Kampioen kalmte

Voor kolonel Theo Vleugels, commandant van de Nederlandse militairen in Uruzgan, maakt het niet uit of het een vechtmissie of een opbouwmissie wordt.

Of de operatie in Uruzgan die vandaag officieel van start gaat nu een vechtmissie is of niet, het kan kolonel Theo Vleugels (48) eigenlijk niet veel schelen. „We moeten gewoon ons werk doen daar”, zei hij op 5 juli tijdens het officiële vertrekmoment van de eerste militairen van de Taskforce Uruzgan (TFU) naar Uruzgan. Vleugels wil zich niet mengen in de Haagse discussie of het nu een gevechtsmissie wordt of een opbouwmissie. „Ons werk is om de regio te stabiliseren, om mensen een toekomst te bieden”, zei Vleugels. Voor hem maakt het niet uit welke naam het beestje krijgt.

Dat bleek ook op een van de thuisfrontdagen waar Vleugels ouders en andere relaties van militairen bemoedigend toesprak. „Ik kan u geruststellen dat wij gaan doen wat nodig is. Of dat nu vechten of opbouwen is.”

Theo Vleugels heeft vanaf vandaag de leiding in Uruzgan. Vleugels is commandant van de ongeveer tweeduizend Nederlandse soldaten in de Afghaanse provincie. Veertienhonderd zijn militairen van de hoofdmacht; tweehonderd daarvan zijn gelegerd op Kandahar Airfield. De rest bestaat uit de militairen van de Deployment Taskforce (kwartiermakers) die ook nog in het gebied zit.

Vleugels groeide op in Maastricht. Zijn vader deed administratief werk. Zo’n baan ambieerde hij niet; na zijn vwo ging Vleugels op zijn achttiende naar de Koninklijke Militaire Academie.

Na zijn opleiding werd Vleugels pelotonscommandant. In 1981 werd hij uitgezonden naar Libanon in het kader van de VN-operatie UNIFIL. Tussen 1996 en 1998 was hij commandant van het 42ste pantserinfanteriebataljon in Seedorf. Met dat bataljon ging hij in 1998 naar Bosnië, waar hij in ’92 en ’96 ook al had gediend.

Overste Piet van der Sar, die de leiding heeft over de zogeheten battlegroup in Uruzgan, typeert Vleugels in het weekblad Elsevier als „kampioen kalmte”. Volgens de overste hebben de militairen een groot vertrouwen in Vleugels, die samen met ongeveer tachtig stafleden de leiding heeft in Uruzgan.

Theo Vleugels laat zijn vrouw, twee dochters en een zoon thuis achter. Alle vier spelen ze in een harmonieorkest. Zelf bespeelt hij de tuba, die hij volgens een interview in HP/De Tijd niet zal meenemen naar Uruzgan.

In hetzelfde interview betwijfelt hij of Afghanistan veilig is na twee jaar, wanneer de missie afloopt. „Het lijkt me stug, eerlijk gezegd. Uruzgan wordt een kwestie van lange adem. [...] Het lijkt mij aannemelijk dat de klus daarna nog niet is geklaard en dat een ander land het van ons overneemt.”