De alcoholpolitie heeft een instinct voor leeftijden

Het is verboden drank te verkopen aan kinderen. De Voedsel en Waren Autoriteit speurt naar winkeliers en cafébazen die de regels overtreden.

Lietje Bauwens staat met een paar flessen wijn, een Passie Red en een Smirnov Ice bij de kassa van een supermarkt in Hoorn. De caissière vraagt om haar identiteitsbewijs, en dat heeft ze niet bij zich. Ze moet de drank in de winkel laten.

„Wat irritant zeg”, zegt Lietje buiten. „Ik zie er toch niet uit als 15? Ik ben 16! Straks heb ik een hockeytoernooi en daarna wil ik met mijn team lekker wat drinken.”

Sinds 2000 bepaalt de wet dat ondernemers de leeftijd van jongeren vast moeten stellen voordat ze hun alcohol verkopen. Aan kinderen onder de 16 jaar mogen geen zwakalcoholische dranken (bier, wijn en mixdranken) worden verstrekt. Alleen wie ouder is dan 18 mag sterke drank kopen. De wet bepaalt zelfs dat er geen drank verkocht mag worden aan volwassen klanten die hun aankoop voor kinderen bestemmen.

In minder dan een kwart van de winkels vragen verkopers naar de leeftijd van jonge klanten, zegt de VWA. Betrappen de controleurs ze op heterdaad, dan riskeren ze een boete van maximaal 1.800 euro. Veel bestrafte ondernemers beteren hun leven, maar er zijn er ook die vinden dat het risico van een boete opweegt tegen een lucratieve drankomzet.

Sinds 2000 is het aantal controleurs bij de Voedsel en Waren Autoriteit fors uitgebreid, van 12 tot 80 man. Louisa Heddes (35) en Emile Beugelsdijk (41) behoren tot dit controleteam. In Hoorn gaan de twee winkel in winkel uit. Soms wachten ze buiten om te zien of er jeugd naar binnen loopt.

De ‘alcoholpolitie’ gaat altijd naar hotspots, plekken waar jongeren elkaar treffen. Ze hebben een instinct voor leeftijden ontwikkeld, kijken naar kleding, haardracht, make-up en gedrag, zoals giechelen. „Maar dan nog”, zegt Heddes, „is de leeftijd vaak moeilijk aan de buitenkant te zien.”

Onlangs lieten ondernemers weten zich steeds meer te ergeren aan de alcoholpolitie. Zij hekelen hun „heksenjacht” en vinden de boetes vaak onterecht. „De controleurs liggen soms weken in de bosjes te loeren”, klaagden ze. „Onzin”, zeggen Heddes en Beugelsdijk. „We zijn geen struikrovers! Als het heel erg druk is en het gaat even mis, dan krijgt de ondernemer een donderpreek, niet meteen een bekeuring.”

De sfeer tussen controleurs en ondernemers is niet goed, meent de Raad Nederlandse Detailhandel. Niet voor niets zijn de controleurs altijd met z’n tweeën. „Er zijn ondernemers die beginnen te janken. Maar er zijn er ook die je bedreigen”, zegt Beugelsdijk. Bij een speciale training leerde hij om te gaan met agressie.

Ook de jeugd kan agressief reageren. Heddes vertelt over ‘gehaaide’ kinderen. „We komen ze regelmatig tegen met vervalste identiteitspapieren: een kopie die ze op een telefoonkaart hebben geplakt, en achter het venster van hun portemonnee bewaren. Ze zijn zo creatief. En liegen dat ze kunnen!” De controleurs maken zich zorgen: „Soms zie je ze bibberen van de alcohol.”

De controleurs moeten hun boeterapporten goed onderbouwen. Anders moeten ze bakzeil halen, wanneer ondernemers de boete aanvechten. Ze moeten bijvoorbeeld altijd zelf vaststellen dat de verkoper géén identiteitsbewijs aan de jonge koper vraagt en speuren daarom naar ‘heterdaadjes’. Heddes: „Je kondigt echt niet van te voren aan dat je komt. Want dan worden opeens alle regels netjes nageleefd.”

In onopvallende kleding lopen ze supermarkten binnen, met een leeg mandje, net als gewone klanten. Ze controleren de schappen met Petrikov, Passiecocktail, Blue Curaçao, Coebergh en andere zoete alcholische dranken die zo populair zijn bij de jeugd. Deze vrijdagmiddag in Hoorn treffen ze slechts een paar jongeren met drank in de winkels, en die blijken 16 jaar of ouder te zijn. Heddes en Beugelsdijk vinden dat na uren slenteren wel jammer. „Heterdaadjes geven ons natuurlijk een adrenalineshot”, erkent Heddes.

Slijterijen worden door hen net zomin gespaard als winkels met huishoudelijke artikelen. Die hebben ook vaak drankjes als Kiss me Tequila in buisjes, of Eristoff Ice. „Kijk”, zegt Heddes. Ze wijst naar de prijs van een Vodka-Lemonjuice drankje in een winkel met voornamelijk huishoudelijke artikelen. „Ongehoord toch? Twee voor één euro. Met die lage prijzen help je kinderen aan de drank.”

Bedrijfsleidster Van den Hurk laat weten dat haar winkel geen alcohol verkoopt aan jongeren onder de zestien, maar Heddes kan dat eigenlijk niet geloven. „Het zou het eerste filiaal in deze keten zijn”, zegt ze achteraf. Winkeliers en kroegbazen beweren altijd dat ze de leeftijdsgrenzen goed naleven. Maar jongeren vertellen zelf hoe makkelijk het is om aan alcohol te komen.

De meeste overtredingen komen de controleurs niet overdag maar ’s avonds tegen. De twee controleurs gaan op een zaterdag naar Rhenen waar Floortje van Idols en de band Treble optreden in de open lucht. Her en der lopen jongeren met bier. Sommigen zijn samen met hun ouders, de meesten met leeftijdsgenoten. De feestgangers moeten eerst munten kopen om drankjes te kunnen halen bij een van de Grolsch-bars op het grote grasveld.

Telkens als Beugelsdijk bij zo’n bar een ‘dubieuze verkoop’ ziet, maakt hij een aantekening. Hij verzamelt in ruim twee uur tijd een twintigtal twijfelgevallen. „Mag ik vragen hoe oud je bent”, vraagt Heddes aan een meisje. Ze blijkt 15 jaar oud.

De controleurs gaan naar de bar terug om meer bewijs te verzamelen. De zeven verkopers vragen nu en dan om een legitimatiebewijs en dat alleen aan evident jonge kinderen. Heddes: „Ze moeten juist bij de twijfelgevallen controleren. Of gewoon standaard onder de vijfentwintig om legitimatie vragen.” De controleurs spreken nog een paar jongeren aan die ze drank hebben zien kopen. Stuk voor stuk zijn ze te jong. Heddes en Beugelsdijk aarzelen niet meer. Ze gaan naar de festivalorganisatie en kondigen een boete aan. De verantwoordelijke is gepikeerd. Hij dacht dat hij zijn personeel goed had geïnstrueerd. Heddes blijft gedecideerd: „Wie de lat bij 16 jaar legt en alleen de echte jonkies controleert, pakt het verkeerd aan.”