Ontsnapt aan familie, pijn en The Boss

Floyd Landis heeft de 93ste Tour de France gewonnen.

Vechtend tegen de cols en een heupprobleem triomfeert opnieuw een Amerikaans ‘medisch wonder’.

Voor het eerst in de geschiedenis kan de winnaar van de Tour de France slechts aan één kant op de fiets stappen. Met het rechterbeen eerst. „Anders lig ik direct op straat.”

Floyd Landis, gisteren in de gele trui op het podium aan de Champs Elysées, lacht het liefst om zijn heupprobleem. Met name de Amerikaanse media smullen ervan. The New York Times berekende dat de pijnlijke, slecht doorbloede heup van Landis in 250 racedagen per jaar maar liefst 6,7 miljoen maal buigt en strekt op de fiets. En natuurlijk is er een arts die zegt dat topsport eigenlijk niet mogelijk is met deze, drie jaar geleden gebroken, heup.

Toch was de Amerikaan over 3.657 kilometer fietsen sneller dan de renners met twee normale heupen. Na zeven jaar Lance Armstrong als winnaar – genezen van kanker – wint opnieuw een ‘medisch wonder’. Ergens in de komende weken krijgt de 30-jarige coureur uit Californië een kunstheup.

„Ik geloof niet dat Amerikaanse sporters specifieke kwaliteiten hebben om de Tour te winnen. Ik ken nog een hoop jongens in het peloton die heel graag zouden winnen”, aldus Landis nadat hij zaterdag de tijdrit had gewonnen. Sinds 1986 heeft nu elf maal een Amerikaan gezegevierd. Voor zichzelf sprekend: „Ik denk dat we een lesje in doorzettingsvermogen hebben geleerd.”

Landis doelde op zijn ongekende solovlucht naar Morzine waarin hij zijn achterstand – de dag ervoor opgelopen – op de gele trui verkleinde van 8,08 minuut tot 30 seconden. Op weg naar La Toussuire had hij een grote inzinking gehad. „Je hebt een slag verloren, maar niet de oorlog”, had Eddy Merckx die dag gezegd. Behalve wielerlegende is de Belg ook vader van Axel, de belangrijkste knecht van Landis. „Zelden heb ik me zo vernederd gevoeld als op die dag.” Pas in de avonduren kreeg hij zijn gebruikelijke strijdlust terug.

Zijn medische probleem is niet de enige barrière die Landis heeft moeten slechten. Afkomstig uit een streng christelijke, mennonitische familie, moest hij breken met de familietraditie om vooral niet op te vallen. Maar als vijftienjarige nam hij al aan wedstrijden deel, zijn ouders wilden er niet van weten. Twee jaar later werd hij nationaal jeugdkampioen mountainbiken. Noodgedwongen trainde hij vaak ’s nachts, omdat hij overdag allerhande karweitjes voor zijn vader moest opknappen. „Ze stelden mij voor de keus. Ik kon kiezen tussen wielrennen en eeuwig in de hel branden, of niet wielrennen – ik moest het zelf weten”, vertelde hij aan wielerauteur Daniel Coyle. Landis verhuisde als 20-jarige van Pennsylvania naar de westkust om voor het wielrennen te kiezen. In 1999 stapte hij van de mountainbike over op de wegfiets. Bij zijn eerste wedstrijd daagde hij zijn Amerikaanse tegenstanders uit. „Als hier iemand mij kan bijhouden, trakteer ik hem vanavond op een diner.” Hij won met een kwartier voorsprong.

Hij heeft meer met Armstrong gemeen dan alleen een opmerkelijke medische geschiedenis. In 2002 kwam Landis bij US Postal, de ploeg van de zevenvoudige Tourwinnaar. Hij ontpopte zich als meesterknecht die soms problemen kreeg met de dominante kopman of met ploegleider Johan Bruyneel. Aan zijn capaciteiten twijfelde niemand: in zijn eerste race buiten Amerika werd hij direct tweede in de Dauphiné Libéré. Achter Armstrong. Bij tests van de beruchte arts Michele Ferrari (veroordeeld, maar in hoger beroep vrijgesproken van dopingbeschuldigingen) scoorde hij soms beter dan zijn landgenoot en dat leidde nog wel eens tot scheve ogen. En Landis mag een sympathieke jongen zijn, gezag tolereert hij niet snel. „Pik niets van niemand”, was zijn motto. Niet toevallig ook het motto van ‘grotere broer’ Lance, dus botsingen konden niet uitblijven.

Toen Landis twee jaar geleden een aantrekkelijk aanbod van Phonak kreeg, hoefde hij niet lang te twijfelen. Armstrong zag het als verraad. Net als bij US Postal (en later Discovery) was bij Phonak één doel overheersend: het winnen van de Tour. „Ik heb bij US Postal gezien hoe een team zich 100 procent inzet voor een overwinning. Die aanpak is riskant, want er kan er maar één winnen, maar het is het waard”, verklaarde hij zaterdag.

Landis heeft ook het gecalculeerde rijden van zijn voormalige kopman geleerd. Etappezeges tellen niet, het gaat om die trui op de 23ste juli, zo klonk het vanaf de proloog in Straatsburg. Ook Armstrong schonk met liefde een ritzege aan de concurrentie. „We hebben steeds voorzichtig gekoerst. Dat klopt. Alleen toen ik mijn verlies goed wilde maken naar Morzine heb ik mijn verstand uitgeschakeld en volledig op mijn emotie gekoerst. Ik was gewoon boos.”

Ondanks alle overeenkomsten is Landis beslist geen kloon van Armstrong. Hij is de onbetwiste kopman bij Phonak, maar in tegenstelling tot The Boss wil hij geen ijzeren greep op zijn teamgenoten te hebben. „De vraag is of je iemand als Armstrong moet zijn om te winnen?” vroeg Landis zich ooit af bij diens dominantie. „Ik denk van niet. Volgens mij is er ook een andere manier.” In elk geval had een van zijn teamgenoten in deze Tour het lef om zich met Floyds muziekkeuze in de bus te bemoeien. Tot voor kort overheerste ZZ Top, maar Landis koos voor de verandering onlangs voor Johnny Cash. Voor even. „Een van de jongens heeft die eruit gehaald”, vertelde hij lachend. „Dus nu hebben we even niets.” Dat was zijn leermeester niet overkomen.