Gevraagd: een Museum voor de Wederopbouw

Karakteristieke kunstwerken in- en aan na-oorlogse gebouwen verdienen meer waardering en steun, vindt Ramses van Bragt

Sinds enige tijd beijveren twee Rotterdamse ontwerpers, Antoinette Hendriks en Nils van Houten, zich met succes om de perronhuisjes van het Rotterdamse Centraal Station te redden. Het is goed dat de Rotterdamse politiek hun noodkreet heeft opgevangen en er nu serieus mee aan de slag gaat om de karakteristieke onderdelen van het stationsgebouw te redden, dat binnenkort gesloopt zal worden.

Elders in Nederland speelt, door grootschalige stadsvernieuwing in de wederopbouwwijken, dezelfde problematiek als in Rotterdam. Veel burgers nemen, zeer terecht, het initiatief om op het laatste moment erfgoed van de slopershamer te redden.

Het wordt onderhand tijd om deze telkens terugkerende ‘twee-voor-twaalf’-incidentenpolitiek te verruilen voor een meer gestructureerd beleid. Nu is het het Rotterdamse Centraal Station, over een tijdje is er elders in Rotterdam weer een ander project waartegen men te hoop loopt. De (lokale) overheid moet hier haar verantwoordelijkheid nemen.

Hoe kan ze dat het beste doen?

Ten eerste door het ontwikkelen van een Kunstwerken Effect Rapportage, in navolging van de welbekende Milieu Effect Rapportage. Telkens als bekend is gemaakt dat een gebouw onvermijdelijk gesloopt gaat worden, dan zou de eigenaar van dat gebouw een inventarisatie moeten maken van de aanwezige kunstwerken die zich op, aan of in het gebouw bevinden.

Vervolgens kan een commissie uit de kunst- en architectuurwereld zonder al te veel gedoe een deskundig oordeel vellen of deze kunstwerken werkelijk het bewaren waard zijn.

Ten slotte kan dan in overleg met de desbetreffende kunstenaars of hun eventuele erfgenamen bekeken worden of deze kunstwerken in het nieuw te bouwen gebouw opgenomen kunnen worden of dat ze beter elders herplaatst kunnen worden. Zo worden de rechten van de kunstenaar gewaarborgd, en kan in goed overleg met de maker gezocht worden naar de best mogelijke oplossing.

Bij de Pauluskerk aan de Rotterdamse Mauritsweg speelt op dit moment een soortgelijke actie: de kunstenaar van het grote roosvenster is actief betrokken bij de herplaatsing van dit raam in de nieuwbouw van de kerk.

Mocht deze ‘Kunstwerken Effect Rapportage’ vorm krijgen, dan leidt dat onvermijdelijk tot een stroom aan kunstwerken die tijdelijk ergens onderdak moeten vinden. Gedacht kan worden aan een geklimatiseerd depot om (verder) verval aan de beelden en kunstwerken te voorkomen. Ook uit oogpunt van eventuele diefstal van de beelden verdient een overdekt en bewaakt depot de voorkeur.

Dit brengt me op een tweede punt waar de tijd inmiddels rijp voor lijkt: een Museum voor de Wederopbouw. In het hierboven bedoelde depot zullen, in Rotterdam althans, veelal beelden uit de wederopbouwperiode (circa 1945-1960) opgeslagen worden. Hebben we met z’n allen niet de verantwoordelijkheid om de beste voorbeelden van de kunstproductie uit deze periode voor het nageslacht te bewaren? Rotterdam afficheert zich graag als dé wederopbouwstad van Nederland, en het is dan ook niet meer dan vanzelfsprekend om juist in de Maasstad een ‘Museum voor de Wederopbouw’ op te richten.

Zo kan Rotterdam proberen de gemaakte fouten uit het verleden, waar het het erfgoedbehoud betreft, weer te repareren. Het Stationspostkantoor, zelf een Wederopbouwmonument, zou hiervoor het aangewezen gebouw zijn; er is nog steeds geen goede bestemming voor gevonden. Dit grootschalig opgezette gebouw is groot genoeg om de vaak lastig hanteerbare wederopbouwkunstwerken in te kunnen huisvesten. Het Museum voor de Wederopbouw kan een depot-, restauratie,- en tentoonstellingsfunctie-, combineren met een horecavoorziening.

Met het Architectuurjaar 2007 in het verschiet zou het Rotterdamse stadsbestuur zich juist nu van zijn beste kant moeten laten zien; door het ondersteunen van het plan voor een Museum voor de Wederopbouw zal het stadsbestuur kunnen bewijzen dat Rotterdam wel degelijk een culturele voortrekkersrol kan en wil vervullen.

Drs. Ramses van Bragt is kunsthistoricus en werkzaam bij het Gemeentearchief Rotterdam