Fidel draagt de macht (even) over aan Raúl

Omdat hij de laatste weken veel te hard werkte en amper sliep kreeg Fidel Castro last van maagbloedingen. Hij ging onder het mes en geeft tot zijn herstel broer Raúl de leiding over Cuba.

De langst zittende politieke leider ter wereld, de Cubaanse communistische machthebber Fidel Castro, heeft vannacht plotsklaps om gezondheidsredenen al zijn functies overgedragen aan zijn jongere broer Raúl.

Als gevolg van „extreme stress” zijn er bij Fidel aanhoudende inwendige bloedingen ontstaan die „gecompliceerd chirurgisch ingrijpen” noodzakelijk maakten. De onbetwiste leider van de Cubaanse revolutie heeft daarom na 47 jaar de dienst te hebben uitgemaakt op het Caraïbische eiland zijn werk neergelegd. Volgens tv-presentatoren die gisteren op de Cubaanse televisie het nieuws bekend maakten – sommigen stemmig zwart gekleed – gaat het om een tijdelijke machtsoverdracht. Castro nam in 1959 de macht over van de door hem verdreven dictator Fulgencio Batista.

Het terugtreden van Fidel Castro gebeurt twee weken voor zijn tachtigste verjaardag. Tientallen internationale artiesten en intellectuelen zouden volgende week drie dagen durende feestelijkheden bijwonen in Havana. Er zou een congres worden gehouden, muzikale voorstellingen en een tentoonstelling met werken van de zeven jaar geleden overleden Ecuadoriaanse schilder en vriend van Castro, Oswaldo Guayasamín (79). Hij heeft meerdere portretten gemaakt van Fidel. In de verklaring die vannacht op de Cubaanse televisie werd voorgelezen staat dat Fidel nu zijn 80ste verjaardag op 2 december wil vieren.

Fidel Castro was de afgelopen weken juist opvallend actief geweest. Hij maakte voor het eerst in jaren weer een buitenlandse reis. Vergezeld door honderden Cubaanse veiligheidsagenten woonde hij vorige maand in de stad Córdoba in Argentinië een bijeenkomst bij van de leiders van het Zuid-Amerikaanse economische samenwerkingsverbond Mercosur. Met de president van Venezuela en zijn belangrijkste politieke bondgenoot Hugo Chávez bezocht hij ook het Argentijnse plaatsje Alta Gracia. In dat dorp groeide Fidels revolutionaire strijdmakker Ernesto ‘Che’ Guevara op.

Terug in Cuba hield Castro zich de afgelopen dagen nadrukkelijk bezig met de Dag van de Revolutie waarin wordt herdacht dat Castro met strijdmakkers in 1953 in de stad Santiago de Cuba de Moncada-kazerne aanviel. „Dagen en nachten doorwerken vrijwel zonder slaap hebben ertoe geleid dat mijn gezondheid, die eerder alle beproevingen wist te doorstaan, verzwakt is”, aldus Castro. Om te herstellen van de operatie zijn enige weken totale rust nodig, zo staat in de verklaring.

Het feit dat Castro de verklaring door een medewerker heeft laten voorlezen, wijst er volgens waarnemers op dat de situatie ernstig is. Eerdere gezondheidsproblemen, zoals het in 2001 flauwvallen tijdens een toespraak of zoals twee jaar geleden het breken van een arm en het beschadigen van zijn knie toen hij na een toespraak viel, hebben het nooit noodzakelijk gemaakt dat de revolutionaire leider, regeringshoofd en opperbevelhebber van de strijdkrachten delen van zijn bevoegdheden afstond. Volgens de Amerikaanse inlichtingendienst CIA lijdt Castro aan de ziekte van Parkinson maar dat is in Cuba altijd ontkend.

Overeenkomstig de grondwet zijn de meeste bevoegdheden van Fidel overgedragen aan de eerste vice-president van Cuba: de vijf jaar jongere broer Raúl. Volgens artikel 94 van de Cubaanse constitutie is hij in geval van „afwezigheid, ziekte of dood” van Fidel automatisch de opvolger. Raúl vocht in de jaren vijftig steevast aan de zijde van Fidel en vluchtte met hem naar Mexico toen een eerste poging tot machtsovername mislukte. Hij is sinds 1959 minister van Defensie en verantwoordelijk voor het dagelijks bestuur van de communistische partij.

Raúl zou vooral onder de ongeveer 55.000 leden van de Cubaanse strijdkrachten grote populariteit genieten. Het Cubaanse leger is de laatste jaren steeds meer in zaken gegaan en militairen bekleden hoge posities in de transportsector en in bedrijven die het al maar belangrijker wordende toerisme op Cuba organiseren.

De belangrijkste jongere kandidaat om Fidel Castro op te volgen, is de 41-jarige minister van Buitenlandse Zaken Felipe Pérez Roque. Hij is zeker niet minder radicaal communistisch dan zijn oude leermeester Fidel.

Vorige week schertste Castro – die door zijn aanhoudende anti-Amerikanisme nog steeds grote populariteit geniet in Latijns-Amerika – in een toespraak dat de „buren in het noorden” zich geen zorgen hoefden te maken. Hij was niet van plan tot zijn honderdste levensjaar aan de macht te blijven.

Door het Witte Huis is officieel nog niet inhoudelijk gereageerd op het terugtreden van Castro. De regering van president Bush maakte onlangs bekend meer financiële middelen uit te zullen trekken voor steun aan de Cubaanse oppositie. De VS willen dat Cuba een democratie wordt met een volledig vrijemarkteconomie.

In Miami vierden Cubanen vannacht feest. In de hoofdstad van de op enige tientallen kilometers van Cuba verwijderde Amerikaanse staat Florida wonen ruim één miljoen voor het communisme gevluchte Cubanen. In de verklaring die Fidel vannacht liet voorlezen, waarschuwt hij zijn tegenstanders evenwel niet voortijdig te juichen. Het Cubaanse volk zal „tot de laatste druppel bloed” strijden ter verdediging van de revolutie en het historische proces. „Het imperialisme zal Cuba nooit kunnen verpletteren.”

Lees de verklaring en bekijk het Cubaanse tv-fragment op: www.nrc.nl/wereld