Als een generaal naast de kassa

Oger Lusink begon als winkelbediende, nu drijft hij een kledingimperium.

Portret van een man wiens vader zei: een studiehoofd ben je niet, dus vecht en zet je in.

De Ogerstore in de Amsterdamse PC Hooftstraat. Foto Bram Budel De entree van de luxe kledingwinkel Oger in de PC Hooftstraat. Voor maandag profiel. FOTO: BRAM BUDEL
De Ogerstore in de Amsterdamse PC Hooftstraat. Foto Bram Budel De entree van de luxe kledingwinkel Oger in de PC Hooftstraat. Voor maandag profiel. FOTO: BRAM BUDEL Budel, Bram

Zaterdagochtend, half twaalf. Het is nog rustig in de PC Hooftstraat in Amsterdam, de duurste winkelstraat van Nederland. Toeristen lopen langs de etalages van Chanel, Louis Vuitton en Cartier. Halverwege de straat, vanaf het centrum van de stad links, met de donkerrode gevels: de vier winkelpanden van Oger. Genoemd naar eigenaar Oger Lusink (58), de „missionaris van de Italiaanse herenmode in Nederland”, de man die pakken maakt voor de rich and famous, voor de top van de zakenwereld en onderwereld én de jonge, beginnende jurist.

25 man personeel wachten de klanten op in de winkel. Klassieke kasten, een leestafel, leren fauteuils. De sfeer van een herenclub. Veel donkerbruin, bordeauxrood en goud. De verkopers jong, bovengemiddeld knap, slank en strak in het maatpak. De grijze broekspijpen net iets te kort, waardoor de Italiaanse schoenen goed uitkomen. „Op hun voorhoofd staat een groot welkom”, zegt Coco de Meyere (43), schrijfster, styliste en derde ex-vrouw van Oger. „De winkel is een warm bad.”

De medewerkers, zoals Lusink ze zelf noemt, zijn opgeleid aan zijn eigen Oger-Academy. Daar leren ze de maat opnemen, afspelden, maar ook omgangsvormen en lichaamsverzorging. Dat ze geen knoflook moeten eten, hoe ze moeten omgaan met hun klanten. Oger Lusink: „Een directeur van een topbedrijf staat hier ook in de kleedkamer. Met witte beentjes onder een dikke buik in zijn onderbroek. Dat is een kwetsbaar moment.”

Werken voor Oger is een feestje, zeggen medewerkers. „De jongens vliegen voor hem”, zegt Sander Lusink (29), de oudste zoon van Oger en directeur marketing en communicatie van het bedrijf. Op zaterdagen, zegt Sander, moet er gevlamd worden. Zijn vader zit naast de kassa en houdt het overzicht, als een kleine generaal. Niets ontgaat hem. „Zelf klanten helpen, doet hij dan niet. Ja, wel als de directeur van ABN Amro binnenloopt natuurlijk.” Aan het eind van de dag is Oger weer one of the guys en komen de biertjes en bitterballen op tafel. Het Ajaxgevoel, noemt Oger het zelf. Voor Oger werken moet leuker zijn dan ergens anders.

Sander Lusink wilde eigenlijk niet in het bedrijf van zijn vader werken. Als twaalfjarige hielp hij wel in de winkel. Kopjes afwassen, hemden opvouwen. Hij studeerde mbo-groothandel, liep stage bij Ajax, werkte voor een reclamebureau. Tot zijn vader vroeg: „Wat is dat eigenlijk, een website?” Sander maakte, als stageproject, de Oger-site. „Mijn vader vond het top. Helemaal de look en de feel van de winkel.”

En nu zit Sander toch in de directie. Net als zijn neef, zijn nicht en zijn jongere broer, Martijn. Martijn is de inkoper en ontwerper van het bedrijf. Zijn zoons in de zaak: dat is voor Oger een droom die is uitgekomen, zegt Jan Dodeman, de importeur van Italiaanse mannenmode voor de Benelux. „Hij etaleert zich als vero italiano, een echte Italiaan. Nu is hij ook nog de padre familia.”

Samen bouwen vader en zoons verder aan het ‘Oger-imperium’. De winkel in de PC Hooftstraat heeft een omzet van 15 miljoen euro. En dan zijn de vestigingen van Oger in Rotterdam, Den Haag en Haarlem niet meegeteld. En ook niet de modezaken Ralph Lauren, Zegna en Erny van Reijmersdal, ook in de PC Hooftstraat en ook in bezit van Oger.

Weer valt de vergelijking met Ajax. Sander Lusink: „We hebben een winners-mentaliteit. Dat trekt winnaars aan. Bekende Nederlanders en bestuursvoorzitters zeggen: kleed mij maar.” De Nederlandse prinsen komen in de winkel, politici, bekende Nederlanders. Willem Holleeder, de Heineken-ontvoerder, was tot hij begin dit jaar werd opgepakt ook vaste klant. Voor klanten die van privacy houden, is er de board room boven de winkel. Geen paskamer, maar een privé-pasverdieping met open haard.

Inmiddels zijn Oger en zijn zoons zélf ook bekende Nederlanders geworden. Zijn huwelijk met én scheiding van Coco de Meyere stonden in De Telegraaf. Coco de Meyere: „Oger blijft Oger. Hij doet zich niet mooier of gekker voor dan zijn klanten.” Hij heeft, zegt Sander Lusink, geen boot en een „relatief klein” huis in Blaricum. Wel, sinds kort, een auto met chauffeur. „En we huren soms een privé-jet als we naar Italië moeten. Niet uit patserigheid, maar uit time-efficiency.”

Het zijn Ogers smaak, en zijn service, die hem al bekendmaakten bij de Society Shop, waar hij als achttienjarige (in 1965) begon en twintig jaar werkte. Regisseur en vriend Guus Verstraete leende bij hem de pakken voor televisiepresentator Willem Ruys. „Op de aftiteling zetten we dan: gekleed door Oger. Uitzonderlijk in die tijd.”

Ed Beer, algemeen directeur van de Society Shop, wilde groeien, meer winkels openen. Oger wilde dat niet. Importeur Jan Dodeman: „Oger wilde exclusiviteit en service.” Toen bleek dat Oger binnen de Society Shop niet verder in de directie kwam, werd hij commercieel directeur Europa van Laura Ashley. Maar, zegt Oger zelf: „De bloemetjes van Ashley begonnen te vervelen, mijn vak, de herenmode, trok.”

Geholpen door zijn oudere broers opende hij in 1989 de Oger-winkel, toen nog in één pand, in de PC Hooftstraat. De Society Shop wierp een blokkade op: Oger mocht niet de exclusieve kledingmerken verkopen. Oger: „Uit nood, uit wanhoop, ben ik mijn eigen merk begonnen. Zelf stoffen kopen en pakken produceren.” Zijn eigen merk werd het breekijzer. Importeur Jan Dodeman, die hem nog kende van de Society Shop: „Ik had nooit gedacht dat hij zo’n potente speler op de kledingmarkt zou worden. Niemand kan in zijn schaduw staan.”

De Nederlandse man, zegt Jan Dodeman, was in die tijd uitgeleverd aan de Duitse confectie. Coco de Meyere kleedde zelf ook presentatoren voor televisie. „Voor mij was hij een icoon. Hij heeft de Nederlandse man geleerd hoe het ook kan. Niet de vrouw die zegt: Henk heeft een bruin pak nodig. Maar de man die zelf komt kopen.” Oger, zegt De Meyere, is een visionair. „Hij heeft de tijdgeest aangevoeld. Dat ook mannen van luxe, van jezelf pamperen, kunnen genieten. Vrouwen winkelen. Kopen hier een rokje, daar een jasje. Mannen zijn graag in één keer klaar.” En dat kan bij Oger.

Ik doe met pakken, zegt Oger, wat Albert Heijn de afgelopen vijftien jaar heeft gedaan met eten. „Albert Heijn liet de Nederlandse huisvrouw zien wat ze kon doen met verse pasta en mooie tomaatjes.” Oger heeft de man geleerd te genieten van kwaliteit. „Een handgemaakt pak zit als een pyjamajasje, het is puur geluk.” En: een maatpak straalt succes uit. De private label-collectie, ontworpen door Martijn Lusink, heet ‘Dressed for success’, bedoeld als ‘instap-pak’ voor jonge mensen die een eerste baan hebben. Voor 548 euro. Als de carrière goed gaat, komt het handgemaakte pak van Borrelli (vanaf 1.500 euro).

Mijn vader zei me, zegt Oger: „Je bent niet overdreven intelligent, geen studiehoofd. Maar als je vecht en je inzet, kom je er wel.” Zijn vader, ambtenaar van de burgerlijke stand in Amsterdam, was invalide en aan één oog blind uit de oorlog gekomen. „Hij was een antiheld. Is in het verzet gerold. Twee keer is hij opgepakt. Ik ben het product van zijn thuiskomst.”

Vaak zegt Oger dat hij minder wil gaan werken. Vier dagen per week en niet acht. Maar dat lukt niet. Coco de Meyere: „De klanten komen nog steeds voor hém. Dan hebben ze twee keer de PC gedaan, komen ze koffie halen bij Oger.” Zij vergelijkt hem met meubelontwerper Jan des Bouvrie. „Hij was ook zijn eigen merk. Het heeft hem jaren gekost om zijn winkel gewoon ‘het Arsenaal’ te laten heten.”

Aan het begin van de middag is de Oger-winkel vol. Alle 25 medewerkers zijn met een klant bezig. Rumoer, opwinding, theater. „Zo moet het zijn”, zegt Oger. Hij wijst naar een jonge man. „Hij gaat trouwen. Vandaag komt hij een pak uitzoeken. Misschien heeft hij er wel vijf jaar voor gespaard. Hem vluchtig even helpen, kan niet. Dan is de droom weg.”