‘Mishandelingen VS ook na Abu Ghraib’

De hardhandige Amerikaanse verhoren van gevangenen in Iraakse detentiecentra gingen door tot ver in 2005. Dus óók nadat de Abu Ghraib-gevangenis voorjaar 2004 onderwerp werd van een wereldwijd schandaal. Dat schrijft Human Rights Watch (HRW) in een gisteren gepubliceerd rapport, No Blood, No Fool: Soldiers’ accounts of Detainee Abuse in Iraq. De mensenrechtenorganisatie baseert zich op verklaringen van militairen.

Het rapport meldt mishandelingen in Abu Ghraib; in een kamp bij het vliegveld van Mosul; op de legerbasis Al-Qaim, nabij de Syrische grens; en vooral in Camp Nama, bij de luchthaven van Bagdad. De gevangenen in Nama werden niet geregistreerd bij het Internationale Rode Kruis.

Militairen handelden in opdracht van of met toestemming van hun superieuren. „Soldaten werd verteld dat de Geneefse Conventies niet golden, en dat verhoorders ruwe technieken mochten gebruiken om gevangenen aan het praten te krijgen”, aldus het rapport. Voor het gebruik van dit soort technieken bestond een toestemmingsformulier, maar de verhoren werden zo ‘gewoon’ dat veel militairen het alleen uitprintten en niet meer lieten aftekenen.

Tot de technieken behoorden hard slaan, pijnlijke spanningshoudingen, heftige slaapontregeling en blootstelling aan extreme kou en hitte. Ook werden honden gebruikt ter intimidatie.

De praktijken gingen door ondanks doden onder de gevangenen, gevolgd door interne militaire onderzoeken. Klachten en waarschuwingen van militairen aan hun meerderen werden weggewimpeld. HRW raadt het Amerikaanse leger aan om bij „onderzoeken naar dit soort misstanden de militaire rangorde te volgen, in plaats van te focussen op militairen in lage rang”.