De lezer schrijft over de keuze van een oorlogsfoto

Birgit Donker plaatsvervangend hoofdredacteur FOTO: NRC Handelsblad
Birgit Donker plaatsvervangend hoofdredacteur FOTO: NRC Handelsblad NRC Handelsblad

Waarom heeft de krant voor de gruwelijke, paginagrote foto op de voorkant van het katern Zaterdag &cetera (22 en 23 juli) gekozen? Een rillingwekkende foto van een dood kind aan de rand van een weg naast het uitgebrande karkas van een auto.

Het is vanzelfsprekend dat de krant de afschuwelijke gevolgen van het conflict tussen Israël en Hezbollah in beeld brengt. Daarbij horen de puinhopen door het oorlogsgeweld. De radeloosheid, uitzichtloosheid en angst in de ogen van burgers in Israël en Libanon. Nederland mag de ogen daarvoor niet sluiten.

Toch heeft de krant zich te houden aan grenzen bij publicatie van foto’s. Een beeld zegt meer dan duizend woorden. Wat betreft de foto in het betreffende zaterdagkatern heeft de krant naar mijn mening een grens overschreden.

Vanwege de onschuld van kinderen zijn de ernst van de situatie en de emoties die een foto met zich meebrengt groter dan foto’s waarbij dit niet het geval is. Daarnaast beledigt de redactie beide partijen met deze foto.

Vanuit het perspectief van de nabestaanden, vrienden en bekenden van het omgekomen kind is deze foto wederom een bewijs dat het buitenland slechts toekijkt, met de armen over elkaar blijft zitten en in de tussentijd sensatiebelust met hun leed de kranten vult. Zij zullen het zien als lijkenpikkerij. Uit piëteit met de nabestaanden zou de redactie deze foto niet moeten plaatsen.

Israëliërs zullen mogelijk concluderen dat de krant partij kiest in het conflict door deze foto pontificaal op een weekendbijlage te laten drukken.

Het zou zelfcensuur zijn als de krant geen melding zou maken van omgekomen kinderen bij het conflict in het Midden-Oosten. Deze foto op de voorkant van een weekendbijlage schiet het doel van bewustwording bij het grote publiek en het opvoeren van druk bij politici en diplomaten om tot een oplossing van het conflict te komen voorbij.

Drs. M. Bruijstens,

Den Haag

De krant antwoordt

Bovengenoemde bezwaren zijn begrijpelijk. Ook op de redactie zijn, voorafgaand aan de publicatie, dergelijke argumenten gebruikt bij de uitgebreide besprekingen over deze coverfoto. De beslissing deze foto te plaatsen is niet lichtvaardig genomen. Wij zijn ons bewust geweest van de gruwelijkheid van het beeld – sterker, de weerzin die het beeld ook bij ons opriep is de reden geweest om het te plaatsen. De boodschap? Dit is oorlog. Dit is de werkelijkheid achter zinnen als „bij de aanval vielen twintig doden, onder wie een kind”.

Het betekent zeker niet dat wij geen grenzen kennen in ons fotobeleid. Via de persbureaus komen foto’s binnen van dezelfde strijd, die ik niet eens wil beschrijven zo gruwelijk zijn ze. Laat staan dat we ze zouden publiceren. Maar deze foto, waarop geen bloed, verbrande lichamen of afgerukte ledematen te zien zijn, vonden we uiteindelijk wel acceptabel. Dat het om een kind gaat, maakt het inderdaad schokkender.

Wat de nabestaanden van het slachtoffer vinden van de publicatie van deze foto, kunnen we alleen maar gissen. In ieder geval kun je aanvoeren dat het kind niet herkenbaar of verminkt in beeld is en dat de kans dat zij deze krant onder ogen krijgen klein is. Sensatiebelustheid was in ieder geval zeker niet de reden om de foto te plaatsen.

Welke reactie het ook oproept, dit beeld is de werkelijkheid. Degene die het beeld ziet, heeft een completere voorstelling van deze oorlog en van oorlog in het algemeen, dan voordat het hem onder ogen kwam. De werkelijkheid in kaart brengen is de kerntaak van de journalistiek. Die taak moet zorgvuldig worden vervuld. Dat is, ook al was een andere beslissing denkbaar geweest, in dit geval gebeurd.

Birgit Donker plaatsvervangend hoofdredacteur