Jeugdige impuls sterkt zwemploeg

Met de zilveren medaille op de 4x100 meter vrije slag besloten de Nederlandse zwemsters de openingsdag van de EK in Boedapest.

Mark Hoogstad

Niets dan lof viel haar na afloop ten deel. Zelf was Ranomi Kromowidjojo vooral beduusd over het machtsvertoon dat zij, een vijftienjarige scholier uit het Groningse Sauwerd, had geëtaleerd bij haar debuut. „Ik had helemaal niet gerekend op een finaleplaats”, bekende de dochter van Nederlandse moeder en een Surinaams-Javaanse vader, nadat zij gisteravond met de estafetteploeg de zilveren medaille in ontvangst had mogen nemen op de openingsdag van de Europese kampioenschappen langebaan (50 meter) in Boedapest.

Maar in de ochtenduren, tijdens de series van de 4x100 meter vrije slag, bleek het optreden van Kromowidjojo al zo bemoedigend dat de technische staf niet om haar heen kon. Hoofdcoach Jacco Verhaeren besloot daarop het jongste lid uit zijn 22-koppige selectie ook ’s avonds het water in te sturen, zij aan zij met Inge Dekker, Chantal Groot en kopvrouw Marleen Veldhuis. Hinkelien Schreuder (22) moest een pas op de plaats maken.

Die jeugdige impuls gaf de ploeg vleugels. Na een bliksemstart van Dekker, die in de slotmeters de tol voor die overhaaste opening moest betalen, was het de beurt aan Kromowidjojo. Met de onbevangenheid die junioren vaak zo kenmerkt, gleed ze door het water van het hoofdbassin in het Alfréd Hajós-zwemcomplex. Met haar split-tijd van 54,67 (met vliegende start) steeg de tiener opnieuw boven zichzelf uit. Plankenkoorts? „Ik had wel last van zenuwen, maar dat waren denk ik alleen maar goede zenuwen.’’

Uiteindelijk tikte het Nederlandse kwartet aan in 3.37,04. Die tijd betekende een ruime verbetering van het nationale record (3.37,59), dat bij de Olympische Spelen van Athene (2004) – met Inge de Bruijn als slotzwemster – goed was voor brons. Indrukwekkend was vooral het slotakkoord van Veldhuis: 53,06. Zelfs meervoudig wereld- en olympisch kampioene De Bruijn was in haar beste dagen niet zo snel in de aflossingsploeg als de oud-waterpoloster uit Borne gisteren.

Het opbeurende optreden kon niet voorkomen dat de eindzege naar het als vanouds oppermachtige Duitsland ging: 3.35,22. Met die tijd werd het wereldrecord van Australië (3.35,94) aangescherpt. „Van dit Duitsland was niet te winnen”, concludeerde Verhaeren die, in tegenstelling tot vele volgers ter plaatse, niet verrast was door de Duitse suprematie. Met name Britta Steffen (22) onderscheidde zich door met 52,66 de snelste split ooit te realiseren.

Maar Verhaeren stond, als chef-coach van de Nederlandse ploeg, naderhand vooral stil bij de ontbolstering van Kromowidjojo, die vorige maand enigszins teleurstelde bij de Europese Jeugdkampioenschappen op Palma de Mallorca (‘slechts’ zilver en brons). „Wat Ranomi hier heeft laten zien, is meer dan goed”, meende hij. „Het tekent de topper in haar dat ze haar kans grijpt wanneer die zich voordoet. Sommigen doen daar tien jaar over, de echte toppers pakken die in één keer.”

Vers bloed kan het Nederlandse zwemmen goed gebruiken, op weg naar de Olympische Spelen van Peking (2008). In dat licht bezien kwam ook het optreden van Nick Driebergen op de 100 meter rugslag als geroepen. In de halve finales scherpte de 18-jarige debutant uit Oegstgeest het Nederlandse record van Klaas-Erik Zwering (55,88) aan tot 55,64. Driebergens toptijd (dertiende) was echter niet voldoende voor een plaats in de eindstrijd.

Voor jubel is het dan ook nog te vroeg. Hoeveel jeugdig talent is de hemel al niet ingeprezen, om niet veel later weer roemloos van het toneel te verdwijnen? Het Nederlandse zwemmen telt tientallen voorbeelden van vroegtijdig opgebrande ‘supertalenten’. Dat weet ook Verhaeren, en dus hield de oud-rugslagzwemmer uit Rijsbergen een slag om de arm toen hem naar Kromowidjojo’s nabije toekomst werd gevraagd. Hij mag dan te boek staan als compromisloos, de technisch directeur van de Nederlandse zwembond zal het talent niet nu al dwingen om over te stappen naar een van de twee olympische bondssteunpunten, in Amsterdam of Eindhoven.

Nee, Kromowidjojo mag voorlopig in Groningen blijven, onder de hoede van TriVia-trainster Jeanet Mulder, en haar havo-opleiding afronden. Ook al wordt haar sportieve ontwikkeling geremd door een gebrek aan badwater. „In onze topsportstructuur moet je nooit de individuele belangen uit het oog verliezen”, doceerde Verhaeren. „Structuur is een middel, geen doel op zich.”

Het hoopgevende optreden van de vrouwenestafette verzachtte het leed over de diskwalificatie van de mannenploeg op de 4x100 vrij. Een te vroege overname van Stefan Oosting – 0,05 waar 0,03 is toegestaan – maakte een einde aan de toch al weinig kansrijke missie, na de achtste plaats in de series. Het slotakkoord van de herintredende kopman Pieter van den Hoogenband (47,80), terug na een hernia-operatie, ontbrak zodoende in de officiële uitslag. Het deerde hem niet. „Ik heb weer eens lekker gezwommen”, zei VdH, nadat hij in „het vuile water” van de winnende Italianen had „liggen beuken”.