ABN Amro moet minderen

Managers vestigen zelden de aandacht op problemen, tenzij ze van plan zijn er iets aan te doen. Daarom is het besluit van topman Rijkman Groenink om te hameren op de hoge kosten van ABN Amro – ook al hoeft hij dat niet te doen – intrigerend. Het roept tevens een vraag op welke oplossing hij in zijn hoofd heeft.

Want de kostenproblemen van ABN Amro zijn zowel substantieel als structureel. Het concern opereert op een kleine, dure thuismarkt, hetgeen betekent dat zijn kernactiviteiten historisch gezien niet erg winstgevend zijn geweest. Daarbovenop heeft het geïnvesteerd in activiteiten over de hele wereld – in Noord- en Latijns-Amerika, Azië en Italië. Sommige daarvan – vooral in de VS – zijn aantoonbaar beneden de maat.

De buitenlandse investeringen kunnen de groei van ABN Amro hebben geschraagd, hoewel dat in de praktijk zal zijn neergekomen op het compenseren van de beneden-normale groei in Nederland. Maar het concern is erdoor opgezadeld met kosten die 70 procent van de inkomsten opslorpen. Dat is meer dan het niveau van rond de 50 procent bij concurrerende banken als BBVA en HSBC.

Groenink heeft een paar verstandige dingen gedaan om het percentage naar beneden te brengen: hij heeft de omvang verminderd van de zakenbankactiviteiten (wel hoge kosten maar onvoldoende inkomsten) en hij heeft dochterbedrijven verkocht. Hij heeft divisies ook gedwongen meer op eigen benen te staan en minder afhankelijk van het concern te zijn voor kapitaal, hetgeen hen zou moeten dwingen winstgevender te worden. Ook heeft hij besloten om bijna de helft van de opbrengst van de verkoop van de Bouwfonds-divisie voor 1,7 miljard euro aan de beleggers te doen toekomen. En dan zijn er nog de kostenefficiëntieprogramma’s van ABN Amro, die de kosten in 2008 met 900 miljoen euro moeten hebben teruggebracht.

Maar ABN moet iets radicalers doen: zij moet zich op een kleiner aantal markten richten. Eén verstandige oplossing zou het afstoten van de Amerikaanse activiteiten zijn, die op de lange termijn waarschijnlijk toch al in het gedrang komen. Het vrijgekomen kapitaal kan aan de aandeelhouders worden teruggegeven of worden geherinvesteerd in Italië. Na de omstreden overname van Banca Antonveneta vorig jaar heeft ABN Amro de kans om deel te nemen aan de consolidatie van de Italiaanse banksector en een duurzame positie op te bouwen zonder een te groot beroep op het concernkapitaal te hoeven doen.

Groenink lijkt die richting op te willen – althans die van het uitbreiden van de investeringen in Italië. Hij heeft erop gezinspeeld dat hij graag Capitalia zou willen overnemen, of kleinere Italiaanse banken als dat onverhoopt niet zou lukken. Dat is niet per se een slecht idee, mits de voorwaarden in orde zijn, en iedere stap gepaard gaat met de verdere rationalisering van het concern.

Groenink moet beide doen.

Jonathan Ford

Voor meer commentaar uit Londen:www.breakingviews.comVertaling Menno Grootveld