Hoezo gentlemen?

Nederlanders denken vooral dat ze goed Engels spreken.

Britten vinden ons Engels maar houterig, onze conversatiekunst saai en ons optreden te direct.

Nog steeds komt het voor. Een Nederlandse ondernemer die iets wil beginnen in het Verenigd Koninkrijk meldt na een eerste ontmoeting enthousiast dat het er hoopvol uitziet, want de Britten hebben zijn voorstel ‘interesting’ genoemd. „Zo’n man is dan verbaasd dat hij naderhand niets meer hoort”, aldus Jochem Geheniau, manager van de Nederlandse Kamer van Koophandel in Londen.

Die term ‘interesting’ is langzamerhand een gevleugeld woord geworden. Het is een zeer Britse manier om te zeggen dat iemand niets ziet in een project. „Je moet zulke codes kennen”, aldus een diplomaat, die zich veel met economische kwesties heeft beziggehouden. „Een andere is die van de onoprechte uitnodiging om eens te gaan lunchen of dineren.” Wie dan zijn agenda trekt, heeft het meteen verbruid.

Veel Nederlandse zakenlieden zijn geneigd de moeilijkheden van zaken doen in het Verenigd Koninkrijk te onderschatten. Ze denken de taal behoorlijk te beheersen en min of meer op dezelfde golflengte te zitten als de Britten. Hebben Britten en Nederlanders niet al vele decennia met groot succes samengewerkt in grote multinationals als Shell en Unilever?

Dat valt in de praktijk vaak tegen. „Ik was geschokt dat de Engelse cultuur zo anders bleek te zijn dan de Nederlandse”, zegt Frank Schrijver, die sinds 1996 een bedrijf in Croydon bij Londen heeft dat is gespecialiseerd in vochtbestrijding op muren met behulp van een ingenieuze, milieuvriendelijke methode. „Je moet hier constant op je hoede zijn”, zegt hij. „Vaak word je voorgelogen. Dan denk je dat je een deal hebt en later blijkt dat ze het toch anders willen. Dan heb jij het als buitenlander zogenaamd verkeerd begrepen. ”

Vreemd keek Schrijver op toen een ander er onder valse voorwendselen met zijn handelsmerk vandoor ging. Plotseling wilde het dagblad The Daily Telegraph zijn advertenties niet meer plaatsen uit vrees voor rechtszaken. „Het heeft me negen maanden gekost dat met behulp van een dure topadvocaat recht te trekken.” Na forse aanloopproblemen gaat het Schrijver inmiddels voor de wind.

Wat veel Nederlanders onvoldoende beseffen, is dat in de Britse cultuur de verbale presentatie essentieel is. „Het is hier in het zakenleven, net als in de politiek, van het grootste belang dat je je gehoor weet te boeien”, zegt Kenneth Rea, een acteur die een bureau drijft om managers en politici beter in Groot-Brittannië te laten functioneren. „Daar heb je enige retorische vaardigheden voor nodig.”

Nederlandse werknemers hebben bij Britse bedrijven moeite met het hiërarchische karakter van de bedrijfsvoering. „Bij de Britten is een opdracht echt een opdracht voor een ondergeschikte, hoewel de baas die misschien meer als een suggestie brengt”, zegt de diplomaat. „In Nederland wordt een opdracht door de werknemers hooguit als een suggestie beschouwd en volgt er meestal nog discussie.” De Britten verwachten van hun baas dat deze zich als zodanig gedraagt. „Je kleedt en gedraagt je als een directeur”, zegt Schrijver. „Als je je als een werknemer kleedt, behandelen ze je ook als een werknemer.”

Waar Nederlanders ook tegenaan botsen, is de onwil bij Engelsen om informatie te delen. „Die houd je het liefste tegen de borst”, zegt Robert Meyers, een Engelsman die veel in speelgoed heeft gehandeld met Nederlanders en enige tijd samen met Nederlanders in de leiding van een bedrijf zat. „In het bijzonder als je in hetzelfde bedrijf werkt. Als mensen je op de man af iets vragen, zoals Nederlanders vaak doen, vragen wij ons altijd meteen af met welke bedoeling ze dat willen weten. Vaak geef je dan de gevraagde informatie niet.”

Het gaat er in Engelse bedrijven veel politieker aan toe dan in Nederlandse, weet Henk Lafèbre, voormalig partner bij KPMG in Londen en voorzitter van de Nederlandse Kamer van Koophandel. „Ze houden ervan iemand beentje te lichten en spelletjes te spelen. Het idee van de Engelse gentleman klopt echt niet. Het is niet voor niets dat de Fransen van la perfide Albion spreken.”

Zevende deel in een serie over hoe je je zakelijk gedraagt in het buitenland. Eerdere afleveringen staan op www.nrc.nl