Landbouw niet aan de markt overlaten

De Graeff en De Rijk (Natuurmomenten en Natuur & Milieu), Papma (Oxfam Novib) en Stolwijk en Westhoek (CPP en NMP) pleiten voor een heroriëntering van de inkomenstoeslagen, niet voor afschaffing (Opiniepagina, 20 juli). Zij willen toeslagen voor productie van biodivers landschap. Versteijlen wil dat ook, maar bovendien een blijvende steun als basisinkomen voor alle grondgebonden landbouw (Opinie & Debat, 8 juli). Wat ontbreekt is een agro-economische onderbouwing van de landbouwsubsidies.

Al in 1870 pleitte Mansholt sr. voor inkomenssteun voor de tarwe- en aardappelteelt, zoals de bijbelse Jozef in het Egypte van 1300 v. Chr. deed toen hij een systeem van voorraadvorming voor graan introduceerde. De EU produceerde tot voor enkele jaren de zogenaamde overschotten, die je in een andere context voorraad zou kunnen noemen. Die voorraden besloegen destijds een wereldreserve voor drie jaar; momenteel is deze reserve beperkt tot enkele maanden. De afgelopen hitte zorgt ervoor dat een derde tot de helft van de Europese bulkproductie aan tarwe, maïs, aardappelen en suiker verloren gaat. De kleine wereldvoorraad kan dat verlies niet meer compenseren.

Daarmee is de essentie blootgelegd van de ratio achter landbouwsubsidies: de gangbare economische theorie is hier niet van toepassing, omdat de boer zijn productiefactoren niet kan flexibiliseren. De melkveehouder kan zijn melkmachine niet aan- en uitschakelen, omdat er deze week wat minder of meer vraag is; alleen al de planning van een stabiele veestapel kost jaren. De akkerbouw kent cycli van minstens zeven jaar, waarbinnen teelten met hun wisselbouw moeten worden gepland. Er bestaat geen enkele methode om dit te veranderen in snel wisselende marktaanpassingen.

De politieke agenda wordt gedomineerd door onenigheid over begrippen als biologische, duurzame of gangbare landbouw. Ondertussen wordt onverantwoord gegokt met de lopende WTO-ronde. Daarin eisen de Amerikanen, die hun eigen landbouw met zo’n 250 miljard dollar per jaar subsidiëren, dat Europa zijn subsidies afschaft, in naam van vrijhandel en globalisering. Zou Europa door de knieën gaan voor wat uiteindelijk niets anders is dan een zoveelste poging van Amerika om eigen productie en export te doen zegevieren, dan kost dat de Nederlandse landbouw zo’n 50.000/65.000 arbeidsplaatsen, naast een strop voor de handelsbalans van 45 miljard.

Voedselproductie is te belangrijk om te worden overgeleverd aan de marktideologen en globaliseringsfantasieën van de WTO, zeker als we ook landschap en biodiversiteit willen bewaren voor het nageslacht. Inkomenstoeslagen zijn dan onvermijdelijk, niet alleen voor deze nieuwe groene functies, maar ook voor de landbouw zelf. Dat aan die landbouw nieuwe randvoorwaarden moeten worden opgelegd, is evident. Pleidooien voor afschaffing van alle subsidies zijn onverantwoord.

Wouter van Dieren is voorzitter Duurzame Landbouw Terschelling.