zo ver verwijderd is van de blues. Terwijl elke sixtiesband – The Yardbirds, de Rolling Stones, zelfs The Beatles – de rootsmuziek omarmde. Ik vind het een verarming dat de Britse rockscene zich geïsoleerd heeft van die invloeden. En ik probeer dat terug te draaien. Leadbelly en The Clash zijn voor mij onderdeel van één en hetzelfde ding, namelijk muziek die er werkelijk toe doet.”

Bij zijn Britse collega’s heeft Johnny Borrell het zwaar te verduren. Liam Gallagher van Oasis noemde hem een papkindje, op grond van zijn poshe accent en de tijd die Johnny doorbracht op een dure privéschool. Zijn oude vriend Pete Doherty sloeg hem een blauw oog, naar aanleiding van een verkeerd begrepen uitspraak in de pers. Muzikanten van de nieuwe popsensatie The Kooks proberen Borrell uit de tent te lokken met opmerkingen over zijn vermeende grootheidswaan, nadat Johnny zich in een interview had laten ontvallen dat hij zichzelf „beter dan Bob Dylan” zou vinden.

Stuitend vind Johnny Borrell het, als zijn band wordt aangevallen op het feit dat er twee Zweden in zitten. „Niet elke rockgroep kan een straatbende zijn met schoolkameraden die in dezelfde wijk zijn geboren. Ik speel met jongens uit Zweden omdat het de beste en sympathiekste muzikanten zijn die ik ken. De xenofobie van Britse muzikanten, hun angst voor alles wat vreemd is hangt me mijlenver de keel uit.”

In zijn songteksten lonkt Borrell naar Amerika. De nummers Los Angeles Waltz (inderdaad: een walsje) en America behoren tot de hoogtepunten van het Razorlight -album. „We zijn al een paar keer in de VS op tournee geweest en ik voel me daar als een vis in het water. Ik zit niet vast aan het benepen Engelse muzikantenwereldje. Elk land dat we vanaf het nulpunt moeten veroveren, is voor mij een verfrissende nieuwe uitdaging. Gisteren speelden we voor vierhonderd man in Kopenhagen; morgen voor twintig duizend in Manchester.

„De sfeer en de energie van een intieme club zijn me vaak dierbaarder dan de massale adoratie van een publiek dat alle teksten kan meezingen. Bovendien zit ik niet in een band voor het succes. Ik maak muziek omdat ik niet anders kan, omdat ik telkens weer die prikkel voel om nieuwe nummers te schrijven.”

De cd van Razorlight verscheen op 17 juli. De band staat op Lowlands, 18 t/m 20/8, Biddinghuizen. Inl.: www.lowlands.nl