Conservatief VS claimt succes Ex-adviseur Clinton: lastenverlaging goed getimed

Het Amerikaanse begrotingstekort slinkt opeens verrassend. Welnee, niet verrassend, mijn belastingverlaging werkt, zegt president Bush. Een conservatief geloofsartikel blijkt te kloppen? Economen zijn nog niet overtuigd.

Dick Cheney en Donald Rumsfeld hebben het misschien niet meteen beseft. Maar toen zij in 1974 dineerden met de econoom Arthur Laffer in het Two Continents restaurant in Washington, waren ze getuige van een belangrijk moment in de economische geschiedenis.

Laffer schetste op een papieren servetje zijn inmiddels beroemde theorie dat de belastinginkomsten kunnen stijgen als de belastingen worden verlaagd.

Drie decennia later is Cheney vice-president en Rumsfeld minister van Defensie. En opnieuw klinken er echo’s van wat bekend kwam te staan als de ‘Laffer curve’, nu de regering en haar Republikeinse aanhangers proberen met de eer te gaan strijken voor een onverwachte stijging van de Amerikaanse belastingopbrengst.

Met de Congresverkiezingen van november in het vooruitzicht, wijst het Witte Huis er graag op dat de belastinginkomsten 115 miljard dollar (92 miljard euro) hoger zullen uitvallen, en het begrotingstekort 127 miljard dollar lager, dan zes maanden geleden door regeringseconomen nog werd voorzien.

De nieuwe schattingen van het onpartijdige begrotingskantoor van het Congres (CBO) zijn ook veel hoger dan eerdere voorspellingen. Een op de cijfers van het CBO gebaseerde analyse duidt er zelfs op dat de positieve inkomstenverrassing van dit jaar de op twee na grootste – in vergelijking met de omvang van de economie – in een kwart eeuw zal zijn.

Een onverwachte belastingmeevaller is goed nieuws voor iedere regeringspartij die een pijnlijke confrontatie met de kiezers te wachten staat. Maar voor de Republikeinen is het bijzonder welkom nieuws, omdat het – op het eerste gezicht althans – het centrale geloofsartikel van het door Laffer beleden conservatieve politieke geloof lijkt te bevestigen: dat belastingverlagingen de groei bevorderen en zichzelf in aanzienlijke mate terugverdienen door de toegenomen economische activiteit.

Op de dag dat de nieuwe voorspellingen bekend werden gemaakt, verklaarde president Bush: „Sommige mensen in Washington beweren dat we moesten kiezen tussen belastingverlaging en verlaging van het begrotingstekort [...] De cijfers van vandaag tonen aan dat dat een valse keuze was. De economische groei die door de belastingverlagingen is aangewakkerd, heeft ertoe bijgedragen dat onze belastinginkomsten toenemen.”

Republikeinse leiders uit het Congres sloten zich daarbij aan, hun kans ruikend om vooruitlopend op de verkiezingen van november het debat op een ander spoor te zetten. De Democraten zijn unaniem in hun afwijzing. De politieke retoriek staat opmerkelijk los van de economische analyse. Geen enkele geloofwaardige econoom steunt de extravagante claims van aanhangers van de regering-Bush dat de nieuwe cijfers aantonen dat de belastingverlagingen zichzelf terugverdienen.

Vervolg BEGROTINGSTEKORT: pagina 12

ACHTERGROND: HET HOE EN WAAROM VAN HET VERRASSEND SLINKENDE AMERIKAANSE BEGROTINGSTEKORT

BEGROTINGSTEKORT

Ex-adviseur Clinton: lastenverlaging goed getimed

Vervolg van pagina 1

Martin Feldstein, hoogleraar in de economie aan Harvard University en voorzitter van Ronald Reagans presidentiële raad van economische adviseurs, is wellicht de meest gerespecteerde pleitbezorger van de aanbodeconomie – de theorie die beweert dat door belastingverlaging juist aanbodfactoren worden geprikkeld. Hij zegt dat zijn onderzoek uitwijst dat na een verlaging van de inkomstenbelasting gedragsveranderingen, zoals een bereidheid om harder te gaan werken in veeleisender omstandigheden, „ervoor zorgen dat je ongeveer eenderde van de inkomsten die je verliest kunt terugverdienen”. De meeste andere economen geloven dat de gevolgen veel kleiner zijn.

Maar de nieuwe voorspellingen hebben geleid tot een serieus debat over de betekenis van de cijfers en de mate waarin zij zijn toe te schrijven aan Bush’ belastingverlagingen van 2001 en 2003.

Iedere objectieve analyse moet beginnen met de belastingcijfers zelf. De belastinginkomsten, die eerder verrassend laag waren, stegen vorig jaar met 14,5 procent en zullen dit jaar naar verwachting met 11,5 procent stijgen.

Jason Furman, de economisch beleidsadviseur van John Kerry, de Democratische kandidaat bij de presidentsverkiezingen van 2004, zegt dat „het inderdaad een verrassing is”. Maar hij betoogt dat belastinginkomsten moeilijk te voorspellen zijn en dat de regering van Bill Clinton tussen 1996 en 1997 op een even grote en onverwachte meevaller stuitte, nadat zij de belastingen juist had verhoogd.

De voornaamste reden voor de toename van de belastingopbrengst is de snelgroeiende economie. Rob Portman, de begrotingsdirecteur van het Witte Huis, zegt dat dit voor een deel het gevolg is van het belastingbeleid. De belastingverlagingen „hielpen de economische groei aantrekken, en die economische groei leidt nu tot hogere inkomsten”.

Er zijn twee manieren waarop belastingverlagingen de groei kunnen stimuleren: op de korte termijn, door voor extra vraag te zorgen, en op de langere termijn, door de toename van het aanbod van arbeid of kapitaal te bevorderen.

Economen zijn over het algemeen sceptisch over sturing van de vraag. Maar het is op z’n minst mogelijk dat de belastingverlagingen van Bush – die hun beslag kregen na het barsten van de dotcom-zeepbel, toen de Federal Reserve (het federale stelsel van Amerikaanse centrale banken) de rente naar 1 procent liet zakken en het gevaar liep door zijn munitie heen te raken – ertoe hebben bijgedragen dat de Verenigde Staten zijn ontsnapt aan de val van schulden in combinatie met deflatie.

Henry Aaron, een medewerker van de Brookings Institution en een voormalig adviseur van president Clinton, zegt: „Het was zeker goed getimed, of dat nu bewust gebeurde of niet.” Zijn bezwaar is dat gerichte maatregelen dezelfde uitwerking hadden kunnen hebben, zonder de grote langetermijnkosten als gevolg van de verloren inkomsten. In ieder geval is er, nu de economie weer op de weg terug is, vanuit het standpunt van de op de vraag georiënteerde economen geen enkel argument te verzinnen om de belastingverlagingen permanent te maken, zoals de regering-Bush probeert te doen.

Dan blijft het verhaal van de aanbodeconomen over (zie ‘Aanbodzijde’).

Daarentegen zijn er plausibele verklaringen voor de grote belastingopbrengst die betrekkelijk weinig te maken hebben met de theorieën van de aanbodeconomen. Furman en Peter Orszag, een voormalig functionaris uit de regering-Clinton die nu verbonden is aan de Brookings Institution, wijzen erop dat de bedrijfswinsten opmerkelijk hoog zijn als percentage van het bruto binnenlands product, en dat een deel daarvan zich manifesteert in de vorm van hogere belastinginkomsten. De opbrengst van de vennootschapsbelasting zal dit jaar naar verwachting met 19 procent stijgen.

Ook de toenemende inkomensongelijkheid kan ertoe bijdragen dat de belastingopbrengst omhooggaat, omdat de salarisgroei zich voornamelijk voordoet onder de hoge inkomens die in een hogere belastingschijf zitten. Anderzijds kan het ook gaan om een toevalstreffer. Doug Holtz-Eakin, een voormalige directeur van de CBO, zegt: „Ik denk niet dat er enige reden is om het idee volledig te verwerpen dat een deel van de meevaller, bovenop het effect van een sterke economie, toe te schrijven is aan de aanbodzijde.” Maar hij geeft toe dat er „niets definitiefs” in de cijfers te vinden is dat dat onderbouwt.

Economen die de belastingverlagingen steunden, wijzen erop dat daarvan nooit was verwacht dat ze snelle kortetermijnresultaten zouden opleveren, en dat de langetermijnwinst moet worden gemeten in termen van het algemeen economisch profijt en niet louter in belastingcijfers kan worden uitgedrukt. Dat debat is nog in volle gang, hoewel de dynamische winst – of het verlies – op de langere termijn grotendeels afhangt van de vraag hoe de belastingverlaging uiteindelijk wordt gefinancierd.

De schatting van het ministerie van Financiën zelf (een winst van 0,7 procent voor het bbp) is vrij klein. Daarnaast zijn economen het erover eens dat er nog niet genoeg gegevens zijn om een rigoureuze analyse van de oorzaken van de meevaller mogelijk te maken.

Orszag zegt: „Er is een spanning tussen academische zekerheid en politiek gewin.” Maar dit zal de Republikeinen er niet van weerhouden de belastingverlagingen tot een groot onderwerp voor de verkiezingscampagne te maken. Karl Rove, de belangrijkste politieke adviseur van de president, plaatste de belastingverlagingen in het middelpunt van de campagnestrategie van de partij.

„De fundamentele vraag waarmee wij in Washington worden geconfronteerd, luidt: ‘hoe houden we dit economisch herstel gaande?’ ” aldus Bush op een recente campagnebijeenkomst in Indiana. „Het belangrijkste is dat we de belastingverlagingen permanent moeten maken.”

De Democraten vermijden de discussie over de belastingverlagingen en praten liever over het minimumloon, de verlaging van het collegegeld, de sociale zekerheid, de gezondheidszorg en de benzineprijzen.

In een opiniepeiling van de Los Angeles Times en persbureau Bloomberg van vorige maand zei 61 procent van de ondervraagden niet persoonlijk geprofiteerd te hebben van de belastingverlagingen. „De ontwikkelde kiezer wil niet slechts naar één kant van de zaak kijken", zegt Bernadette Budde, die de Congresverkiezingen volgt voor Bipac, een politiek actieplatform voor het bedrijfsleven. „Als belastingverlagingen inhouden dat het onderwijs achteruitgaat en de wegen slechter worden, zijn kiezers niet snel bereid dat soort verlagingen te accepteren.”

Maar Bush lijkt niet bereid een boodschap aan te passen waarvan hij meent dat die hem wezenlijk onderscheidt van zijn tegenstanders. „Het verlagen van de belastingen werkt. Het maakt de economie sterk", zo zei hij op een campagnebijeenkomst in Wisconsin, en hij voegde eraan toe: „Het is gewoon een filosofisch verschil.”

© The Financial Times 2006

Vertaling Menno Grootveld