Verzet tegen SP-leider

De vergelijking door SP-fractieleider Jan Marijnissen van terrorisme in het Midden-Oosten met het verzet in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog is dom en van weinig respect getuigend.

Dat zegt R. Hemmes, voorzitter van de stichting Samenwerkend Verzet in een reactie op uitspraken van de SP-leider in het blootblad Penthouse van juli. Het interview is in mei afgenomen, voordat de oorlog tussen Hezbollah in Libanon en Israël was begonnen. Hemmes reageert op citaten die hem worden voorgelegd.

Marijnissen zegt in Penthouse over terrorisme dat het van alle tijden is „en overal”. Volgens hem heeft het „vaak tot doel het de bezetter zo onaangenaam mogelijk te maken”. Dan springt hij naar het verzet in Nederland tijdens de Duitse bezetting: „In de Tweede Wereldoorlog hebben Nederlanders hier gemeentehuizen opgeblazen om zand in de vernietigingsmachine van nazi-Duitsland te gooien – bij de burgerlijke stand stonden de joden geregistreerd. In het Midden-Oosten is het niet veel anders. Het islamitisch fundamentalisme, inclusief de terroristische tak, is een reactie op de bezetting van Palestina door Israël, op de Amerikaanse aanwezigheid in het Midden Oosten en op de steun van het westen aan ondemocratische regimes in het Midden-Oosten.”

Hemmes vindt ook wel „dat Israël nu een ander land bezet, maar dat is veroordeeld door de Verenigde Naties. Bovendien zou ik het liever niet hardop zeggen, daar komt dan ook weer rumoer over”. Marijnissen had volgens hem moeten bedenken dat de situatie in de Tweede Wereldoorlog heel anders was dan nu. „Wij beriepen ons niet op een godsdienst of streden tegen een onrechtvaardige verdeling van land. We vochten tegen de bezetter”, aldus Hemmes.

Op zijn weblog schrijft Marijnissen nu: „Ik heb gezegd dat onderdrukking en uitbuiting vroeg of laat tot verzet leiden.”