Muzikaliteit die de ogen opent

Concert: Zukerman Chamber Players. Gehoord: 31/7 Concertgebouw, Amsterdam.

Soepel, ontspannen, met een toon die zwoel en toch helder is – dat is grofweg de reputatie van de dirigerende sterviolist Pinchas Zukerman (58). Zo’n acht jaar is hij nu muzikaal leider van het National Arts Centre Orchestra in Canada, een hier zo goed als onbekend orkest. Mede daaruit rekruteerde Zukerman ook zijn vier Zukerman Chamber Players; musici die alle vier een generatie jonger zijn dan hij en met wie hij – wellicht juist door dat leeftijdsverschil – een huiselijk ogend, goed ingespeeld kamermuziekensemble vormt.

In de serie Robeco Zomerconcerten waren de Zukerman Chamber Players twee jaar terug al met succes te gast. Zukerman is binnen het ensemble nog steeds duidelijk de kapitein – niet zozeer door het gezag te nemen, wel door het te hebben. Dat was al zo in het Duo van Kodaly, dat Zukerman met celliste Amanda Forsyth, tevens zijn vrouw, de sfeer van intimiteit en concentratie gaf die je van echtelieden zou verwachten.

Forsyth is een celliste met een volle toon en een spontane muzikaliteit, maar in de dialogen, het melodisch samenstromen en weer afbuigen was het Zukerman die het voortouw nam met zijn hete zigeneunertoon in de volkswijsjes en een in het zachtste pianissimo nog briljant blijvende klank. Dat hij daarbij oogt alsof hij intussen nog moeiteloos een gesprek zou kunnen voeren, maakt Zukermans uitstraling nog olympischer.

Over de kwaliteit van de andere spelers zegt dat niets. Altviolist Jethro Marks maakte in Dvoráks Strijkkwintet op. 97 indruk met een fraaie, welluidende solo, celliste Forsyth en violiste Jessica Linnebach boden Zukerman muzikaal het sterkst tegenwicht. Maar Zukerman speelt, ook in de aangenaam romantische en directe lezing van Mozarts Strijkkwintet nr. 5 (KV 593), net wat meer individualistisch en gedurfd.

Als je met gesloten ogen luisterde, was het steeds Zukerman die de ogen open deed springen.