Liever meer ruimte voor huizen, natuur en bedrijfsterreinen

43 miljard euro subsidie gaat jaarlijks naar EU-boeren. In ruil daarvoor kappen deze de laatste houtwal en houden de koeien op stal, omdat dat rendabeler is. Voor velen is daarom de maat vol. Toch zijn subsidies voor boeren onmisbaar, zeggen anderen, maar ze moeten wel anders.

Eerdere artikelen over landbouwsubsidies verschenen op 8 en 20 juli. Deze zijn na te lezen op www.nrc.nl/opinie.

De gemiddelde Nederlander ziet de landbouw als een subsidieverslindende sector, die een struikelblok vormt voor verdere liberalisering van de wereldhandel en nadelig is voor ontwikkelingslanden. In een paginagroot artikel probeert Versteijlen ons van het tegendeel te overtuigen. Overtuigend is zijn verhaal allerminst.

De landbouw in Europa is grotendeels een noodlijdende sector. Al decennialang is een reeks van maatregelen nodig om de sector in stand te kunnen houden. Maar zelfs met al deze steun ziet de toekomst van het boerenbedrijf er niet rooskleurig uit. Versteijlen becijfert dat een melkveehouder in Nederland nauwelijks meer verdient dan het minimumloon. Een groot deel van de 22.000 melkproducenten in Nederland zal dan ook verdwijnen. Hetzelfde scenario geldt voor andere delen van de grondgebonden landbouw in Nederland en Europa. En daarmee, zo betoogt Versteijlen, verdwijnt ons goedkoop en veilig voedsel en ons mooie landschap. Laten we de feiten eens onder ogen zien.

De landbouwsteun bestaat uit twee delen. De subsidies die de landbouw ontvangt komen grotendeels uit Brussel. Dit jaar omvat deze subsidiepot 43 miljard euro. Dit bedrag wordt uitgegeven aan prijsondersteuning, directe inkomenssteun en exportsubsidies. Daarnaast worden door middel van torenhoge invoertarieven veel goedkoper geproduceerde, buitenlandse landbouwproducten van de EU-markt geweerd.

Volgens recente berekeningen van de OESO betaalt de Europese consument gemiddeld tweemaal zoveel voor rundvlees als op de wereldmarkt, en voor suiker zelfs driemaal zoveel. Maar, beweert Versteijlen, de boeren zorgen voor een veilige voedselvoorziening en houden het mooie landschap in stand.

Met dat veilige voedsel valt het wel mee getuige een reeks schandalen, zoals gekkekoeienziekte, varkenspest, dioxinekippen en vogelpest. Het is onzin te denken dat ontwikkelingslanden niet in staat zouden zijn veilig voedsel te produceren. Het bewijs is te vinden in de schappen van de supermarkt, waar producten worden aangeboden die aan alle Europese normen voldoen.

Blijft over dat de landbouw zorgt voor ‘stoffering’ van het landschap. Wie door het Groene Hart rijdt, ziet de gevolgen van het landbouwbeleid: met prikkeldraad omheinde weilanden met één soort gras, geselecteerd op maximale mestopnamecapaciteit. En ook in andere delen van Nederland moet het mooie landschap wijken voor efficiëntie: rechtgetrokken riviertjes en gekapte houtwallen.

Als de niet-concurrerende landbouw verdwijnt, komt naar schatting de helft van de grond vrij. Die ruimte kan worden benut voor natuur en recreatie, voor woningbouw en bedrijventerreinen. Staatsbosbeheer heeft berekend dat één hectare huizen zeven hectare natuur kan financieren.

Dr. J. Kol is adviseur van internationale instellingen. Drs. B. Kuijpers is werkzaam bij de Haagse Hogeschool.