Aanslagen tegen leger in Colombia

In Colombia zijn gisteren zeventien militairen en één burger omgekomen bij drie aanvallen op het regeringsleger. De aanslagen vonden plaats aan de vooravond van de inauguratie van de in mei herkozen Colombiaanse president Álvaro Uribe, op 7 augustus. Hoewel niemand de aanslagen nog heeft opgeëist, gaan de autoriteiten en de pers er van uit dat de guerrillabeweging FARC achter de geweldsgolf zit.

Veertien militairen kwamen om toen hun konvooi werd aangevallen bij een hinderlaag in Catatumbo, in de noordoostelijke provincie Norte de Santander. Ze waren in het gebied aan de Venezolaanse grens op zoek naar rebellen.

In de Colombiaanse hoofdstad Bogotá viel één dode en raakten tien mensen gewond bij een bomexplosie. De twaalf kilo zware bom, verstopt in een auto, kwam tot ontploffing toen een legertruck met militairen passeerde. De dode was een burger, de gewonden militairen. En in Nariño, in het zuidwesten van het land, kwamen twee soldaten om en raakten zes andere gewond toen een bom explodeerde langs de weg tussen Pasto en Tumaco.

De FARC pleegde in 2002 ook aanslagen voorafgaand aan de inauguratie van Uribe. Daarbij vielen toen in totaal 21 doden.

President Uribe werd eind mei in de eerste ronde van de verkiezingen overtuigend herkozen. Hij dankt zijn populariteit mede aan zijn harde optreden tegen de guerrilla, waardoor grote delen van het nationale wegennetwerk weer vrij toegankelijk zijn geworden. Ook wist hij de paramilitaire AUC via onderhandelingen tot demobilisatie te dwingen.