Een busbaan, maar ook een straat met een rijk verleden

De loop is uit de Biltstraat.

Winkeliers zijn er daarom bijna niet meer te vinden.

Een busbaan met mooie huizen, zo is de Utrechtse Biltstraat het beste te typeren.

De kaarsrechte straat is een kilometer lang en is een belangrijke verbindingsweg tussen Utrecht en het oosten van het land. Het brengt buspassagiers naar de universiteitsgebouwen op de Uithof, naar Amersfoort, naar Doorn, en doet dat modern snel. Op de verhoogde busbaan hoeven de chauffeurs maar één of twee keer op de Biltstraat te stoppen. Vooral bus 11 voldoet aan de normen van het ‘Hoogwaardig Openbaar Vervoer-project’ dat in 1999 werd gestart. De busbaan met digitale reisinformatie bij de haltes maakt het mogelijk in tien tot vijftien minuten van Utrecht CS bij de universiteit te zijn, dwars door het drukke centrum.

De busbaan kwam er niet zonder slag of stoot, en inmiddels is te merken waarom. De bezwaarmakers hebben het historische gelijk aan hun kant. De keuze voor één soort verkeer heeft niet goed uitgepakt voor de straat. Sinds de aanleg van de busbaan in 2000 is er geen terugkomend autoverkeer uit het centrum meer. Er zijn minder haltes, en dus stappen mensen niet even halverwege uit voor een wandeling en een spontaan koopje.

Het gevolg is dat het stiller is op de voetpaden en dat ‘de loop eruit is’, het worst case-scenario van elke winkelier. Vroeger was er volop publiek voor de kleine middenstander. Nu is het winkelbestand amper toereikend voor de mensen uit de aanpalende woonwijken.

Op een kilometer met 470 huisnummers en veel mooie winkeletages is een geweldige verandering in gang gezet. Zo vinden we op de Biltstraat slechts één bakker, één bloemenwinkel, twee kappers, twee slagers en een fotozaak. Maar ook dertig (!) uitzendbureaus, acht makelaars, vier hypotheekverstrekkers en vier advocatenkantoren. Dienstverlenende instanties die niet per se heel centraal hoeven te zitten en niet afhankelijk zijn van een publieksstroom.

Een publieksstroom die overigens een heel aardige straat – letterlijk – misloopt, want er is genoeg te zien. Wie de tijd heeft, ontdekt een straat met een rijk verleden, vooral in diergeneeskunde en oogheelkunde – F.C. Donders en zijn vermaarde Oogheelkundig Centrum zaten er. Er zijn ook de prachtige wijk Wittevrouwen en een idyllisch, groen spoorlijntje dat de straat doorsnijdt.

Wie de tijd niet heeft, neme de bus.

Welke stad moet op het bord? Praat mee op nrc.nl/monopoly