Duurzame energie wordt ongelijk behandeld

Het julinummer van het maandblad M is gewijd aan de gevolgen van het komende structurele tekort aan olie. Karel Knip concludeert in zijn artikel dat er slechts één alternatief is, nl. de inzet van kolen. Wereldwijd zijn de voorraden aan kolen ruim voldoende voor minstens een eeuw.

Als Knip de duurzame energiebronnen (zon, wind, biomassa) ter sprake brengt wordt omstandig uitgelegd dat Nederland veel te klein is om aan onze nationale behoefte te voorzien met deze hernieuwbare energiebronnen. Plotseling wordt de discussie verlegd van de mondiale schaal naar de nationale schaal. Zonne-energie is te weinig beschikbaar en te duur in Nederland, dus kennelijk is zonne-energie op wereldschaal ook van geen enkele betekenis.

De onzinnigheid van deze redenering blijkt uit het feit dat in meer dan 50 landen zonne-energie kan worden opgewekt met spiegeltechnologie (Concentrating Solar Power), waarmee op veel goedkopere manier elektriciteit kan worden opgewekt dan met zonnepanelen. Veel van deze landen verbruiken olie en gas voor stroomopwekking. Als in de komende 10-15 jaar op grote schaal zonthermische krachtcentrales zouden worden gebouwd in die landen, dan zou de bespaarde olie en het bespaarde gas de hele wereldeconomie ten goede komen.

Het behandelen van duurzame energieopwekking als een puur Nederlandse aangelegenheid, hetgeen ook door de Task Force Energietransitie wordt gedaan, doet het enorme potentieel dat de grootschalige zonne-energie biedt ernstig tekort. Deze ongelijke behandeling van duurzame energie en fossiele energie is niet terecht.