Handelsronde van vele crises

De onderhandelingen over verdere liberalisering van de wereldhandel zijn gestrand. De Doha-ronde kenmerkte zich bijna vijf jaar lang door zijn moeizame verloop en gemiste deadlines.

Reinoud Roscam Abbing

Twee zaken stonden centraal in de Doha-ronde, die vandaag vermoedelijk aan zijn einde is gekomen: de handel in landbouwproducten en speciale maatregelen om de economie van ontwikkelingslanden via handel te stimuleren. De handelsronde wordt dan ook wel de Doha Ontwikkelingsagenda genoemd.

De Doha-ronde ontleent zijn naam aan de hoofdstad van Qatar, waar in november 2001 een begin werd gemaakt met een nieuwe serie onderhandelingen over verdere liberalisering van de wereldhandel.

De ronde kenmerkte zich van het begin af aan door het moeizame verloop van de onderhandelingen, door crises en uitgestelde deadlines. Daarbij speelde behalve de alom als star beoordeelde houding van de grote handelsblokken VS en EU, het groeiend zelfbewustzijn van een aantal grotere ontwikkelingslanden een belangrijke rol.

Onder leiding van Brazilië en India verenigde een twintigtal landen met grote belangen in de landbouw zich tot de G-20. De groep manifesteerde zich als geduchte onderhandelingspartner voor het eerst in 2003 tijdens de WTO-ministersconferentie in het Mexicaanse Cancún.

De bijeenkomst droeg het karakter van een Noord-Zuidconflict en mislukte. Dieptepunt in Cancún was de zelfmoord tijdens een protestbetoging door een Zuid-Koreaanse boer.

Ruim een half jaar later, in juli 2004, lukte het de onderhandelaars om in Genève alsnog tot een deelakkoord te komen, een ‘raamwerk’ voor verdere onderhandelingen. Daarbij werd duidelijk dat de Europese Unie concessies zou moeten doen op het gebied van toegang tot zijn markt voor landbouwproducten, terwijl de Verenigde Staten een einde moesten maken aan handelsverstorende landbouwsubsidies.

De westerse landen eisten van de (grote) ontwikkelingslanden markttoegang voor hun industriële producten en concessies bij de handel in diensten. De met name door de EU gekoesterde ‘Singapore Issues’ (regels voor investeringen, voor mededinging en voor transparantie bij overheidsaanbestedingen) werden onder druk van de ontwikkelingslanden opgegeven. Alleen het onderwerp douaneprocedures bleef ergens in een hoekje van de Doha Ontwikkelingsagenda staan.

Het raamwerkakkoord van juli 2004 is het hoogtepunt gebleken van de Doha-ronde. De daarop volgende ministersconferentie in Hongkong, december vorig jaar, leverde behalve uitstel van de oorspronkelijke deadline van 1 januari 2004 naar april dit jaar niets op. Het werd steeds duidelijker dat de Amerikanen (met op de achtergrond het Congres) en de Europeanen (nauwlettend in de gaten gehouden door met name de Franse president Chirac) niet bereid waren de concessies te doen die hun belangrijkste handelspartners verlangen. Zelfs druk van de G8-top in St. Petersburg, vorige week, heeft niet geholpen.

Gesprekken van gisteren en vanmorgen om de impasse te doorbreken leverden niets op. De allerlaatste kans, op de agenda voor komend weekeinde, laten de onderhandelaars nu lopen.