Canada worstelt met missie

Canada is met 2.200 militairen actief in de provincie Kandahar. Het thuisfront wil er liever niet aan wennen dat zij oorlog voeren in plaats van vrede stichten.

Met plechtig eerbetoon zijn eind vorige week de twee meest recente Canadese slachtoffers van de militaire missie in zuidelijk Afghanistan teruggebracht naar Canada. De doodskisten van korporaal Francisco Gomez en korporaal Jason Warren werden, bedekt met Canadese vlaggen en begeleid door het jammerlijk geluid van een doedelzak, stapvoets naar twee zwarte lijkwagens gedragen.

Het ritueel is onwennige routine geworden in Canada, dat sinds begin dit jaar met ruim 2.200 militairen actief is in zuidelijk Afghanistan. Sinds de Canadezen rond de jaarwisseling hun troepen hebben verplaatst van het relatief stabiele Kabul naar het veel onveiliger Kandahar, de bakermat van het voormalige Talibaan-regime, is gaandeweg doorgedrongen dat Canadese soldaten ter plekke niet zozeer vrede stichten, maar verwikkeld zijn in een oorlog met vijandige strijders. De provincie Kandahar grenst aan Uruzgan, waar de Nederlandse militairen zijn gestationeerd.

Gomez en Warren kwamen vorige week om toen het konvooi waarin ze terugreisden naar de Canadese legerbasis op het vliegveld van Kandahar, werd aangevallen door een zelfmoordcommando. Een auto met explosieven werd tot ontploffing gebracht nabij hun pantserwagen, aan het einde van een veldtocht van twee weken tegen Talibaan-opstandelingen. Acht andere Canadezen raakten bij de aanslag gewond. De dood van de twee militairen heeft het totale aantal Canadese slachtoffers in Afghanistan tot 20 gebracht.

De militairen in zuidelijk Afghanistan hebben te maken met buitengewoon moeilijke omstandigheden, verklaarde majoor Tod Strickland, een hoge commandant in Kandahar, onlangs in reactie op de zwaarste vuurgevechten die de Canadezen in de afgelopen weken hebben meegemaakt. „Het is een extreme uitdaging die voortdurend verandert”, zei hij, verwijzend naar bomaanslagen en hinderlagen gericht op militaire konvooien, het stoffige, onherbergzame landschap en temperaturen van rond de 50 graden Celsius.

Het ‘oorlogsgehalte’ van de operatie is bovendien veel hoger dan Canadese troepen de afgelopen decennia gewend zijn geweest. Hoewel Canadese militairen bij vredesmissies in onder meer Kroatië en Somalië strijd hebben geleverd, ligt de nadruk bij de huidige operatie veel sterker op gevechten dan op hulp en wederopbouw.

Ten minste één soldaat zou zich in privé-correspondentie hebben beklaagd over de omstandigheden in zuidelijk Afghanistan. Korporaal Anthony Boneca kwam drie weken geleden om bij een vuurgevecht nabij Pashmol, een dorp ten westen van Kandahar. De vader van Boneca’s vriendin verklaarde naderhand dat de 21-jarige reservist „een hekel had’’ aan de missie. „Hij was misleid over wat hij daar zou aantreffen en wat hem te doen stond.” Boneca’s eigen vader bestreed die lezing; zijn zoon zei „moeite te hebben met het weer, het zand, en de leefomstandigheden van jonge kinderen”, aldus Boneca. „Zeker, Anthony wilde naar huis. Maar welke soldaat zou dat niet willen in zijn situatie?”

Ook politiek gezien wijkt de missie in Afghanistan af van de traditionele Canadese positie. Het land stelt zich het liefst op als vredesstichter, niet als oorlogsvoerder. Sommigen vinden dat Canada in Afghanistan „zijn weg als vredeshandhaver verliest”. Maar Stephen Harper, de Conservatieve premier, geeft weinig om het gekoesterde Canadese zelfbeeld als nobele bemiddelaar. Hij heeft in de huidige crisis in het Midden-Oosten partij gekozen voor Israël, en wil in Afghanistan vierkant aan de zijde staan van de VS – niet per se een houding die stemmen trekt in Canada.

Steun voor de Canadese aanwezigheid in Afghanistan is volgens opiniepeilingen dan ook dalende. Ruim de helft van de Canadese bevolking is nu tegen de operatie, een forse toename ten opzichte van maart, toen Harper een bezoek bracht aan Kandahar; 41 procent wil dat de Canadese troepen zo snel mogelijk worden teruggehaald; 34 procent steunt het plan van de Conservatieve regering, eerder dit jaar goedgekeurd door het parlement, om nog zeker twee jaar in Afghanistan te blijven.

Beelden van terugkerende doodskisten zouden de publieke steun voor de missie ondermijnen, en daarmee de Canadese vastberadenheid. Eerder dit jaar besloot de regering de media te weren van de repatriëringsceremonies, officieel om familieleden de kans te geven te rouwen zonder pottenkijkers. Het was een zeer controversieel besluit, bestreden door familieleden die vonden dat hun zonen en dochters niet ongezien – of stiekem – het land dat ze dienden moesten worden binnengebracht. Sindsdien is de beslissing teruggedraaid en hebben de media de kans gegrepen om een repatriëring als die van vorige week nog uitgebreider te verslaan. Ten minste twee nieuwskanalen zonden de ceremonie rechtstreeks uit op televisie.