Wetten en wielrennen

Voor liefhebbers van heroïek, drama, suspense en intrige is er geen mooiere sport dan wielrennen. En voor liefhebbers van wielrennen is er geen boeiender spektakel dan de Tour de France, althans wanneer deze drieweekse etappekoers zich voltrekt volgens het scenario dat gisteren werd afgesloten met een (voormalige?) mennoniet op het hoogste podium als winnaar: Floyd Landis.

Na zevenmaal Lance Armstrong stond er dus weer een Amerikaan in Parijs om zich op de Champs Elysées in de gele trui te laten bejubelen. Maar hoe anders dan de afgelopen jaren ging het ditmaal in de drie weken die aan de slotetappe voorafgingen. Met alle respect voor meervoudige Tourwinnaars als Anquetil, Merckx, Hinault, Indurain en Armstrong, de Ronde van Frankrijk wordt pas echt interessant als de absolute favoriet, de feodale heerser over het peloton, ontbreekt. Als de ongeschreven wetten van de wielersport worden genegeerd en renners het onmogelijk geachte toch voor elkaar weten te brengen. Zie opkomst, afgang en wederopstanding van Landis in deze Tour.

Terwijl hij zich het zweet van het lijf fietste, werd achter de bureaus van de Duitse wielerformatie T-Mobile eveneens een hard gevecht geleverd, dat leidde tot het ontslag van Jan Ullrich. Omdat hij werd verdacht van dopinggebruik, althans van contacten met de omstreden Spaanse arts en bloedbankdirecteur Fuentes, had T-Mobile hem vooraf al deelname aan de Tour ontzegd – zoals dat ook andere wielrenners, onder wie Ivan Basso, overkwam. De Tour moest het daardoor zonder twee van zijn grote favorieten doen.

In de wielersport wordt de straf al uitgedeeld voordat het bewijs is geleverd. Per wedstrijd of per ploeg kunnen de sancties verschillen. Het zou een goede zaak zijn als de wielerfederatie UCI een systeem ontwikkelde dat zowel uniformiteit als rechtvaardigheid nastreeft. Het uitgangspunt mag daarbij zijn dat doping verboden is, maar dat wil niet zeggen dat alle middelen slecht zijn. Met andere woorden: de definitie van doping is aan een herwaardering toe, en zal dat bij voortgaande medische inzichten steeds blijven.

De Nederlandse sportarts Berend Nikkels durfde aan de vooravond van de Tour in deze krant de stelling aan dat vormen van bloeddoping niet meer zijn weg te denken uit duursporten als wielrennen. Zoals epo, het medicijn dat de aanmaak van rode bloedlichaampjes stimuleert – en dat op de lijst van verboden middelen staat. De renners weten epo-gebruik bij dopingcontrole te verdoezelen, zegt Nikkels. „Het is bluf van de dopingjagers dat epo steeds beter valt op te sporen. Dat is gewoon niet waar.” Hij is voorstander van epo-gebruik, mits dat verantwoord en dus onder medische controle gebeurt.

Er is veel voor Nikkels’ suggestie te zeggen. Beter dan het rigide hanteren van de dopinglijst is het te kiezen voor een genuanceerde aanpak, waarbij het welzijn van de sporter vooropstaat. Drie weken fietsen door de hitte, over bergen en smeltend asfalt, is in wezen een ongezonde bezigheid. Laat sportbestuurders daarom goed luisteren naar medici die de ins en outs van topsport kennen en begrijpen.