‘Eerst braken de Talibaan zijn benen’

In de Afghaanse provincie Uruzgan woedt een hevige strijd tussen NAVO-militairen en de Talibaan. Dorpsoudsten spraken in Kabul hun bezorgdheid uit tegenover president Karzai.

Kabul, 24 juli. - Het was een nachtmerrie bij klaarlichte dag. Plotseling stopte er een Toyota pick-uptruck voor het huis van Khosal Ghani. Mannen met tulbanden, gewapend met kalasjnikovs sprongen uit de wagen. Ze kwamen voor de 22-jarige Abdul, zoon van Ghani, de dorpsoudste van een gehucht op drie kilometer afstand van de hoofdstad van Uruzgan, Tarin Kowt. „Het waren Talibaan. Abdul was volgens hen een politie-informant”, zegt Ghani.

Ghani is een vijftiger, maar met zijn lange grijze baard, verweerde gezicht en bijna tandeloze mond ziet hij eruit als iemand die de zeventig voorbij is. Als hij spreekt, trekt zijn gezicht samen, net of het praten hem pijn doet.

De mannen met de tulbanden bonden hem vast aan een boom en haalden zijn zoon uit zijn huis, vertelt Ghani. „Eerst braken ze zijn benen, vervolgens zijn armen. Toen kreeg Abdul een touw om zijn nek en bonden ze hem aan de Toyota vast.” Op de onverharde weg reden ze daarna net zo lang met de auto heen en weer tot er „niets meer over was van Abdul”.

Dat was twee maanden geleden.

Ghani vertelt zijn verhaal in kamer 311 van het uitgewoonde Jamil Hotel, in het centrum van Kabul. Naast hem op het versleten rode tapijt zitten nog acht dorpsoudsten, afkomstig uit Uruzgan. De een na de ander komt met gruwelijke verhalen op de proppen over hoe hun dorpen worden geterroriseerd door de Talibaan. Alle dorpen liggen op slechts een paar kilometer afstand van Tarin Kowt.

De negen mannen maken deel uit van de groep van zo’n honderd dorpsoudsten uit Uruzgan, die de afgelopen twee weken in Kabul waren op uitnodiging van president Karzai.

Wat moet er gedaan worden, wilde de president vorige week tijdens een ontmoeting weten, om de situatie te verbeteren in het onrustige Uruzgan, de provincie waar de Nederlandse militairen van de NAVO-stabilisatiemacht ISAF op 1 augustus hun missie beginnen. Behalve met Karzai spraken ze ook met vertegenwoordigers van de Nationale Veiligheidsraad en de Nederlandse ambassade.

In een paar maanden tijd is de veiligheidssituatie in Uruzgan hard achteruit gegaan, zegt Ahmad Sha, de woordvoerder van de mannen in de hotelkamer. „Vroeger waren onze dorpen veilig. Ze liggen allemaal dicht bij de hoofdstad, maar nu durven wij er niet meer te wonen. De Talibaan gaan ongestoord hun gang. Niemand die ons beschermt”, zegt Sha.

Op een gekopieerd A4tje staat een met de hand geschreven lijst van verzoeken die Sha en de andere dorpsoudsten aan Karzai en de Nederlandse ambassade hebben gegeven.

Een van hun belangrijkste adviezen: gouverneur Abdul Hakim Munib, aangesteld nadat zijn voorganger op aandringen van Nederland plaatsmaakte, moet vertrekken. Sha zegt: „Hij doet niets, we zien hem nooit en sinds zijn aanstelling zijn de Talibaan alleen maar sterker geworden.”

uruzgan Het zijn gevaarlijke tijden in Tarin Kowt

Munib, een voormalig aanhanger van de Talibaan, is sinds maart dit jaar gouverneur van Uruzgan. Hij volgde Jan Mohammad Khan op, die zich als voormalig krijgsheer schuldig zou hebben gemaakt aan corruptie en machtsmisbruik. Hij zou mede verantwoordelijk zijn geweest voor de onveilige situatie in de provincie, waar tribale conflicten en botsingen met de Talibaan schering en inslag waren.

Ahmad Sha haalt zijn schouders op als de reputatie van Khan ter sprake komt. „Hij pakte tenminste wel de Talibaan aan, ging altijd voorop in de strijd.” Munib was tijdens het Talibaan-regime in de jaren negentig onder meer onderminister van Communicatie en Tribale Zaken. In 2001 keerde hij de religieuze beweging de rug toe.

Wie Munib moet opvolgen? Een eenvoudige vraag voor de dorpsoudsten in hotelkamer 311. „Wij hebben de president gesmeekt om Jan Mohammad Khan weer aan te stellen als gouverneur. Hij kent de regio, kent de stammen en zorgt voor veiligheid. Munib komt niet uit Uruzgan en heeft geen idee hoe de zaken in onze provincie worden geregeld”, zegt Sha.

Het is een opmerkelijk verzoek. Want hoewel Jan Mohammad Khan een zekere populariteit genoot, werd hij niet door iedereen in Uruzgan op handen gedragen. Khan stond bekend als een man die het vooral goed voor had met zijn eigen stam, de Popolzai, een van de vier grote stammen in Uruzgan. De andere stammen, Achekzai, de Kakal en Noorzai, hadden geen invloedrijke beschermheer en moesten bij tribale conflicten met de Popolzai regelmatig het onderspit delven.

In overheidskringen in Kabul bestaat dan ook twijfel of alle dorpsoudsten echt willen dat Khan terugkeert. Mogelijk is het verzoek afgedwongen door de invloedrijke Popolzai, waartoe overigens ook president Karzai behoort. Volgens parlementariër Sona Niloofar, afgevaardigde namens Uruzgan voor de Wolesi Jirga (parlement), moeten de mensen vooral geduld hebben met Munib, die net een paar maanden aan de macht is. „Khan was populair, maar dat betekent niet dat iedereen hem terug wil. Het hele zuiden van Afghanistan is onrustiger geworden dit jaar”, zegt Niloofar.

In Uruzgan heeft het oplaaiende geweld inmiddels tot een heuse vluchtelingenstroom geleid. Niloofar zegt dat er 2.000 families op drift zijn als gevolg van Talibaan-dreigingen en aanhoudende gevechten tussen de extremisten en coalitietroepen. Officieel worden deze cijfers niet bevestigd. Wel staat vast dat de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, in Uruzgan meer dan 250 tenten heeft uitgedeeld aan mensen die gevlucht waren voor het geweld in regio’s buiten de hoofdstad Tarin Kowt.

Aan de telefoon vanuit Kandahar, bevestigt Abdul Khaliq Mujahid, eveneens parlementariër uit Uruzgan, dat in de provincie de afgelopen maanden steeds meer geweld wordt gepleegd. Abdul Khaliq is een Achakzai-stamleider uit het Chora-district die zowel tegen het communistische regime als de Talibaan gevochten heeft. Toen zijn familieleden (neef, vader, vrouwen, dochter en dochter van zijn zus) twee weken geleden op weg waren met de auto naar Tarin Kowt, kwamen zij per ongeluk onder vuur te liggen van de coalitietroepen die bezig waren met een operatie tegen de Talibaan. De auto werd geraakt en zijn neef die aan het stuur zat, was op slag dood. De anderen waren gewond en hebben uiteindelijk zes uur naast de auto gelegen voordat de coalitietroepen hulp kwamen bieden.

„Dit soort dingen kan gebeuren in een provincie als Uruzgan”, zegt Khaliq. „Maar het is een schande dat het zo lang duurde voordat ze geholpen werden.” Zijn familie ligt nu in een ziekenhuis in Kandahar. Mujahid: ,,Er zijn de afgelopen weken meer onschuldige mensen, die probeerden weg te vluchten voor het geweld, omgekomen in Uruzgan. Het zijn gevaarlijke tijden.”