Het broze evenwicht in Libanon is verstoord

De vluchtelingenstroom bedreigt het broze etnische evenwicht in Libanon. ‘We moeten indringender met elkaar praten’, is de harde les die minister Mouawad heeft getrokken.

Een Libanees jongetje, met zijn ouders gevlucht uit het zuiden van het land, heeft een tijdelijk onderkomen gevonden in een school in Beiroet. Foto Reuters A Lebanese child sleeps on the floor of a school in Beirut July 23, 2006, after the child's family was forced to leave their home in southern Lebanon. Israel unleashed more air strikes on Lebanon and Hizbollah fired rockets at Haifa on Sunday as a senior U.N. official demanded a halt to the violence to allow aid to reach desperate civilians. REUTERS/Shannon Stapleton (LEBANON)
Een Libanees jongetje, met zijn ouders gevlucht uit het zuiden van het land, heeft een tijdelijk onderkomen gevonden in een school in Beiroet. Foto Reuters A Lebanese child sleeps on the floor of a school in Beirut July 23, 2006, after the child's family was forced to leave their home in southern Lebanon. Israel unleashed more air strikes on Lebanon and Hizbollah fired rockets at Haifa on Sunday as a senior U.N. official demanded a halt to the violence to allow aid to reach desperate civilians. REUTERS/Shannon Stapleton (LEBANON) REUTERS

Beiroet, 24 juli. - Boze shi’itische vluchtelingen uit het zuiden blokkeren het verkeer in het centrum van Beiroet. Ze komen uit Nabatieh, een bolwerk van Hezbollah. Urenlang hebben ze in busjes en oude auto’s gezeten op weg naar de Libanese hoofdstad. En nu worden ze bij elke opvangplaats weggestuurd. Geen plek.

„Jullie sunnieten en christenen willen ons niet”, gilt een vluchtelinge tussen toeterende auto’s. Een maronitische vrouw probeert de gemoederen te sussen. Met haar strakke shirt, broek en blonde haren staat ze tussen een zee van boze vrouwen met hoofddoekjes. „Ik ga een lege school voor jullie zoeken”, zegt ze.

De vluchtelingenstroom in Libanon veroorzaakt niet alleen tekorten aan voedsel, water en dekens. Ook het broze etnische evenwicht wordt bedreigd. Hoewel de burgeroorlog in 1990 officieel werd beëindigd, woont het grootste deel van de zeventien religieuze groeperingen in Libanon gescheiden van elkaar. De 500.000 voornamelijk shi’itische vluchtelingen zorgen voor onrust en angst voor de toekomst.

„Misschien hebben ze wel wapens meegenomen”, zegt de 17-jarige Sarah in de christelijke wijk Achrafieh. Met haar lange haar, jeans en zwart topje is ze een typische tiener in deze betere christelijke wijk. „Ik ben bang dat ze onze manier van leven gaan bedreigen. Dat we deze kleren straks niet meer aan kunnen.”

En er is de angst dat de vluchtelingen de oorlog meenemen. „Wat als de Israëliërs hier mensen komen liquideren?”

De overheid predikt eenheid. „Er is een enorm gevoel van saamhorigheid, mensen vermijden gevoelige onderwerpen in gesprekken”, zegt Naila Mouawad, minister van Sociale Zaken.

Mouawad is een (christelijke) maroniet. De maronieten maakten onderdeel uit van de oppositiebeweging, die na de moord op oud-premier Hariri de drijvende kracht was achter het vertrek van de Syrische troepen uit Libanon. Nu zit Mouawad in de regering. „We hadden de shi’ieten niet mee met onze beweging”, zegt Mouawad, wier man 1989 president was, maar 20 dagen na zijn aanstelling werd geliquideerd. „We hadden openlijker en ondubbelzinniger met de shi’ieten moeten praten.”

Vanuit haar huis op de flanken van de bergen zijn in de verte de rokende puinhopen van Zuid-Beiroet te zien. Mouawad geeft toe dat de Libanese overheid half werk heeft verricht. VN-resolutie 1559, die het vertrek van de Syriërs uit Libanon beoogde, verordonneerde ook de ontwapening van Hezbollah en de komst van het Libanese leger aan de grens met Israël.

„Maar wie had dat moeten uitvoeren?”, stelt Mouawad. Het onderwerp verdween naar de achtergrond. Het parlement werd in een vredige slaap gesust. „We hadden een paar weken geleden nog een bijeenkomst met Nasrallah (de leider van Hezbollah). Hij verzekerde ons dat het rustig zou blijven deze zomer. En kijk nu. Laat ik duidelijk zijn: de Libanese overheid steunt dit niet.”

Volgens Mouawad zijn er nu nog geen ernstige spanningen tussen de verschillende bevolkingsgroepen. „Integendeel, mensen helpen elkaar en brengen medicijnen en luiers. Maar deze situatie moet niet te lang duren. Men is gefrustreerd, uitgeput en boos. We hebben hulp nodig.”

Tufiv Hindi, een katholiek en belangrijke adviseur van de belangrijkste bisschop in Libanon, ziet de toekomst somber in. „Als de rook optrekt en Hezbollah nog wapens heeft, is de beweging de morele winnaar van deze strijd. Dat zou ook betekenen dat de overheid en het nationale leger zo verzwakt zijn dat de verschillende etnische groepen zich ook gaan bewapenen”, vreest Hindi.

„Als Hezbollah niet wordt verslagen, kunnen de christenen in het noorden beslissen dat het beter is om zich af te scheiden”, zegt Hindi. Zijn werkster uit Sri Lanka is gevlucht. „Maar ik kan ook zelf koffie zetten hoor”, zegt hij.

Volgens hem hoopt een zwijgende meerderheid dat Israël „het probleem Hezbollah” oplost. „Verwar humanitaire steun niet met steun aan Hezbollah. Mensen willen hun landgenoten graag helpen, maar dat betekent niet dat ze Hezbollah ook steunen.”