Meer waardering voor agrarisch ondernemer

In Opinie & Debat van 8 juli stond een doorwrocht artikel van Herman Versteijlen over de situatie in de Nederlandse landbouw. Hoewel voornamelijk beargumenteerd vanuit de melkveehouderij gaat een en ander ook op voor veehouderij en akkerbouw.

Van de gezinsuitgaven wordt 12 procent besteed aan de omschreven primaire levensbehoefte. Tegenwoordig kunnen we onder primair ook verstaan, een aantrekkelijk landschap en garantie voor diervriendelijke houderij-methoden. Wanneer deze prijs/kwaliteit verhouding in 1950 voorspeld zou zijn voor het begin van de 21ste eeuw zou niemand dat willen geloven. Toch is de prestatie geleverd door de samenleving en vooral door de inspanning van de agrarische beroepsgroep. Worden ze hiervoor voldoende gewaardeerd, beloond en bedankt? Ik vind nog onvoldoende, hoewel er tekenen zijn van kentering. Het succes van `Boer zoekt vrouw` is een indicatie dat er begrip ontstaat voor de situatie die als alarmerend is te omschrijven v.w.b. de opvolgingskwestie in de sector. Een andere indicatie is dat er over het hele land verspreid agrarische natuurverenigingen zijn opgericht. Kenmerk van deze clubs is dat ze succesvol zijn omdat het organisaties zijn waar de beroepsgroep samenwerkt met burger vrijwilligers. Elke landbouwer is naast deskundige ook al `vrijwilliger`. Hij of zij besteedt veel meer tijd aan het runnen van het bedrijf dan economisch verantwoord is.

Cross-compliance betekent in gewoon Nederlands voor wat hoort wat. De beroepsgroep doet iets of laat wat achterwege en wordt hiervoor beloond. Het getuigt van visie dat het landbouwbeleid van de productieverhogende subsidies wordt omgebogen naar een landbouw die tegemoet komt aan de wensen van de inwoners anno 2006. De maatschappelijke kosten die dit met zich meebrengt zijn te verdedigen.

Het percentage van 12 procent nog verder omlaag brengen levert geen maatschappelijke winst op en is vergelijkbaar met de `wet van Laffer`. Deze houdt in dat er bij verhoging van het belastingtarief na een zeker maximum minder geld in de staatskas vloeit. De uitdaging aan de sector is om uit te blijven leggen waar het in werkelijkheid om gaat. Indien men daar in slaagt is het niet nodig ook een tv-programma `Boer zoekt opvolger` te beginnen. De professionele agrarisch ondernemer zal zichzelf hervinden en op zeer pluriforme wijze in de samenleving kunnen staan. Waardering en passende vergoeding dienen dan wel van deze tijd te zijn.