Het gaat kwartettissimo! op jarig Orlando Festival

Orlando Festival. Gehoord: 22, 23/7 Concertgebouw Amsterdam.

Het Orlando Festival, elke zomer in Kerkrade, besloot de viering van het 25-jarig bestaan dit weekeinde met een tweedaagse kamermuziekmarathon in het Amsterdamse Concertgebouw. Negen concerten met tien kwartetten en een aantal andere musici bewezen in de Kleine Zaal en in de Grote Zaal het artistieke en educatieve succes van van het Orlando Festival, in 1982 begonnen door cellist Stefan Metz met masterclasses voor de betere amateurs en concerten met internationale topmusici.

Kamermuziek als missie is de titel van het jubileumboek van het Orlando Festival. Het begin van het slotconcert illustreerde wat de gedreven Metz bereikte bij een nieuwe generatie kamermuziekmusici, ook met zijn Nederlandse Strijkkwartet Academie.

Op het podium van de Grote Zaal zaten in een halve cirkel vier jonge Nederlandse strijkkwartetten: het EnAccord Strijkkwartet, het Matangi Kwartet, het Ragazze Kwartet en het Rubens Kwartet. En op de lessenaars lag natuurlijk het Allegro voor vier strijkkwartetten (1845) van de Amsterdamse componist en dirigent Johannes van Bree. Het is met zijn structuur – heen en weer waaierend langs de losse kwartetten maar die ook weer integrerend – een van de leukste en bijzonderste kamermuziekcomposities uit de 19de eeuw en leek met zijn opgewekte karakter speciaal geschreven voor dit feestweekeinde: kwartettissimo!

Ook tal van buitenlandse muziekvrienden van Metz maakten hun opwachting: het Ad Libitum Kwartet, het Psophos Kwartet, het Ebène Kwartet, het Bennewitz Kwartet, het Quatuor Amedeo Modigliani en het Borodin Kwartet. Het repertoire was gecentreerd rond Robert Schumann, dit jaar 150 jaar geleden overleden, met daaromheen Beethoven, Mendelssohn en Brahms, maar ook onder anderen Borodin en Françaix.

Tal van Nederlandse musici van de jongere generatie zorgden voor uitstekende bijdragen in stukken met grotere bezettingen. Zo soleerde Marieke Schneemann karaktervol in het Fluitkwartet KV 285 van Mozart. Harpiste Godelieve Schrama maakte furore in Introduction et Allegro van Ravel, net als klarinettist Lars Wouters van den Oudeweijer in het Septet van Beethoven. En Miranda van Kralingen zong Puccini en De Falla.

Stefan Metz speelde zelf regelmatig mee, zoals in het Septet van Beethoven en Tsjaikovski’s Souvenir de Florence, waarvan in de Grote Zaal structuur en melodie wat wegvielen. Schumanns Pianokwartet klonk in de Kleine Zaal soms wat al te hard, maar het Andante cantabile was met een mooie bijdrage van Metz bijzonder intiem.

Een hoogtepunt was zaterdagmiddag het onvolprezen Eerste strijksextet van Brahms. Terwijl buiten de zon brandde, werd er in de volle, maar redelijk koele Kleine Zaal zeer verfijnd en gepassioneerd gemusiceerd door het aangevulde Ad Libitum Kwartet, vier zeer klassieke heren, in het zwart gekleed en mèt strikjes om.