Het thuisfront weet het net iets eerder

Duizenden vrienden en familieleden van uitgezonden militairen willen op de hoogte blijven van de situatie in Afghanistan. Ze kunnen bellen, e-mailen en brieven sturen. „Ik heb niets te klagen.”

Rob Vonk (49) ging voorgaande jaren met vakantie naar Kroatië. Maar door de missie in Afghanistan zijn de plannen gewijzigd. Dit jaar zoekt hij zijn vakantieplezier dicht bij huis. In Friesland. Een laptop met draadloos internet en mobiele telefoon gaan mee. Elektriciteit op de camping is een must. Want als er wat gebeurt met zijn zoon Leon (21) in Zuid-Afghanistan, dan wil Vonk altijd bereikbaar zijn. Bovendien, zegt hij, houdt hij zo via e-mail contact met zijn zoon.

Voor duizenden familieleden, relaties en vrienden van uitgezonden militairen staat deze zomer in het teken van het begin van ISAF-III, de missie in Uruzgan. Via thuisfrontafdelingen, telefooncirkels, informatiedagen en internet houden zij elkaar op de hoogte.

De telefooncirkel is een populair middel voor bezorgde relaties, zegt Ines den Teuling (50), moeder van een zoon in Afghanistan en sinds tien jaar voorzitter van de Thuisfrontafdeling. De cirkel bestaat uit acht medewerkers die toerbeurten draaien zodat mensen dag en nacht kunnen bellen. Den Teulings: „Vorige week kregen we ongeveer twintig telefoontjes. Vaak zijn het mensen die gewoon een luisterend oor willen of zich afvragen hoe de situatie is in het gebied.”

Vooral na de dood van de twee militairen door een helikopterongeluk in Oost-Afghanistan begon de telefoon te rinkelen. „Mensen waren bezorgd en wilden hun medeleven uiten met de familie”, zegt Teulings.

De Thuisfrontafdeling staat weer in contact met het zogeheten Situatiecentrum van Defensie, dat de contacten onderhoudt met Afghanistan. Informatie over militairen in Afghanistan komt daar iedere dag tussen 23:00 en 3:00 uur binnen. Bij dodelijke ongevallen wordt direct contact opgenomen met het thuisfront. In eerste instantie met een directe relatie van de militair. Kort daarop met de thuisfrontafdeling van Den Teulings. „Zo weten wij dingen iets eerder dan de media. Als er gebeld wordt door ouders naar de telefooncirkel zijn wij vaak al op de hoogte.” Op de thuisfrontdagen hamert de Maatschappelijke Dienst Defensie er dan ook op om de juiste contactgegevens van een relatie van de militair door te geven aan de dienst. Mocht een militair overlijden, dan springt iemand van de dienst in de auto om het slechte nieuws persoonlijk te melden. Zelfs het vakantieadres wordt voor de zekerheid doorgegeven.

Relaties van een militair kunnen ook zelf bellen naar het Situatiecentrum met vragen over hun zoon of dochter. Vierentwintig uur per dag, zo verzekert Defensie. Er is ook een speciale teletekstpagina (pagina 765 bij de publieke omroep) voor het thuisfront.

Maar bijkletsen met zoon of dochter in Zuid-Afghanistan gaat zomaar niet. Wie belt naar het Situatiecentrum krijgt niet direct een militair in Uruzgan aan de lijn. In de meeste gevallen zal het centrum een boodschap doorgeven aan de militair en vragen of deze zelf terugbelt. Tenzij er een noodgeval is bij het thuisfront, verzekert Defensie. Het departement gebruikt satellietverbindingen voor telefoonverkeer. Telefoneren is niet gratis: een militair moet telefoonkaarten kopen op de basis.

Zowel het thuisfront als de militair wordt tijdens de thuisfrontdagen gewaarschuwd om geen missiegevoelige informatie uit te wisselen. Defensie neemt alle telefoongesprekken op. Mocht het gesprek wegvallen of onduidelijk zijn, dan hebben we het tenminste nog op tape, kregen belangstellenden te horen op de thuisfrontdagen. Ook de post wordt nog gebruikt. Maar omdat het twaalf dagen duurt voordat een brief arriveert, wordt er steeds meer geë-maild. Mailverkeer wordt niet ingezien door Defensie, laat een woordvoerder weten.

„Ik heb niets te klagen over de informatievoorziening”, zegt vader Rob Vonk. „Het verschilt niet veel met wat er in de kranten staat”, zegt Teulings. „Alleen weten wij het net iets eerder.”

Opvallend bij deze missie is de wildgroei aan weblogs van het thuisfront. Deze worden niet gecontroleerd op missiegevoelige informatie. „Dat is niet te doen”, zegt de woordvoerder. Verwacht op deze logs geen jongensboekverhalen over militairen. Het zijn meestal moeders of vriendinnen van militairen die hun ei kwijt willen. Zo schreef Mandy (20), wier vriend in Afghanistan zit, op 11 juli: „Ja [het is] 67 graden in de zon en 55 in de schaduw... Ze hebben allemaal last van bloedneuzen door de droogte en warmte...” Op hetzelfde forum schrijft Marjo (leeftijd onbekend) over haar vriend: „Hij was weer even op MSN. Het is nog steeds heel warm daar en hij baalt als een stekker dat hij nog niks kan doen. Hij zit alleen maar op de basis en verveelt zich eigenlijk een beetje. Ik vind het persoonlijk niet zo erg dat hij op die basis zit. Ik heb het liefst dat hij de hele uitzending op de basis blijft en er pas weer af komt wanneer hij naar huis komt maar ja, zo werkt het helaas niet.”

De NAVO-troepen zijn verdeeld over heel Afghanistan, Nederland levert 1.400 militairen