Israël beseft dat de tijd voor oorlog beperkt is

Israël wil tegen Hezbollah doorvechten tot er een internationale vredesmacht in Zuid-Libanon wordt gelegerd. Maar de top praat niet meer over het volledig breken van Hezbollah.

„Het Israëlische leger vecht ter zee, ter land en in de lucht. Er liggen nog vele dagen van strijd in het verschiet. Angst, onzekerheid, zelfs pijn, bloed en tranen staan ons te wachten, maar wij geven niet op en wij zullen niet stoppen tot onze doelen zijn bereikt.” De toon grimmig, het gezicht vermoeid en verbeten, de houding strijdlustig en de woorden dreigend. Zo bereidde de Israëlische premier Olmert gisteravond in Tel Aviv over de hoofden van verzamelde burgemeesters Israël voor op uitbreiding van het grondoffensief in zuidelijk Libanon.

Het vervolg op de al 21 dagen durende luchtaanvallen en relatief kleinschalige, maar verwoestende commandoacties is in volle gang. Een militaire operatie die de geschiedenis zal ingaan als een van de moeizaamste in de Israëlische geschiedenis na de Onafhankelijkheidsoorlog van 1948. De Yom Kippur-oorlog van 1973 tegen Egypte was in 20 dagen met een overwinning beslecht.

Meteen na zijn toespraak, die op alle tv-zenders rechtstreeks werd uitgezonden, gaven de zeven ministers van het veiligheidskabinet de legertop toestemming om de Operatie Verandering van Richting in Libanon vandaag nog uit te breiden. Ruim 30.000 reservisten zijn al gemobiliseerd en nog eens 15.000 anderen worden de komende dagen opgeroepen om de vijf brigades te versterken die in zuidelijk Libanon twee doelen moeten bereiken: het terugdringen van de Hezbollah-guerrillastrijders tot achter de rivier de Litani en het creëren van een bufferzone langs de grens van tussen de vier en zes kilometer diep.

Op hetzelfde moment dat Olmert sprak, was de tijdelijke, 48 uur durende „beperking” (in het Hebreeuws, in het Engels werd over „opschorting” gesproken) van de luchtaanvallen al opgeheven en berichtte Radio Israel over twee brigades (Golani en Nahal) die op weg waren naar de Litani, op 30 kilometer van de grens. Olmert maakte impliciet duidelijk dat de schok van Qana, waar zondag bijna 60 Libanese burgers werden gedood tijdens een precisiebombardement door een Israëlische F-16, geen onmiddellijk effect heeft op de campagne.

Qana wordt beschouwd als een tragische vergissing, een pr-ramp, maar niet als een gebeurtenis die de Israëlische koers drastisch verlegt, want, zo luidt de redenering, dit is een rechtvaardige oorlog, die Israël niet heeft gewild, maar is begonnen uit zelfverdediging. De gespierde taal van Olmert maskeerde niettemin het groeiende besef in de Israëlische regering en de legertop dat de tijd om de veiligheidssituatie aan de noordelijke grens wezenlijk te veranderen, beperkt is.

Qana heeft Israël en Amerika niet op fundamenteel andere gedachten gebracht, maar de internationale druk om tot een bestand te komen neemt toe. „Vóór Qana konden we duidelijk maken dat wij het slachtoffer waren, na Qana is het zelfs voor de beste pr-specialisten niet meer mogelijk om de wereld daarvan te overtuigen”, aldus The Jerusalem Post.

De schattingen lopen uiteen, maar ministers en generaals denken dat het een kwestie van een week tot tien dagen is voordat de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties het eens is over een oproep tot een bestand en de stationering van een internationale macht. Er wordt zelfs rekening mee gehouden dat de Veiligheidsraad op zijn vroegst vrijdag of zaterdag stemt over een resolutie. Gehoopt wordt op tijdrekken door de Verenigde Staten en vertragende onenigheid tussen Washington en Parijs. De Franse regering lijkt een leidende rol te willen spelen in de internationale macht in het voormalige Franse Mandaatgebied.

Het Israëlische plan is tot de aankomst van een internationale macht, waarvan zelfs de contouren nog niet zichtbaar zijn, door te vechten. „De diplomatieke klok is aan het tikken. We hebben geen maanden de tijd, het is nu een kwestie van weken, genoeg tijd om van het momentum gebruik te maken, want het thuisfront staat achter ons”, aldus brigadegeneraal Yossi Kupferwasser van de Israëlische militaire inlichtingendienst.

De voormalige woordvoerder van premier Sharon, Ranan Gissin, vatte de situatie bondig samen: „We moeten in korte tijd zoveel mogelijk terrein winnen, zoveel mogelijk guerrillastrijders doden en zoveel mogelijk katjoesja-lanceerinstallaties uitschakelen. Er moet voor een dramatische slotakte worden gezorgd, zoals Sharon dat deed door in 1973 het Suezkanaal over te steken of in 1983 Yasser Arafat uit Beiroet te verjagen.”

Dat beseffen premier Olmert, minister van Defensie Peretz en de met maagklachten kampende chef-staf Halutz, die heen en weer pendelt tussen ziekenhuis en hoofdkwartier, ook. Het bouwen van een ‘ijzeren muur’, een bufferzone, alleen is niet voldoende. De katjoesja’s moeten tot zwijgen worden gebracht en de twee gegijzelde soldaten moeten worden bevrijd. Dat is voor Israël de ondergrens.

Intussen zijn politici en generaals al begonnen met het verkopen van de onverwachte oorlog als een succes. „We hebben Hezbollah, twintig dagen geleden bedreigend, gevaarlijk en arrogant, nu al zware slagen toegebracht en het zal lange tijd duren voordat zij gerecupereerd zijn. Zij zullen nooit meer naar hun posten bij de grens kunnen terugkeren, onze dorpen kunnen bestoken en onze soldaten ontvoeren”, aldus Olmert.

Over het volledig breken en ontwapenen van de shi’itisch-fundamentalistische Partij van God sprak hij niet meer. Het leger denkt tweederde van de lange afstandsraketten van Hezbollah en 78 katjoesja-raketten te hebben vernietigd. Daarnaast zouden 300 Hezbollah-vechters, van wie er 180 met naam en toenaam bekend zijn gemaakt, zijn gedood. Toch loeiden vanochtend rond tien uur de sirenes van Haifa en Kiryat Shmona opnieuw.