Isolement van de VS

Meer dan vijftig doden, onder wie dertig kinderen, door Israëlische bommen op een flatgebouw in Zuid-Libanon afgelopen weekeinde zijn niet goed te praten. Dat de shi’itische organisatie Hezbollah volgens Israël gewetenloos onschuldige burgers als schild gebruikt door de raketten tegen Israël vanuit woonwijken te lanceren, is onvoldoende reden om dan maar op die wijken te schieten en burgers te bevelen huis, haard en bedrijf te verlaten, onder beschietingen en over wegen en bruggen die door het Israëlische leger zijn kapotgeschoten.

Inmiddels zijn er in Libanon al 500 doden en nog veel meer gewonden gevallen en ook Israëliërs sneuvelen. Die prijs is te hoog voor wat begon als een ontvoering van twee soldaten uit Israëlisch grondgebied door Hezbollah.

Ook de diplomatieke prijs wordt te hoog. Door hard in te grijpen heeft de Israëlische regering de pro-westerse partijen in Libanon van zich vervreemd. Onder druk van de Arabische verontwaardiging over de gruwelijke beelden van doden en gewonden heeft de Libanese premier Siniora zijn steun betuigd aan Hezbollah, dat slechts een deel van zijn uit uiteenlopende partijen samengestelde regering uitmaakt. Militair hebben de Israëlische acties evenmin het gewenste effect gehad, omdat het aantal raketaanvallen op Israëlische steden en dorpen er nauwelijks door is afgenomen. Toch wil Israël de militaire acties uitbreiden.

Deze impasse doorbreken vereist diplomatiek initiatief van bovenaf. Ook verscheidene Arabische regeringen wensen een einde aan de oorlogshandelingen in Libanon. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties is tot nu toe verlamd door onenigheid van de leden. Voor de handhaving van een staakt-het-vuren is de Veiligheidsraad wel nodig.

Helaas is de invloed van grootmacht Amerika getaand in het Midden-Oosten. Dat komt door de mislukkingen in Irak, maar ook door de weigering van Washington om rechtstreeks te overleggen met Syrië en Iran, volgens president Bush schurkenstaten of delen van ‘de as van het kwaad’. Hezbollah is een lokale organisatie en wordt weliswaar niet vanuit Syrië en Iran bestuurd, maar ontvangt wel militaire en financiële steun uit die landen. Tot overmaat van ramp werd de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Condoleezza Rice naar aanleiding van het fatale bombardement op Qana niet in Beiroet ontvangen door de mede met Amerikaanse steun tot stand gekomen regering. Zij kan moeilijk tegelijkertijd de Libanese en Israëlische regering steunen, want die zijn in feite met elkaar in oorlog.

Washington kan zich niet langer verschuilen achter overdreven optimistische verklaringen over de ‘geboorteweeën van een nieuw Midden-Oosten’. Voor zover het Midden-Oosten zich vernieuwt, is dat ten nadele van de Verenigde Staten, die zich ernstig in de nesten hebben gewerkt. Als Rice niet meer armslag krijgt van haar president om met alle betrokken partijen te overleggen, dreigt zij even machteloos te worden als haar voorganger Colin Powell.