Dwangstrategie kan oorlogsstrategie worden

Jan van Angeren meent dat Steketee Israëls keuze voor een dwangstrategie niet ziet. Verder stelt hij dat Gordons uitgangspunt `luchtaanvallen werken niet` door het geval Servië/Milosevic is gefalsifieerd en dat Israëls luchtaanvallen als dwangstrategie wél werken (Opiniepagina, 27 juli).

Beide stellingen (luchtaanvallen werken niet vs een oorlog is vanuit de lucht niet te winnen) zijn afkomstig uit een controverse over het voeren van oorlog. In die context zijn ze onverenigbaar en blijkt in de praktijk dat oorlogen vanuit de lucht alleen niet gewonnen worden. Een dwangstrategie is echter wat anders dan een oorlogsstrategie. Dwangstrategie is een eufemisme voor ordinaire kanonneerbootdiplomatie. Kanonneerbootdiplomatie ondersteunt de diplomatie door die kracht bij te zetten en de bereidheid te tonen die diplomatie desnoods met geweld te ondersteunen. Kanonneerbootdiplomatie richt zich op degenen die de beslissingen nemen. Niet toegeven betekent het risico van machtsverlies en persoonlijke risico`s lopen. Daarom werkt kanonneerbootdiplomatie uitstekend tegen oligarchieën en dictaturen met een smalle machtsbasis en aanmerkelijk minder tegen organisaties met een bredere machtsbasis.

In het geval Israël is geen sprake van kanonneerbootdiplomatie. Ten eerste is er geen gelijktijdig diplomatiek proces gaande met Hezbollah, ten tweede ondersteunt het militaire geweld die diplomatie niet. Een dwangstrategie zou, ten tweede, ook niet werken omdat de beslissers aan Hezbollah-zijde niet noemenswaardig méér worden bedreigd om indruk te maken en men kan zich bovendien afvragen of hun machtsbasis wel zo smal is.

Dat Israël méér tegenstanders tegen zich in het harnas jaagt is waarschijnlijker. Als Israël bedoeld heeft een dwangstrategie toe te passen, dan is die wellicht onbedoeld maar naadloos overgegaan in een oorlogsstrategie.