Altijd het ‘broertje van’

Raúl Castro mijdt de publiciteit altijd zoveel mogelijk. Als tijdelijk opvolger van zijn broer Fidel staat hij nu midden in de aandacht.

Raúl Castro was erbij vanaf het allereerste begin. In juli 1953 voerde de 22-jarige student onder leiding van zijn broer Fidel een eerste, mislukte aanval uit tegen het regime van dictator Batista. Ze gingen voor jaren de cel in, maar Fidel en Raúl kregen snel gratie.

De broers vluchtten daarop samen naar Mexico waar ze in ballingschap nieuwe revolutionaire plannen smeedden. Ze verzamelden een groep van 82 medestanders en keerden in 1956 terug naar Cuba. Na een hachelijke boottocht en een aanval van het regeringsleger bleven de broers uiteindelijk met nog twaalf strijders over. Ze begonnen in de zuidoostelijke heuvels van Cuba een guerrilla, die op 1 januari 1959 resulteerde in Batista’s verjaging.

Na de coup werd Raúl de op een na hoogste militair in rang, na Fidel. Tien maanden later werd hij benoemd tot minister van Defensie. Hij vervulde de lastige taak om van de verzameling revolutionaire guerrillero’s een professioneel leger te maken. Dit lukte hem goed, getuige de wijze waarop Cuba in 1961 de door de VS gesteunde Varkensbaai-invasie afsloeg.

Beide broers werden opgeleid door de jezuïeten en ontwikkelden op de universiteit al jong een revolutionair elan. Toch wordt Raúl vaak gezien als het bedachtzame en pragmatische tegenwicht van de wat flamboyante en impulsieve Fidel. Hij geldt als genius achter het besluit om in de crisisjaren negentig voorzichtig te gaan experimenteren met marktwerking.

Als typisch ‘broertje van’ stelde hij zich altijd op in de schaduw van de meer charismatische Fidel. „Negentig procent van mijn tijd besteed ik aan de partij en het grootste deel van mijn activiteiten zijn niet publicabel, daarom verschijn ik amper in de pers”, verklaarde hij eind 2003.

Na Fidels openbaar flauwvallen in 2001, zei deze: „Na mij is Raúl degene met de meeste ervaring en kennis. Toch is er niet alleen Rául, maar ook een groep nieuwe jongeren met talent.” Het was dan ook Raúl die de laatste tijd veel ruimte kreeg in de staatspers. Zijn 75ste verjaardag werd bijvoorbeeld uitgebreid verslagen. Zelf zei Raúl in juni dat niet hij, maar de partij Fidels „enige waardige opvolger” zal zijn. „Al het andere is speculatie.”