ik@nrc.nl

In de trein zit een jongeman met vooroverhangend hoofd, haar dat het uitzicht op de ogen volledig belemmert en een sjokkende gang die alleen maar uiting kan zijn van een onomkeerbare puberteit. Hij zit ingeklemd tussen een keurige, geslaagde oudere heer en een zorgelijke, magere vrouw. Hij is kennelijk van zijn vakantietrip opgehaald.

Hij zit erbij alsof die oudere mensen alle recht op een fatsoenlijk antwoord verspeeld hebben. Maar de oudere heer doet zijn best. „Anton, hoe evalueer je de vakantie?” Ik verwacht eigenlijk geen antwoord meer, maar als de tijd allang is verstreken antwoordt hij toch. „Minder dan de vorige keer.” De oudere heer heeft iets tevredens. „Dat is ook mijn indruk.”

Ad Dekkers