Geen problemen, geen kamp

Probleemjongeren hebben bij gemeenten prioriteit.

Zomerkampen voor minder bedeelde kinderen staan daardoor onder druk.

Walt (14) ziet altijd een beetje op tegen de zomer. Want dan sluit de school en zit hij thuis. „Ik ben thuis nogal moeilijk”, zegt hij. „Mijn ouders wilden mij graag op kamp hebben.” De afgelopen week zat Walt dus in Wanneperveen. Op een kamp met dertig kinderen uit Amsterdam en tien uit Hoogeveen, van 7 tot 14 jaar.

Kinderkampen zoals die van Walt staan onder druk. Vroeger had elke buurt er wel één in de zomer, de laatste jaren wordt het aanbod kleiner, zegt Froukje Hajer, de organisator van het kamp. „Tegenwoordig wordt er zo veel bezuinigd op jeugd- en buurtwerk, dat ze schaars worden.”

„De leiders zijn heel aardig”, zegt Walt, terwijl de groep zit te picknicken aan de waterkant langs het Zuiderpad in Giethoorn. „Ik vind ‘levend stratego’ heel erg leuk, en zeilen en zwemmen. En we slapen in hoge tenten. En je mag op het stro slapen. En het eten is erg lekker.”

Er zijn genoeg commerciële kinderkampen. Kijk op internet en je ziet hockeykampen, ponykampen, wild water rafting en survival varianten. Zulke kampen kosten rond de 250 euro. Het kamp van Froukje Hajer kost tussen de 90 en 150 euro voor vijf dagen, al naar gelang de draagkracht van de ouders. Als ze het niet kunnen betalen, springen de sponsor, een bedrijf dat anoniem wil blijven, en jeugdfonds Jantje Beton financieel bij.

Gemeenten en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) subsidiëren welzijnsorganisaties die de kinderkampen organiseren. Maar gemeenten leggen de prioriteit tegenwoordig bij ‘schooluitval’, ‘probleemjongeren’ en ‘multi-etniciteit’ ”, zegt Hans Zuiver, directeur van welzijnsorganisatie Combiwel in Amsterdam. „Zich hard maken voor het ‘gewone’ speeltuinwerk en activiteiten in de zomer is niet meer vanzelfsprekend. Vroeger was dat het vertrekpunt van alle jeugdbeleid.”

Bovendien zijn gemeenten niet altijd structureel met algemeen jeugdbeleid bezig. „Het beleid is heel erg versnipperd”, zegt Iddo Schoen, directeur van Simbo vakantiekampen, een commercieel bedrijf dat zo’n 500 jeugdkampen organiseert. „Soms zijn er wat pony’s of kinderbadjes. Maar die zie je het ene jaar wel en het volgende weer niet. Wij zien dat de overheid zich terugtrekt en het aan de markt overlaat. Daar springen wij op in. Maar onze kampen zijn niet voor iedereen betaalbaar.”

Het ministerie van VWS heeft drie jaar geleden het subsidiebeleid voor allerlei culturele en welzijnsinstellingen ingrijpend gereorganiseerd. Structurele subsidies aan een groot aantal instanties werden stopgezet. Nu worden alleen nog incidentele subsidies voor projecten gegeven.

Daardoor hebben organisaties die de kampen organiseren het moeilijker gekregen, zegt Joost Vlasblom, coördinator van YMCA-vakanties, dat jaarlijks zo’n 170 kinderkampen organiseert. Ook zijn organisatie heeft moeten inleveren. „Je kunt bij VWS aanvragen voor projectsubsidie indienen, maar een project heeft slechts een bepaalde tijdsduur en moet eigenlijk ook vernieuwend zijn. Een vrijwilligersorganisatie die al sinds 1912 vakantiekampen organiseert valt dan snel af, aangezien het organiseren van de kampen ‘regulier werk’ is. Bovendien zijn kampen voor kinderen uit achterstandswijken en tehuizen niet innovatief, maar wel érg nodig. Subsidies voor kampen voor kinderen met overgewicht of gehandicapten zijn er wel. Maar ‘gewone’ kinderen vallen buiten de boot.”

Is dat erg? Froukje Hajer vindt van wel. „Er zijn kinderen die er amper uitkomen, in de zomer. Dat is al jammer. Maar die leren dus ook minder met andere kinderen optrekken in een andere omgeving. Overigens is mijn kamp ook voor beter bedeelde kinderen. Omdat ik vind dat de kinderen moeten ‘mengen’.”

Hans Zuiver van welzijnsorganisatie Combiwel ziet de kampen ook als een manier om problemen op latere leeftijd te voorkomen. Maar de verantwoordelijkheid ervoor ligt niet alleen bij de gemeenten of VWS, zegt hij. Welzijnsorganisaties moeten de politiek vaker attenderen op het belang van jeugdwerk. „Het werkt twee kanten op.”

Peter Steenbergen, ‘werkveldmanager’ van de Stichting Welzijn Feijenoord in Rotterdam, organiseert deze zomer een rommelmarkt om een kamp te kunnen organiseren. Het geld dat de stichting van de gemeente krijgt, is ontoereikend. „We schrapen het geld bij elkaar via fondsen.”

Het VSB-fonds is zo’n fonds. Het ondersteunt onder meer activiteiten op het gebied van zorg en welzijn. Het fonds ziet dat „heel veel particuliere initiatieven moeite hebben het hoofd boven water te houden”, aldus een woordvoerder. „Veel regelingen zijn uit de lucht gehaald. Sinds vorig jaar krijgen we veel aanvragen vanuit welzijnsinstellingen die deze activiteiten al jaren organiseren. Dergelijke aanvragen worden door ons echter niet in behandeling genomen, omdat het voor de betreffende instellingen reguliere activiteiten zijn. Komt de aanvraag vanuit een stichting of vrijwilligersorganisatie die speciaal voor vakantiekampen actief is, dan behandelen we die wel.”

Maar juist die categorie vraagt de laatste jaren minder subsidies aan, zo ondervindt het VSB-fonds. De woordvoerder denkt dat dat komt doordat er minder personeel bij de organisaties is. „Steeds meer projecten gaan niet door. Dat vinden wij een zorgelijke ontwikkeling.” Toch is het VSB-fonds niet van plan het beleid te versoepelen. „Wij willen de overheid niet vervangen.”

Froukje Hajer organiseert haar kamp dit jaar voor de elfde keer, via de stichting Kinderwerk. Die heeft ze met een vriendin opgericht. De kinderen zijn geworven via twee scholen in Amsterdam Zuidoost en een welzijnsstichting in Hoogeveen. De tien leiders kent ze via via.

Hajer werkt bij Jantje Beton als hoofd belangenbehartiging, het kamp organiseert ze in haar vrije tijd. „Als ik er geen zin meer in heb, staat het kamp meteen op het spel.”

De bonte avond vinden de kinderen het leukste van het vijfdaagse kamp. Saran (10), een zwart meisje met dreadlocks, dat in de Bijlmer op school zit, gaat een dansje doen, zegt ze. Op het liedje Rampeneren van Ali B. „Dat betekent ‘helemaal uit je dak gaan’.” Walt wil zijn „grote talent showen” (met zijn handen en wat water een zuigend geluid maken).

Vlak voor de groep zich inscheept in de punters waarmee ze vandaag door Giethoorn varen, wil Tony (12), een zwart jongetje uit Hoogeveen, graag nog wat zeggen. „Ik vind het hier echt vreselijk leuk, mevrouw. Thuis ben ik in de zomer vaak alleen, want iedereen is op vakantie. Dus ik wilde u vragen, kan het kamp niet nog een weekje extra?

Een lijst van zomerkampen op:www.elsevier.nl